De boer moet zorgen dat er verantwoord mengvoer wordt verstrekt.
Nieuws

Niet meer dan 4,3 gram fosfor in kilo mengvoer

Mengvoer dat een melkveehouder ontvangt, mag vanaf 15 mei maximaal 4,3 gram fosfor per kilo mengvoer bevatten of de fosfor/ruw eiwit-verhouding mag niet hoger zijn dan 2,2.

Voor bedrijven met een laag fosforgehalte in het totale rantsoen geldt, onder voorwaarden, een uitzonderingspositie. Die regeling is gisteren gepubliceerd in de Staatscourant en bepaalt wat het gemiddelde fosforgehalte per kilo mengvoer mag zijn dat tussen 15 mei en 31 december 2017 op een bedrijf met melkvee ontvangen mag worden of wat de maximale verhouding tussen fosfor en het bruto eiwit mag zijn.

Ondernemers met relatief veel mais in het rantsoen zullen beter uit de voeten kunnen met het maximale fosfor/ruw eiwitgehalte van 2,2. Deze ondernemers hebben veel eiwit in het mengvoeder nodig, en hiermee komt ook veel fosfor mee.

Fosfor

Ondernemers met relatief veel gras in het rantsoen kunnen beter uit de voeten met de eis van maximaal 4,3 gram fosfor per kilo mengvoer. Gras bevat van nature veel eiwit. Het toevoegen van extra eiwit via het mengvoer is niet gewenst uit oogpunt van diergezondheid en kostenoverwegingen.

Voor bedrijven die met beide mogelijkheden niet uit de voeten kunnen vanwege te lage fosforwaarden in het gehele rantsoen, bijvoorbeeld door een zeer groot aandeel mais, is er de mogelijkheid om aan te tonen dat het totale rantsoen daadwerkelijk weinig fosfor bevat.

Voor deze ondernemers is de eis dat het gehele rantsoen over 2017 niet meer dan 3,5 gram bruto fosfor per kilo droge stof bevat. Dit is het gewogen gemiddelde van het geanalyseerde gemiddelde bruto fosforgehalte in ieder bestanddeel van het rantsoen.

Kringloopwijzer

Het kengetal bruto fosfor in gram per kilo droge stof in het totale rantsoen maakt wel deel uit van de database Kringloopwijzer, net als gegevens over alle voedermiddelen die op het bedrijf zijn gebruikt.

Ondernemers worden in staat gesteld deze gegevens te gebruiken om het nodige bewijs van een laag fosforgehalte in het rantsoen te leveren. Op deze manier worden administratieve lasten en uitvoeringslasten beperkt en wordt toch voorzien in de noodzakelijke flexibiliteit in de voederkeuze van voedermiddelen.

Zonder extra inspanningen

Bij het indienen bij RVO.nl van de gegevens over deze voeders gebruiken voerleveranciers voercode 55. De verwachting is dat een ruime meerderheid van de melkveehouders zonder noemenswaardige inspanningen en tegen beperkte extra kosten aan één van beide bovengenoemde eisen kan voldoen.

• Klik voor complete overzicht op bijgesloten pdf-s

Pieter Stokkermans

Pieter Stokkermans

Pieter Stokkermans redacteur Veehouderij. Hij volgt de melkveehouderij en specifiek de fokkerij en maisteelt.

Contact