Meeste+melk+geeft+niet+hoogste+saldo
Achtergrond
© Fotografie Twan Wiermans

Meeste melk geeft niet hoogste saldo

De melkproductie per koe steeg dit jaar door het fosfaatreductieplan en de hoge melkprijs. Iedere extra liter wordt extra interessant, zeker ook door de lage krachtvoerkosten. Het niet-benutten van het aanwezige ruwvoer geeft een forse druk op het saldo.

Afgelopen september en oktober werd meer melk geleverd dan dezelfde maanden in 2016. En dat terwijl veehouders als gevolg van het fosfaatreductieplan massaal afscheid namen van hun melkkoeien.

In de eerste vier maanden van dit jaar zijn volgens RVO-cijfers in totaal 288.628 runderen geslacht, ruim 90.000 meer dan in dezelfde periode in 2016. Daarmee daalde de melkveestapel met 5 procent naar 1,69 miljoen melkkoeien op 1 mei. Ondanks de krimp werd in die vier maanden maar een half procent minder gemolken dan dezelfde periode een jaar eerder, toen bij de meitelling 3 procent meer melkkoeien zijn geteld.

Gevolgen later duidelijk

Uit de jaarstatistieken van CRV is eveneens een forse daling van het aantal melkkoeien in de melkcontrole te zien. De melkproductie stijgt weliswaar licht, maar volgens woordvoerder Bertil Muller zegt dat weinig: 'De gevolgen voor productie wordt pas een jaar later duidelijk, omdat hierin ook de mindere koeien nog zitten.'

'Ondanks een berg ruwvoer wordt veel brok gevoerd'

Sjon de Leeuw, adviseur PPP-Agro

Martin Keuper, technisch specialist bij Forfarmers, ziet een duidelijke plus in de melkgift. 'Vooral dit jaar is de melkproductie fors gestegen. Dit komt mede ook door de GVE-regeling. Sinds april 2015 is er 1,2 tot 1,4 kilo melk per koe per dag bijgekomen, 400 kilo melk per koe per jaar meer.'

Verleidelijk

Jaap Gielen, specialist Melkveehouderij bij Countus: 'Gezien de goede melkprijs is het verleidelijk om de melkproductie te stimuleren. De melkopbrengsten nemen meer toe dan de krachtvoerkosten. In omzet klopt het allemaal. Zeker met de huidige GVE-regeling is het vaak interessant om zoveel mogelijk te melken. Daarbij komt dat ondernemers afscheid hebben genomen van de mindere koeien. Met de betere koeien is het ook gemakkelijker om goed te melken.'

Gielen stelt dat het in 2018, wanneer de fosfaatrechten zijn ingevoerd, een hoge melkproductie per koe aantrekkelijk blijft: 'Dat is qua hoeveelheid melk per kilo fosfaat gunstig.'

Blijft herkauwer

Hij ziet als nadeel dat op een aantal bedrijven het aanwezige ruwvoer niet wordt benut. Er is niet alleen veel kwaliteitsgras gewonnen; doordat er is gekrompen in melkvee en jongvee is een nog betere voerefficiëntie mogelijk.

'De toegerekende kosten van het eigen ruwvoer ligt dik onder die van krachtvoer. Het is niet zo dat een koe met één kilo krachtvoer minder ook één kilo drogestofruwvoer meer eet. De totale drogestofopname kan lager uitvallen, wat tot een lichte productiedaling kan leiden. De koe is en blijft een herkauwer, die bij veel goed ruwvoer veel melk kan produceren.'

Niet meest efficiënt

Ook Sjon de Leeuw, adviseur bij PPP-Agro, signaleert dat niet altijd op de meest efficiënte manier wordt gemolken. 'Ondanks dat veel boeren een enorme ruwvoervoorraad hebben liggen, kopen ze veel krachtvoer aan. Zonde, boeren hebben wel kosten gemaakt voor het ruwvoer. Ze hebben geïnvesteerd in dure landbouwgrond of betalen huur. En het gras is ook niet gratis op de kuilplaat gelegd.'

Het wordt volgens hem tijd dat boeren leren accepteren dat ze niet meer het maximale uit hun koeien kunnen halen. 'Het gaat om optimaliseren, ze moeten hun ruwvoer gaan benutten. Natuurlijk snap ik wel dat ze meer melkgeld willen, maar als je daar extra veel kosten voor moet maken, dan doe je iets niet goed.'

Ontwaarding

Het niet goed benutten van dit ruwvoer pakt daarom ongunstig uit voor het saldo, de opbrengsten minus de voerkosten, stelt Gielen: 'Het ruwvoer kan niet eeuwig worden bewaard, er vindt ontwaarding plaats.' Hij ziet dat de ondernemers die ook hun ruwvoer kunnen omzetten tot veel melk toppers op saldogebied: 'We zien verschillen in voerwinstsaldo's van 400 euro per hectare bij vergelijkbare intensiteit.'

Sommige ondernemers kiezen er daarbij voor om drie keer daags te melken. Dit geeft grofweg een plus van tien procent op de melkgift, maar vraagt echter veel van het sociale leven. Bij het gebruik van externe melkers moeten die extra kosten worden terugverdiend. Bij 25 euro per uur en twee uur melken al gauw 18.000 euro per jaar.

Geen trend

Herke Bakker, flexconsultant bij AB OOST, ziet drie keer daags melken niet als een trend. 'Maar het gebeurt wel en boeren informeren vaker bij ons vaker wat wij hierin kunnen betekenen. Feit is dat melkveehouders naar mogelijkheden zoeken om zoveel mogelijk uit hun dieren te halen vanwege de nieuwe regelgeving.'

Melkveehouders Henk en Alina Udink-Vos uit Markelo kozen er sinds september wél voor. 'De extra melkgift in het laatste kwartaal is mooi meegenomen, de koeien kunnen de hogere melkgift ook gemakkelijker aan', stelt Alina.

Duurmelken

Melkveehouder Rob Hubens pakt het op een andere manier aan. Hij doet al jarenlang aan duurmelken waarbij het inseminatiemoment bewust wordt uitgesteld. De tussenkalftijd ligt op 520 dagen en de melkproductie per lactatie ligt op 12.500 kilo.

Volgens hem past het duurmelken goed binnen het fosfaatrechtensysteem. 'Een langere tussenkalftijd zorgt voor minder kalvingen op jaarbasis. Je hebt dus minder opfokvaarzen en in plaats daarvan kun je meer koeien melken. Ook heb je minder dagen droogstand gedurende de levensduur en er zijn minder kritische momenten rond het afkalven. Bij duurmelken produceer je op efficiëntere wijze.'

Weer

  • Woensdag
    5° / 0°
    10 %
  • Donderdag
    5° / 0°
    10 %
  • Vrijdag
    6° / 0°
    10 %
Meer weer
@nieuweoogst.nu