Tarwe+reageert+op+meer+dan+alleen+voermarkt
Analyse

Tarwe reageert op meer dan alleen voermarkt

Voer is verreweg de grootste kostenpost voor varkenshouders. Maar wie voer alleen als kostenpost benadert, kan daar wel eens bedrogen mee uitkomen.

Voer is namelijk de belangrijkste input in het primaire proces op een varkensbedrijf om tot het gewenste resultaat te komen: het produceren van hoogwaardig varkensvlees. De uiteindelijke output.

Om de voerkosten voor varkenshouders te monitoren, is de tarwekoers op de Matif in Parijs een belangrijke graadmeter. Voor zelfmengers is het zelfs meer dan dat. De langetermijntrend van de tarwekoers op de Matif is een zwaarwegende factor voor de prijsontwikkeling van varkensvoer. Tussen de prijs van tarwe en die van vleesvarkensbrok is al jaren een duidelijke correlatie zichtbaar.

De tijd dat tarwe bijna 300 euro per ton noteerde, ligt al geruime tijd achter ons. De tarweprijs schoot begin 2008 door het dak om vervolgens met dezelfde vaart af te dalen tot iets meer dan 120 euro tegen het einde van het jaar. Op zijn zachtst gezegd fluctueert de prijs van tarwe dus nogal.

Uitschieters

Ook in de jaren daarna kende de markt flinke uitschieters, zowel aan de boven- als de onderkant. De tarweprijs is een grillige, internationale commodity die reageert op veel meer dan alleen vraag en aanbod. Ook valutakoersen, geopolitieke spanningen en het weer zijn bepalende factoren. Voeg daar ook nog de koopdrift van grondstoftraders en emotionele speculanten bij en het feest is compleet.

Net als bij mest is tarwe zo'n markt waar akkerbouwers en veehouders elkaar ontmoeten. Dat maakt dat de markt altijd relatief is. Waar de een droomt van een tarweprijs van 250 euro per ton, is dat voor de ander een nachtmerrie.

Dalende voerkosten

Begin 2013 noteerde de prijs van vleesvarkensbrok ruim boven de 30 euro per 100 kilo. In de periode daarna zat de prijs overwegend in een dalende trend, totdat deze vorig jaar mei afketste op 22,56 euro, het laagste punt in jaren. In de afgelopen maanden krabbelt de voermarkt weer op. Dat heeft vooral te maken met de tarweprijs.

De langjarige trend laat namelijk zien dat de Matif-tarweprijs vorig voorjaar van een neerwaartse trend is omgebogen in een opwaartse trend. Uiteraard wel met enige prijsschommelingen. De tarweprijs noteerde in maart 2016 nog krap boven de 140 euro om daarna, tot februari, door te stijgen naar 170 euro per ton. De tarweprijs zat dus in de periode 2013 tot midden 2016 overwegend in een neerwaartse spiraal.

Mais

Dat heeft de weg vrijgemaakt voor dalende voerprijzen. Aangezien granen, voor circa 70 procent, een belangrijke component vormen voor varkensbrok, is de tarweprijs bepalend. Ook mais is een richtingbepalende factor, maar de prijs daarvan wil nog wel eens meebewegen met die van zijn 'grote broer' tarwe.

In het eerste kwartaal van 2016 nam de tarwemarkt een glijvlucht naar beneden en kelderde de prijs maar liefst met 30 euro tot 140 euro per ton. Vanaf maart 2016 tot eind februari nam de tarweprijs wel weer een stijgende trend aan, zij het met enige uitschieters.

Kantelpunt

Doorgaans reageert de voermarkt met enige vertraging op de grondstoffenkoersen en dat was ook in deze periode het geval. Nadat de tarweprijs vanaf maart ging stijgen, reageerden de voermarkten pakweg drie maanden later. De voermarkt heeft sinds halverwege 2016 een keerpunt gemaakt in opwaartse richting. In de maanden daarna steeg de prijs gestaag verder.

Toen de tarweprijs in september kortstondig naar beneden dook, nam de voermarkt 'toevallig' een adempauze. De stijgende trend op de tarwemarkt heeft tot maart dit jaar doorgezet tot een prijs van 175 euro per ton. De prijs van vleesvarkensbrok volgde gestaag.

Flauwte

Begin maart is de tarwemarkt in een neerwaarts sentiment geraakt tot krap boven de 160 euro per ton. Grote voorraden oude oogst, politieke spanningen tussen Rusland en importeur Turkije en verhoogde prognoses voor de Franse oogst maken dat flauwte heeft toegeslagen.

Een opleving van de tarweprijzen zit er de komende tijd waarschijnlijk niet in. Wanneer gerekend wordt met een reactietijd van pakweg drie maanden, kan verwacht worden dat de voermarkt in juni gaat afvlakken om daarna wellicht te ontspannen.

Trouw

Ondanks dat voer iets meer dan de helft van de kostprijs bepaalt, zijn varkenshouders geen koopjesjagers. Ze zijn doorgaans uiterst trouw aan hun leverancier. De voerfabrikant levert uiteraard ook meer dan voer. Kennis en voorlichting zijn minstens zo belangrijk. Daarbij kan rantsoenwisseling de technische resultaten flink overhoophalen.

Voerleveranciers raken daarom niet onder de indruk van veranderende grondstofkoersen en zijn vooral prijsnemer. Hun afnemers zijn honkvast en de marges worden gewoon doorgerekend op de hoogte van de grondstofprijs. De omzet is dus ook geen belangrijk kengetal voor een voerfabrikant.

Dat betekent dat varkenshouders, gechargeerd gesproken, alleen maar kunnen hopen dat grondstofkoersen gunstig gestemd zijn.

Zelfmenger

Varkenshouders die enkelvoudige grondstoffen verwerken in een zelfmenger, hebben meer invloed op de voerprijs. Een bijkomend voordeel daarvan is dat de mogelijkheid zich voordoet om de rantsoenen zelf samen te stellen zonder tussenkomst van voerfabrikanten met een eigen belang.

Advies kan ingewonnen worden bij onafhankelijke voeradviseurs en prijsrisico's kunnen afgedekt worden met een termijncontract. Uiteraard vergt dit wel meer van een ondernemer, zowel in werkwijze als risico's.

Weer

Zelfmenger of klant bij een voerfabrikant, varkenshouders kunnen voorlopig rekenen op gematigde grondstofkoersen. De voervoorraden in de wereld zijn ruim en de arealen voor nieuwe oogst zijn groot. Daarbij neemt de opbrengst per hectare in Rusland en Zuid-Amerika nog altijd toe. Maar garanties zijn er niet. Neem alleen al het weer. Niets is onvoorspelbaarder dan dat.