Boeren+werken+bewust+aan+%27koolstofvallei%27
Achtergrond
© Landpixel

Boeren werken bewust aan 'koolstofvallei'

Over de kracht en werking van organische stof in de bodem is veel kennis beschikbaar. Alleen is dat lang niet altijd bekend bij melkveehouders of handelen ze er nog amper naar. Het project 'Carbon Valley' is gestart om daar verandering in aan te brengen.

Het op peil houden van organische stof in de bodem voor meer opbrengst en een betere werking van die bodem en daarnaast CO² vastleggen in de bodem via organischestofverhoging en geld bijverdienen. Het zijn items die de laatste tijd meer aandacht krijgen.

Dat meer organische stof in de bodem zorgt voor verbetering van het bodemresultaat, klopt volgens Nick van Eekeren van het Louis Bolk Instituut. Onderzoek leert dat 1 procent verhoging van het organischestofgehalte op zandgrond tot 1.300 kilo droge stof extra aan gras oplevert en op kleigronden 500 kilo.

Praktijk

De vraag is hoe die verhoging in de praktijk is te realiseren. 'Inmiddels is daaromtrent veel kennis ontwikkeld, maar die kennis heeft nog niet alle melkveehouders bereikt of ze vinden het lastig in de praktijk te brengen', zegt Van Eekeren.

De hoogte van het organischestofgehalte is lastig vast te stellen

Nick van Eekeren, Louis Bolk Instituut

Om hier verandering in te brengen, is eind 2017 het project 'Carbon Valley' gestart. Carbon is het Engelse woord voor koolstof en organische stof bestaat voor meer dan 50 procent uit koolstof. In het project 'Carbon Valley' (2017-2020) werken agrariërs van Het Groene Woud, Duinboeren en Agro As de Peel aan het management van organische stof in de bodem.

Biodiversiteit

Naast de voordelen van extra ruwvoerproductie door een hoger organischestofgehalte is het op andere vlakken van groot belang. Organische stof draagt bij aan biodiversiteit, zorgt voor betere waterafvoer in natte perioden en in droge perioden juist dat het vocht beter wordt vastgehouden in de bodem.

Het project wordt uitgevoerd door stichting Duinboeren en het Louis Bolk Instituut in samenwerking met Streekhuis Het Groene Woud. Het project wordt gefinancierd door provincie Noord-Brabant, AgriFood Capital, deelnemers en bedrijfsleven. Ruim 65 melkveehouders sloten zich inmiddels aan. Het streven van de projectleiding is om via bijeenkomsten ruim 350 agrariërs te bereiken.

Bewustwording

'Ons hoofddoel is om boeren echt in beweging te krijgen en bewust te maken van de kracht van organische stof in de bodem', zegt Van Eekeren, die tot de projectleiding behoort.

'Bij de deelnemers doen we een soort nulmeting op basis van bodemmonsters en voeren we een adviesgesprek. Maar we stellen bij dit project geen harde doelen om bijvoorbeeld minimaal gemiddeld 1 procent organischestofverhoging te realiseren. Dat is geen zwaktebod, maar inspelen op de realiteit. De hoogte van het organischestofgehalte in de bodem is lastig exact vast te stellen.'

Tastbaar resultaat

Van Eekeren stelt dat hij daarom liever inzet op praktische zaken en werken aan tastbaar resultaat. 'Dat kan onder andere door aangepast grondgebruik door bewustere vruchtwisseling toe te passen, door te bekalken binnen de streefwaarden en compost op het veld te brengen en door oud grasland bewust intact te laten.'

Om het gebruik van bijvoorbeeld compost of kruidenrijk en diepwortelend graszaad te stimuleren, wordt bij het project samengewerkt met partners uit het bedrijfsleven. Deelnemers kunnen vouchers afnemen om deze producten met korting aan te schaffen.

Bomen op grasland

Bij het werken aan meer organische stof in de bodem in combinatie met biodiversiteitsverhoging wordt onder andere Agroforestry nader bekeken: bomen op grasland planten die onder andere door vallend bladmassa en wortels meehelpen om het organischestofgehalte in de bodem te verhogen.

'Bij bomen op grasland denken veel veehouders vaak aan houtwallen die veelal kosten met zich meebrengen en weinig opleveren. Je kunt ook denken aan snelgroeiend hout dat na vijftien jaar gekapt kan worden en te gelde gemaakt. De opbrengst van zo'n perceel is dan duidelijk hoger dan bij een monocultuur van gras.'

Concurrentie

Uit eerder onderzoek blijkt dat door concurrentie voor zonlicht, water en nutriënten de aanvoer van organische stof van het bouwlandgewas of gras lager kan zijn. Modelsimulatie van agroforestrysystemen met populieren en bouwland leveren na tachtig jaar een verschil op van 20 ton organische stof per hectare in de bodem. Dit is 0,25 ton per jaar. Blijvend grasland kan tot 2 ton organische stof per jaar opbouwen.

'Het is slechts een van de manieren om organischestofopbouw te benutten in de bedrijfsvoering. Op alle bedrijven zijn meerdere mogelijkheden', licht Van Eekeren toe.

Oostenrijks voorbeeld

Met het op peil houden en verhogen van het organischestofgehalte in de bodem levert de landbouw een bijdrage aan CO²-opslag. In Oostenrijk is een systeem ontwikkeld om agrariërs hiervoor te belonen. Dit voorbeeld is niet een hoofddoelstelling van het project 'Carbon Valley', maar er wordt wel nadrukkelijk naar gekeken.

'Het plan is om met een groep deelnemers naar Oostenrijk te gaan om de bevindingen daar van de boeren zelf te horen. Van elkaar kunnen we veel leren', stelt Van Eekeren. In Oostenrijk wordt de CO²-opslag te gelde gemaakt door certificaten uit te geven. Bedrijven kopen die om aan hun maatschappelijke plicht om schoon te produceren te voldoen. Van Eekeren: 'Een vergelijkbaar systeem kan een mooie follow-up en stimulans zijn voor onze deelnemers.'

Weer

  • Zondag
    7° / -1°
    10 %
  • Maandag
    6° / 2°
    20 %
  • Dinsdag
    4° / 2°
    20 %
Meer weer
@nieuweoogst.nu