%27Uiergezondheid+Nederlandse+koe+nog+nooit+zo+goed%27
Interview
© Twan Wiermans

'Uiergezondheid Nederlandse koe nog nooit zo goed'

Het tankmelkcelgetal in Nederland is de afgelopen jaren gedaald en ook het percentage koeien met hoog celgetal nam af. Christian Scherpenzeel, rundveedierenarts bij de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD), looft het vakmanschap van melkveehouders. Hij promoveerde afgelopen week op het onderwerp selectief droogzetten.

Christian Scherpenzeel (37) studeerde af aan de Faculteit Diergeneeskunde in Utrecht. Daarna werkte hij als rundveedierenarts bij een praktijk in Veenendaal en later als docent/onderzoeker op de Faculteit Diergeneeskunde in Utrecht. In 2011 stapte hij over naar de Gezondheidsdienst voor Dieren in Deventer om zich als rundveedierenarts volledig toe te leggen op uiergezondheid en melkkwaliteit. Op 14 december 2017 promoveerde hij op het onderwerp selectief droogzetten van melkkoeien aan de Universiteit Utrecht, onder begeleiding van professor doctor Theo Lam.

'Petje af voor de melkveehouders, ze hebben al heel veel bereikt'

Rundveedierenarts Christian Scherpenzeel

Hoe staat het met de uiergezondheid?

'Die is in Nederland nog nooit zó goed geweest. Toen het preventief gebruik van antibiotica in 2012 werd verboden, ging de melkveehouderij over op selectief droogzetten. Men was in het begin sceptisch, hoe zou dit uitpakken? Maar de uiergezondheidstrends zijn juist gunstig. Het tankmelkcelgetal lag in 2010 nog op 210.000 cellen per milliliter en daalde naar 188.000 cellen per milliliter in 2016. Het percentage koeien met hoog celgetal lag in 2010 nog op 20 procent, dit daalde naar 17 procent in 2016. En dat terwijl de melkveehouderij 48 procent minder antibiotica gebruikt vergeleken met 2009. Dat is lovenswaardig.'

Hoe is dit te verklaren?

'De constructieve samenwerking tussen veehouder en dierenarts speelt hierin een belangrijke rol. Daardoor lukt het veehouders om de juiste koeien te selecteren die niet, of juist wel, met antibiotica worden drooggezet. Natuurlijk is het antibioticabeleid een stok achter de deur, maar de focus moet niet liggen op minderen en minderen. Ik zeg altijd: gebruik zo weinig als mogelijk en zoveel als nodig.'

Hoe gaan melkveehouders om met de celgetalcriteria voor selectief droogzetten?

'Veehouders willen de selectiecriteria graag op een presenteerblaadje. En die zijn er dan ook: alleen koeien met een celgetal boven de 50.000 cellen per ml en vaarzen met een celgetal boven de 150.000 cellen per ml op de laatste MPR voor droogzetten (maximaal zes weken oud) mogen worden drooggezet met antibiotica. Maar zo simpel is het vaak niet. Het is de kunst om op de juiste manier koeien te selecteren en te kijken naar de specifieke koe- en bedrijfsomstandigheden. Ik kwam erachter dat sommige boeren nog een stap verder gaan en minder antibiotica gebruiken dan de richtlijn aangeeft. Ze zetten bijvoorbeeld alleen koeien en vaarzen met een celgetal boven de 200.000 cellen per ml met antibiotica droog. Dat moet verantwoord zijn, maar uit mijn onderzoek blijkt dat dit dus goed heeft uitgepakt.'

U heeft ook de mindset van boeren onderzocht. Hoe denken zij over selectief droogzetten?

'Het blijkt dat melkveehouders zich gemakkelijk hebben aangepast aan de regelgeving rondom antibioticareductie. Ze zijn positief, professioneel en pakten die handschoen actief op. Nederlandse zuivel heeft een hoog aanzien in de wereld en is van topkwaliteit, en boeren willen dat zo houden. Het effect van deze mindset zie je dus ook terug in de positieve uiergezondheidskengetallen.'

Zijn er ook minder positieve kengetallen?

'Ja, het percentage koppels met meer dan 25 procent nieuwe infecties na afkalven is gestegen. In 2013 lag dit percentage nog op 6,5, maar steeg licht naar 8,5 procent in 2016. Hier is dus nog ruimte voor verbetering. Op deze bedrijven verdient de transitieperiode en de droge koe meer aandacht.'

Wat zijn nog meer aandachtspunten?

'Soms zie je dat een koe die een uierinfectie had in de voorgaande lactatie, wéér problemen krijgt na de droogstand. De infectie steekt dan wederom de kop op. Dit zijn de chronische gevallen. In mijn beleving lopen er nog te veel van deze sluimerende koeien rond.'

Hoe behandel je sluimerende infecties?

'Zorg ervoor dat je weet om welke infectie het gaat. Laat dat onderzoeken. Pas dan kun je zorgvuldig kiezen wat je met de koe gaat doen. Overleg hierover met je dierenarts. Een positief-kritische verstandhouding met je dierenarts is overigens erg belangrijk. Op die manier houd je elkaar scherp.'

Hoe staat het met de hygiëne bij droge koeien?

'Dat is nog vaak een bottleneck. Gebruik je een inwendige teatsealer, werk dan uiterst schoon met handschoenen en gebruik royaal watten met alcohol om de speenpunt te desinfecteren. Verder wordt het uitschrapen en instrooien van de boxen nog wel eens overgeslagen. Mijn tip is: maak een hygiëneprotocol voor droge koeien. Beschrijf daarin hoe en hoe vaak de boxen moeten worden uitgeschraapt. En wanneer er strooisel en kalk in moet.'

Wat is het nut van protocollair werken?

'Ze helpen de veehouder om zaken op een gestandaardiseerde wijze uit te voeren en de routine te helpen inslijpen. Een boer is nu eenmaal een gewoontedier, net als een koe. Denk aan protocollen voor melktechniek, strooisel, dipmiddelen, rantsoen en droogzetmethode. Je zult merken dat ze een positief effect hebben op de uiergezondheid.'

Verwacht u dat de uiergezondheid de komende jaren nog verder verbetert?

'De melkveehouderij is professioneel genoeg om deze positieve trend voort te zetten. In 2009 lag het percentage koeien met klinische mastitis in Nederland op 35 procent, dat is mede door de inspanningen van het UGCN destijds gedaald naar zo'n 28 procent. Hier liggen dus nog uitdagingen. Maar petje af voor de sector voor wat er al is bereikt. Internationaal wordt ons Nederlandse succesmodel geroemd, we zijn een voorbeeld voor andere landen.'

Weer

  • Vrijdag
    10° / 2°
    10 %
  • Zaterdag
    9° / 0°
    10 %
  • Zondag
    7° / -1°
    10 %
Meer weer
@nieuweoogst.nu