René Schepers uit het Achterhoekse Voorst legt de biggen gescheiden op.
Reportage

Schepers varkenshouder in Nederland en Duitsland

Varkenshouder René Schepers uit de buurtschap Voorst is grootgebracht in twee agrarische werelden: de Nederlandse en de Duitse. Niet vreemd natuurlijk wanneer je vermeerderingsbedrijf bijna op de Duits-Nederlandse grens staat.

Varkenshouder René Schepers (48) uit de buurtschap Voorst, vlak bij Gendringen, is getrouwd en heeft twee kinderen. 'Of ze opvolger willen worden, weet ik niet', zegt Schepers, terwijl hij onder een boom verkoeling zoekt in verband met de warmte. 'Dat moet dan echt uit henzelf komen. Als je in deze tijd varkenshouder wilt zijn, moet je dat doen vanuit een bepaalde passie, anders moet je er nooit aan beginnen.'

De ondernemer heeft 1.300 zeugen en 400 opfokzeugen in Nederland. In Duitsland heeft hij een opfokstal voor 6.000 speenbiggen en met twee compagnons op twee andere locaties in Duitsland plaats voor in totaal 7.000 vleesvarkens.

Afmesten

Ongeveer de helft van de biggen die de Achterhoekse varkenshouder in Nederland produceert, mest hij zelf af in Duitsland. De rest gaat naar Duitse vleesvarkenshouders. 'Ik ben blij dat we niet alle dieren op één locatie houden. Uit oogpunt van ziektedruk, maar zeker ook gezien de maatschappelijke discussie over de omvang van bedrijven.'

De mestafzetkosten liggen in Duitsland op 5 tot 7 euro per kuub

René Schepers, varkenshouder in Voorst en Anholt

Voordat Schepers in 1993 het bedrijf van zijn ouders overnam, werkte hij acht jaar op een gesloten varkensbedrijf. In 1993 bouwde hij samen met zijn ouders een nieuwe stal voor 150 zeugen. Technisch draaide hij prima. In de jaren die volgden, breidde hij iedere keer uit.

René Schepers uit het Achterhoekse Voorst legt de biggen gescheiden op.

Verdubbeling bedrijf

In 2010 vond de laatste en grootste uitbreiding in Nederland plaats. Het bedrijf groeide van 680 naar de huidige 1.300 zeugen, bijna een verdubbeling dus. 'In die tijd hebben we ook onze nieuwe speenbiggenlocatie in het Duitse Anholt gebouwd. Dat deze stal op 2,5 kilometer van onze thuislocatie ligt, paste precies in onze multisite-gedachte.'

Het was voor Schepers vrij eenvoudig om in Duitsland te bouwen, aangezien hij goed bekend is met de Duitse regelgeving, cultuur en taal en er ook veel mensen kent. Omdat er in Duitsland massiever gebouwd moet worden, liggen de bouwkosten ongeveer 30 procent boven die in Nederland. 'Maar daar staat tegenover dat je geen luchtwasser hoeft te plaatsen en geen geld aan varkensrechten en dergelijke hoeft uit te geven.'

Kosten

Ook mogen in Duitsland nog iets meer dieren per hok worden gehouden. Per dierplaats komen de bouwkosten daardoor netto op ongeveer dezelfde kosten per dierplaats uit als in Nederland. Belangrijk voordeel van het mesten van varkens in Duitsland zit in de mestafzetkosten. 'Die liggen daar tussen de 5 en 7 euro per kuub mest. Dat is minder dan de helft van de afzetkosten in Nederland.' Dat is ook de reden waarom Schepers de speenbiggen in Duitsland houdt.

Er zijn geen plannen om het bedrijf nog verder uit te breiden. Mocht dat er ooit wel van komen, dan zal dat in Duitsland zijn. 'Als je alles op- en aftelt, ligt de kostprijs daar nog steeds 20 procent lager', aldus Schepers, die in Duitsland ook een betere prijs voor zijn vleesvarkens beurt dan in Nederland.

Regelgeving

De Achterhoekse varkenshouder merkt op dat ook in Duitsland de regelgeving razendsnel aan het veranderen is. 'Ook daar wil de overheid de uitstoot uit stallen reduceren en dus zullen Duitse boeren aan de luchtwasser moeten. Wil je als Nederlandse varkenshouder nog van de huidige gunstige situatie profiteren, dan ben je eigenlijk al te laat. De komende jaren zullen alle verschillen langzaam verdwijnen.'

Zijn speenbiggen zet Schepers gescheiden op, omdat hij de gelten kan verkopen tegen een meerprijs. In Duitsland doet hij overigens mee aan het Tierwohl-programma. Dat is vergelijkbaar met het Beter Leven-keurmerk, maar dan volledig gericht op dierenwelzijn. 'Daglicht in de stal is verplicht en welke andere maatregelen je neemt – organisch speelmateriaal zoals hout of stro, meer ruimte per dier of uitloop –, bepaal je als ondernemer volledig zelf.'

Vrij in vermarkten

Hoe meer maatregelen je neemt, hoe meer toeslag je krijgt. Een nog belangrijker verschil met Nederland noemt de ondernemer dat varkenshouders deze toeslag niet van de slachterij krijgen, maar van het programma Initiative Tierwohl zelf. 'Dat vind ik zo goed van dit Duitse programma. Ik hoef dus niet per se mee te doen in een bepaalde keten of aan een bepaald concept. Je bepaalt volledig zelf welke maatregelen je neemt en je bent vervolgens vrij om te vermarkten aan wie je wilt.'

Naast varkens heeft Schepers in Duitsland een groepsaccommodatie. Onlangs investeerde hij in Nederland ook daarin. 'Voordeel van deze andere bedrijfstak is dat het veel minder kapitaalintensief en risicodragend is dan de varkenshouderij', motiveert hij de investeringen.

Dick van Doorn

Dick van Doorn

Dick van Doorn schrijft op freelancebasis artikelen voor Nieuwe Oogst

Contact