Harm Engel Mellema uit Nieuwe Scheemda M. 06 – 21435779 heeft in zijn koolzaad percelen bijen kasten staan van drie verschillende imkers. De meeste koolzaden zijn haast uitgebloeid, dus loopt het met de bijen kasten ook naar het einde, meestal gaan de imkers dan naar de heide of naar een gebeid waar veel klaver of luzerne in bloei staat.
Op de foto’s laat één van de imkers een raat zien die vol met honing zit en een nadere waar de bijen druk bezig zijn met het verzorgen van de koningin en larven.

Met vriendelijke groet,

Koos v.d. Spek
Nieuws

Wintersterfte honingbijen blijft ongewis

Noch ziekten, noch het landschap of voedsel, noch chemische middelen zijn de oorzaak van wintersterfte onder honingbijen.

Dat blijkt uit onderzoek van het Honingbijen surveillance programma. Dit loopt nu drie jaar en volgend jaar is het laatste jaar. In dit onderzoek wordt de oorzaak van de wintersterfte van honingbijen onderzocht en specifiek de rol van de imker, ziekten en plagen, chemische middelen, stuifmeelbronnen en het landschap waarin de bijen vliegen.

Uit de resulaten tot nu toe blijkt dat de factoren die van belang zijn voor overleving deels gelijk blijven over de jaren (varroamijten en virussen, landgebruik), terwijl andere factoren per jaar verschillen (stuifmeelbronnen, chemische middelen).

Varroamijt

Bijenvolken overleven beter als de Varroa-infectie laag is. Dat was het geval in de meeste bijenvolken die de onderzoekers bemonsterd hebben in 2016. Dit is te danken aan de goede bestrijding door de imkers.

Wel zien de onderzoekers dat volken waarin het virus ABPV (Acute Bee Paralysis Virus) aanwezig was een iets kleinere overlevingskans hadden. Dit virus wordt overgebracht door de Varroamijt en is een indirecte aanwijzing voor Varroa-infectie. Het virus is slechts in 9 procent van de volken gevonden.

Chemische middelen

Neonicotinoiden en andere chemische residuen zijn als factor meegenomen in het onderzoek, maar hadden geen relatie met de wintersterfte van de bijenvolken. Uitzondering is het fungicide Tebucanozole dat in vijf volken is gevonden en daar voor iets lagere overleving zorgde.

Van de 112 chemische stoffen die getest werden, werden er veertien in het wintervoer van sommige bijenvolken aangetroffen. Drie hiervan worden door imkers gebruikt voor mijtbestrijding, de andere zijn middelen die in de land- en tuinbouw voor plaagbestrijding toegepast worden. In 92 procent van de volken is geen enkele chemische stof aangetroffen in de najaarshoning.

Mike Schellart

Mike Schellart

Mike Schellart is coördinerend redacteur Algemeen en Veehouderij. Hij volgt de politiek, economie en veehouderij.

Contact