Dierenarts+wil+verbeterplan+dierenwelzijn
Interview
© De Snuitgeverij

Dierenarts wil verbeterplan dierenwelzijn

Kees Scheepens is een van de gezichten van Caring Vets, een groep dierenartsen die vindt dat het anders moet met de intensieve veehouderij. Als het aan Scheepens ligt, komt er voor het verbeteren van dierenwelzijn een plan dat lijkt op de aanpak bij het verminderen van het antibioticagebruik.

'Geef het dier de aandacht en de plek die het verdient.' Kees Scheepens uit Oirschot is geen Randstedelijke gezelschapsdierenarts die het maar zielig vindt wat er in de veehouderij gebeurt. Scheepens is dierenarts en varkenshouder. Hij is gepromoveerd op het natuurlijk gedrag van varkens. Hij adviseert boeren in Nederland en in het buitenland hoe varkens op een natuurlijkere manier gehouden kunnen worden. In Duitsland staat Scheepens bekend als de 'Schweineflüsterer'.

Kees Scheepens, dierenarts bij Caring Vets

Kees Scheepens, dierenarts bij Caring Vets

Wanneer is het probleem ontstaan?

'Zo'n vijftig jaar geleden is de varkenshouderij die we nu kennen, ontstaan. De boerenorganisaties en de overheid stimuleerden boeren op arme zandgronden om uit te breiden met varkens en kippen. Daar was ook veel subsidie voor beschikbaar, onder meer de bekende WIR-subsidie.

'Boeren bouwden volgens bewezen technieken. Ze maakten stallen met putten onder roostervloeren en vulden die met zoveel mogelijk varkens. De afgelopen decennia is dit model van varkens houden in Nederland verder geïntensiveerd en is de schaalgrootte enorm toegenomen.'

Hoe komt het dat daarbij de aandacht voor dierenwelzijn onvoldoende was?

'Het ligt niet aan de kennis over welke omstandigheden een varken nodig heeft om zijn soorteigen gedrag goed te ontplooien; we weten dat dat niet op een roostervloer is. Die kennis is de afgelopen decennia flink toegenomen. Wel is die kennis onvoldoende bij boeren en hun adviseurs terechtgekomen.

'De overheid, de politiek en de universiteit moeten dierenwelzijn stimuleren. Het is bijvoorbeeld heel spijtig dat er de afgelopen decennia geen leerstoel ethologie aan de universiteit in Wageningen is geweest.'

Wat moet er gebeuren?

'We moeten komen tot een dierhouderij die bij deze tijd past. In Duitsland zie ik de veehouderij sneller inspelen op de veranderende maatschappij. De Duitsers beginnen ons rechts in te halen. In Nedersaksen en Noordrijn-Westfalen was ik bijvoorbeeld betrokken bij projecten gericht op het houden van varkens zonder het couperen van de staarten. In Nederland is de varkenshouderij terughoudender met het verkennen van mogelijkheden om het voor de dieren beter te maken.

'Als Nederland een gidsland wil blijven, dan zullen we gas moeten geven. Ik vind dat boeren en hun dierenartsen de ambitie moeten hebben om het beter te doen. Zeggen dat we het al heel goed doen, is niet voldoende.

'Ik snap best dat het moeilijk is om onder gegeven omstandigheden te werken aan verbetering. Toch zouden dierenartsen en varkenshouders daar samen naar moeten willen zoeken. Probeer bijvoorbeeld eens een keer bij een groep dieren wat er gebeurt als je het couperen van staarten achterwege laat. Een dierenarts moet op dit gebied zijn autoriteit als hoeder van mens en dier tonen.'

Wat bedoelt u daarmee?

'Ik vergelijk de positie van een dierenarts wel eens met die van een kinderarts. De laatste doet wat goed is voor het kind en informeert de ouders daar vervolgens over. Een kinderarts doet niet wat de ouders vinden wat er met hun kind moet gebeuren. Als je dit vertaalt naar de positie van een dierenarts, dan komt hij of zij wellicht tot andere afwegingen.

'Het is jammer dat sommige dierenartsen bij kritische geluiden vanuit de maatschappij en van collega's meteen in de verdediging schieten en terugvallen op technische en financiële argumenten.'

Wat zou u een goede aanpak vinden?

'De discussie rond het gebruik van antibiotica in de veehouderij heeft geleid tot een slimme aanpak die zorgde voor een sterke reductie van het antibioticagebruik. En dat zonder dwingende wetgeving. Ik denk dat we als dierenartsen vergelijkbare stappen moeten zetten op het gebied van diergedrag en dierenwelzijn. Rond dierenwelzijn is er veel geroeptoeter waarmee we niet verder komen. Het is nodig om op grond van wetenschappelijke argumenten te werken aan een hoger niveau van dierenwelzijn.'

Hoe meet je de vooruitgang?

'Bij de reductie van het antibioticagebruik is de dierdagdosering ofwel DDD een belangrijk kengetal. Je kunt eraan aflezen hoe een bedrijf het doet of hoe de klanten van een dierenarts het doen. Zo'n kengetal zou je ook kunnen ontwikkelen voor diergedrag en dierenwelzijn.

'Elk veehouderijbedrijf krijgt dan bijvoorbeeld een score voor dierenwelzijn tussen de 0 en 100. In die score reken je het welzijn van ieder dier mee. Ook het kleine biggetje dat na de geboorte in een hoekje verkleumt. De uitdaging is nog wel om met elkaar de parameters vast te stellen die een goede maat zijn voor dierenwelzijn. Met zo'n kengetal kun je zowel bedrijven als dierenartsen scoren.'

Binnen welke termijn moet de veehouderij dit realiseren?

'De een gaat sneller dan de ander. Alle stallen afbreken en vervangen is geen optie. Maar als je de tijd benut, zijn er volop kansen. Verbeteren van dierenwelzijn past goed bij andere duurzaamheidsdoelen die gehaald moeten worden. We moeten ons afvragen of we dieren moeten willen houden in afgesloten stallen met daarop een luchtwasser.

'Het is uiteindelijk de consument die bepaalt of het uit kan dat een veehouder investeert in betere leefomstandigheden voor zijn dieren. We moeten de consument overtuigen dat maximaal dierenwelzijn het koopargument voor vlees en zuivel is. Daarmee zal weer een groter deel van het besteedbaar inkomen aan voedsel worden besteed. Dat is in de loop der jaren gezakt naar 11 procent. Wat mij betreft gaat het weer naar de 25 procent.'

Weer

  • Dinsdag
    31° / 17°
    10 %
  • Woensdag
    32° / 18°
    10 %
  • Donderdag
    33° / 18°
    10 %
Meer weer