Koe met kalf
Ingezonden

Ieder kalf dat sterft is er een te veel

Voorzichtig loop ik de badkamer in om vervolgens met enige angst een blik in de spiegel te werpen. Mijn verwachting is dat ik daar welhaast een monsterlijk figuur in aan moet treffen. Een zucht van verlichting.

Weliswaar ongeschoren en het haar een beetje wild op het hoofd als gevolg van de muts die ik net af heb gedaan. Tja het was ook koud vanmorgen toen ik in alle vroegte begon met melken. Eigenlijk valt het wel mee, heel anders dan ik me had voorgesteld en net passend bij het bericht dat ik net had gelezen in de krant. Een bericht dat ging over kalversterfte.

Keiharde, op geld en groei beluste, gewetenloze beulen die niet in staat zijn om hun vee te verzorgen, dat was ongeveer het beeld dat van mij en mijn collega melkveehouders door organisatie Dier&Recht werd neergezet. Dit beeld probeerde men te onderbouwen door het benoemen van het percentage kalfjes dat sterft op melkveebedrijven in het eerste levensjaar.

Laat helder zijn elk kalfje dat sterft is er één te veel en het is dan ook een verantwoordelijkheid van melkveehouders om continu te werken aan de gezondheid van de veestapel en deze daar waar nodig te verbeteren. Hierover dus geen enkele discussie en daar mogen wij op aangesproken worden.

Dat kalversterfte (vanaf drie dagen tot een jaar) op melkveebedrijven iets oploopt is juist . Die trend is verkeerd en moet omgebogen worden. Maar vervolgens tovert Dier & Recht (opzettelijk?) absolute aantallen uit percentages, die kant noch wal raken. Aantallen die de toon in het debat zetten en die hier en daar klakkeloos worden overgenomen, met GD als bron. Dat is kwalijk.

Ik ben boer geworden omdat ik het een prachtig vak vind. Goed verzorgen van je vee is mij met de paplepel ingegoten. Het is een vanzelfsprekendheid en een must om boer te kunnen blijven. Daar hoort bij dat je de meest kwetsbare dieren (lees: kalfjes) extra goed verzorgt.

Wij hebben daar zelf ook alle belang bij. In de eerste plaats zijn onze kalfjes de koeien van de toekomst die voor inkomsten en continuïteit moeten zorgen. Stiertjes verkopen wij. En als wij voldoende vaarskalfjes hebben voor onze eigen aanfok verkopen we die ook. Ze leveren dan inkomsten op.

Jammer genoeg sterven er ook kalfjes bij ons op het bedrijf. Gelukkig zijn het er maar weinig die sterven in die kwetsbare periode van het het eerste levensjaar. Wat mij stoort is dat het beeld wel eens lijkt te ontstaan dat vee niet ziek mag zijn of dood mag gaan en dat alles het gevolg van schaalvergroting is . Helaas is leven onlosmakelijk verbonden met ziekte en dood. Dat is niet leuk. En in het geval van kalversterfte zijn hier ook nog eens de nodige kosten aan verbonden.

Kalversterfte is dus frustrerend voor de boer, geeft economische schade en negatieve publiciteit. Het is de sector dan ook alles aan gelegen om kalversterfte zo veel mogelijk te voorkomen. Daarom investeren we in kennisontwikkeling, wetenschappelijk onderzoek, proberen we dierziektes uit te bannen en faciliteren we netwerken waar we als boeren van elkaars ervaringen kunnen leren.

Hulp bij de geboorte, goede biestverstrekking, een schone comfortabele ligplaats, dierenartsbezoek en aandacht. Van boeren mag verwacht worden dat ze hun vee goed verzorgen. In de eerste plaats in het belang van het vee, maar ook vanuit een economisch en ethische verantwoordelijkheid die we hebben als melkveehouders. Jammer dat ik zorg moet besteden aan zulke gekleurde berichtgeving, liever besteed ik mijn zorg aan onze kalfjes.

Dirk Bruins
Melkveehouder in Dwingeloo
Lid LTO vakgroep Melkveehouderij