Boer+en+tuinder+verdienen+gemiddeld+goed
Nieuws
© Fotografie Twan Wiermans

Boer en tuinder verdienen gemiddeld goed

Het gemiddelde inkomen van Nederlandse boeren en tuinders is hoger dan in vele jaren het geval was. Maar tussen de sectoren bestaan grote verschillen. Melkveehouders boeken een recordinkomen akkerbouwers krijgen minder in de portemonnee.

Wageningen Economic Research (voorheen LEI) en het Centraal Bureau voor de Statistiek publiceerden maandag de nieuwste inkomensprognoses voor het boekjaar 2017/2018. Daaruit komt een overwegend positief beeld naar voren.

Het gemiddelde inkomen uit bedrijf voor alle land- en tuinbouwbedrijven wordt voor 2017 geraamd op ongeveer 70.000 euro per onbetaalde arbeidsjaareenheid (aje). Dat is een stijging van 20.000 euro ten opzichte van 2016 en het hoogst in deze eeuw.

Bij dit gemiddelde inkomen realiseren boeren en tuinders een marktconforme beloning voor de inzet van alle arbeid en kapitaal. Dit betekent dat de gemiddelde rentabiliteit op agrarische bedrijven boven de 100 procent ligt.

Melkveehouders naar record

Dankzij een 25 procent hogere melkprijs realiseren melkveehouders na twee teleurstellende jaren nu de relatief grootste inkomensstijging. Ze gaan er gemiddeld 50.000 euro op vooruit naar 68.000 euro per onbetaalde aje, een niveau dat niet eerder is gehaald.

Voor het eerst sinds lange tijd is het gemiddeld aantal melkkoeien per bedrijf dit jaar gedaald door de uitvoering van het fosfaatreductieplan. Toch steeg de totale melkproductie per bedrijf licht vanwege de toegenomen melkproductie per koe. De kosten voor de ondernemer blijven per saldo nagenoeg gelijk doordat lagere financieringslasten de hogere mengvoerkosten compenseren.

In de biologische melkveehouderij is de situatie minder rooskleuring, de melkprijs daalde een kwart procent vanwege een groter aanbod. Als gevolg van hogere voerprijzen en lagere zuivelopbrengsten daalt het inkomen van biologische melkveebedrijven met 4.000 euro tot gemiddeld 52.000 euro per onbetaalde aje.

De varkenshouderij bevindt zich op de piek van de varkenscyclus en houdt het hoge inkomen uit 2016 ook in 2017 nog vast. Door 20 procent hogere prijzen voor biggen stijgt het inkomen op zeugenbedrijven door naar gemiddeld 190.000 euro. Vleesvarkenshouders profiteren van 10 procent hogere vleesvarkensprijzen maar vanwege duurder voer en duurdere biggen zien zij het inkomen met gemiddeld 45.000 euro dalen.

Extreme verschillen leghennen

In 2017 is het gemiddelde inkomen op leghennenbedrijven bijna verdubbeld tot 126.000 euro per onbetaalde aje. Bedrijven die niet zijn getroffen door de fipronil-affaire en bovendien eieren voor de vrije markt produceren, profiteren van de forse prijsstijging van eieren in het tweede halfjaar als gevolg van productie-uitval op de fipronilbedrijven.

De circa 30 procent gespecialiseerde leghennenbedrijven die zijn getroffen door de fipronil-affaire hebben fors lagere inkomens. Een vijfde van de leghenbedrijven behaalt zelfs een inkomen dat lager is geraamd dan 100.000 euro negatief. Een even grote groep bedrijven profiteert van de hoge prijzen en behaalt een inkomen hoger dan 400.000 euro.

Vleeskuikenhouders zien hun inkomen met bijna 40.000 euro dalen door minder omzet. Dit komt door een gemiddelde prijsdaling van 2 procent en een kleinere omvang van het gemiddelde bedrijf. Nogal wat bedrijven zijn overgestapt naar conceptkuikens die langzamer groeien en meer ruimte per dier nodig hebben.

Stijging inkomens glastuinders

Het gemiddeld inkomen voor glastuinders stijgt in 2017 met 12.000 euro gestegen tot 244.000 euro per onbetaalde aje. Voor het derde opeenvolgende jaar blijft in zowel de sierteelt als de glasgroenteteelt het inkomen hoog ten opzichte van de slechte jaren ervoor.

De tomatenprijs is hoger lagere productie vanuit Spanje. Daarnaast helpt het bredere assortiment in tomaten bij het verstevigen van de Nederlandse marktpositie. De komkommer- en paprikatelers hebben last van toename van export vanuit Spanje waardoor de inkomens dalen. Dit resulteert gemiddeld in een lichte inkomensdaling voor glasgroentetelers in deze sector.

Akkerbouw in de min

Het inkomen op de akkerbouwbedrijven daalt door gemiddeld lagere opbrengstprijzen van belangrijke producten als consumptieaardappelen, suikerbieten en uien. Hoge producties per hectare vanwege een goed groeiseizoen en uitbreiding van het areaal consumptieaardappelen hebben een drukkend effect op de prijzen. Ook de prijzen van suikerbieten staan onder druk.

Gemiddeld wordt voor het oogstjaar 2017 een inkomen geraamd van 25.000 euro per onbetaalde aje; 17.000 euro lager dan in 2016. De inkomens op zetmeelaardappelbedrijven met een bouwplan van zetmeelaardappelen, suikerbieten en granen zijn de laatste vier jaar vrij stabiel; rond de 65.000 euro per onbetaalde aje.

In de opengrondstuinbouw boeken de boomkwekers en fruittelers een lichte inkomensverbetering door hogere opbrengstprijzen. In de boomkwekerij zien ondernemers door een betere afzet in de belangrijke exportlanden Duitsland, Frankrijk, Verenigd Koninkrijk en Scandinavië de prijzen herstellen. Fruitbedrijven hebben te maken met fors hogere prijzen van appels en peren als gevolg van een lager aanbod door de vorstschade in het voorjaar.

Vollegrondsgroente goedkoper

Voor bloembollentelers wordt voor het vierde jaar op rij een prima inkomen geraamd door een goede balans tussen vraag en aanbod met goede prijsvorming tot gevolg. De inkomens voor vollegrondsgroentetelers dalen door lagere prijzen naar ongeveer 50.000 euro per onbetaalde aje. Dit is nog ruim boven het langjarige gemiddelde over de periode 2001 2016.

Weer

  • Donderdag
    12° / 2°
    10 %
  • Vrijdag
    11° / 1°
    10 %
  • Zaterdag
    9° / 0°
    10 %
Meer weer
@nieuweoogst.nu