Overheidsmaatregelen+zesde+Actieprogramma+Nitraatrichtlijn
Achtergrond
© Fotografie Twan Wiermans

Overheidsmaatregelen zesde Actieprogramma Nitraatrichtlijn

Verplichte rijenbemesting in mais, een langere uitrijperiode in het najaar en verplichte inzaai van wintergraan na het rooien van aardappelen op zandgrond. Het zijn enkele maatregelen die de Nederlandse overheid voorstelt voor het zesde Actieprogramma Nitraatrichtlijn.

De plannen bevatten veel maatregelen die boer en tuinder rechtstreeks raken in de bedrijfsvoering. Zo wordt het in de maisteelt op zand en löss verplicht om dierlijke mest als rijenbemesting toe te dienen. Bovendien moet voor 21 september een vanggewas worden ingezaaid.

Deze regels, die grasonderzaai in het voorjaar of het telen van vroegere rassen stimuleren, gaan in 2021 in. LTO Nederland zet in een reactie 'grote vraagtekens' bij de praktische uitvoerbaarheid en wil tegelijkertijd een verruiming van de N-gebruiksnorm. Een woordvoer laat weten dat de komende tijd met het ministerie van EZ gesproken zal worden over deze maatregelen.

Scheurverbod

Positief voor veehouders is dat het scheurverbod voor grasland in de zomer vanaf 2019 van tafel gaat. EZ stelt voor om scheuren voor graslandvernieuwing weer toe te staan tot 31 augustus op voorwaarde dat voor 10 september herinzaai plaatsvindt. De N-gebruiksnorm voor scheuren na 31 mei wordt met 50 kg N per hectare gekort.

Drempeltjes maken wordt 2021 verplicht in ruggenteelten

Het onderscheid tussen de N-bemestingsnorm voor maaien en weiden blijft gehandhaafd. Daarmee gaat de extra stimulans voor weidegang die LTO steeds heeft bepleit vooralsnog niet door.

De uitrijperiode voor vaste strorijke mest op grasland op klei en veen loopt per 2019 van 1 december tot 15 september. Nu is dat nog vanaf 1 februari. LTO staat achter de twee maanden extra, maar vindt dat de regeling voor meer soorten vaste mest moet gelden.

LTO mist inzet op behoud en uitbreiding van het areaal grasland. De nitraatuitspoeling onder gras is praktisch altijd lager dan bij bouwland. Om op regionaal niveau gemiddeld aan de nitraatnorm te kunnen voldoen, is voldoende grasland cruciaal. Met teruglopende opbrengsten/eiwitgehalten door de bemestingsnormen is dat echter niet gegarandeerd. LTO bepleit daarom een stimulerend beleid voor grasland op zand en löss.

Intensieve veehouderij

Voor de intensieve veehouderij is van belang dat het fosfaatplafond, inclusief de afspraken voor verdeling over de sectoren, gehandhaafd blijft. Ook dierrechten worden gehandhaafd. LTO blijft zich verzetten tegen deze dubbele kostenpost van dierrechten én mestverwerking.

Het ministerie van EZ wil mineralenconcentraat als kunstmestvervanger erkennen (en buiten het mestplafond laten), na afronding van het lopende EU-onderzoek. Dat kan nog wel twee jaar duren. LTO blijft zich inzetten voor een eerdere nationale 'erkenning'.

Volgens de plannen komt er een pilot Kunstmestvrije Achterhoek, gericht op ruimte voor de toepassing van producten uit mestverwerkingsinstallaties. Ook het lopende pilotproject Hoogwaardige meststoffen uit dierlijke mest wordt voortgezet.

Plantaardige teelten

Plantaardige teelten op zand- en löss krijgen te maken met een beperking van de stikstofgift op groenbemesters na uitspoelinggevoelige gewassen. Per 1 januari 2019 is maximaal 50 procent van de gebruiksnorm toegestaan. LTO wijst op het gevaar dat geen groenbemesters meer worden geteeld. Dat is het paard achter de wagen spannen, reageert de organisatie.
Equivalente maatregelen blijven behouden, maar de toegestane extra N-gift wordt over de hele linie verlaagd. De toegestane extra P-bemesting vervalt per 1 januari 2020. De friet/bietregeling blijft bestaan. LTO verzet zich tegen de voorgestelde kortingen op de bemesting.

Op zuidelijk zand wordt inzaai van wintergraan als vang- of hoofdgewas na aardappelen verplicht, voor 1 november. De voorgestelde einddatum van 21 september is door de LTO-lobby fors afgezwakt.

Afspoeling voorkomen

Om afspoeling van meststoffen naar het oppervlaktewater te voorkomen, wordt het vanaf 2021 op klei en löss verplicht om in ruggenteelten kleine drempeltjes aan te brengen in de geulen tussen de rijen (of om het perceel) die afstroming van regenwater beperken. Deze maatregel is bekend van de erosiebestrijding in heuvelachtig gebied. LTO blijft pleiten voor uitzonderingen, zoals voor pootaardappelen en bij toepassing van mechanische onkruidbestrijding.

Graszaadstoppel wordt vanaf 2019 gezien als een groenbemester. Dat maakt een N-gift mogelijk. De N-gebruiksnorm voor veldbeemd op kleigrond gaat per 1 januari 2019 omhoog van 110 naar 130 kilo.

De uitrijperiode voor dierlijke mest op bouwland in het najaar wordt verlengd van 1 tot 15 september en in het voorjaar verkort naar 15 februari als ingangsdatum in plaats van 1 februari.

Teleurgesteld is LTO over het ontbreken van een inzet op de Kringloopwijzer akkerbouw en het niet-terugdraaien van de sinds 2015 geldende korting op de N-gebruiksnormen voor plantaardige teelten op zuidelijk zand en löss tot 20 procent onder het landbouwkundig optimum. LTO blijft zich voor beide onderwerpen inzetten.

Gebruiksnormen

Het concept Actieprogramma bevat geen verdere aanscherping van de N-gebruiksnormen. De fosfaatgebruiksnormen worden enigszins verruimd op grond van gestegen gewasopbrengsten. LTO blijft aandringen op verruiming van de N-gebruiksnormen wegens gestegen gewasopbrengsten.

Het kabinet gaat in Brussel voorstellen om bij de berekening van de jaarlijkse fosfaatproductie te middelen over meerdere jaren. Dat dempt fluctuaties door weersinvloeden.

Weer

  • Woensdag
    5° / 0°
    10 %
  • Donderdag
    5° / 0°
    10 %
  • Vrijdag
    6° / 0°
    10 %
Meer weer
@nieuweoogst.nu