Bacteri%C3%ABn+zijn+dominant+in+de+akkerbouw
Nieuws
© Nieuwe Oogst

Bacteriën zijn dominant in de akkerbouw

Het creëren van een optimaal evenwicht tussen bacteriën en schimmels is in de akkerbouw een grote uitdaging. Tot die conclusie komt CZAV.

In natuurlijke graslanden is er een optimale balans tussen de verhouding van schimmels en bacteriën, waarbij er iets meer schimmels aanwezig zijn dan bacteriën. In akkerbouwgronden met eenjarige gewassen zien we juist dat bacteriën de overhand hebben. Maar wat betekent dit nu eigenlijk voor de akkerbouw en hoe kunnen telers deze verhouding beïnvloeden?

Bacteriën zijn minder efficiënt in de afbraak van organisch materiaal, terwijl schimmels juist moeilijkere afbreekbare stoffen zoals lignine kunnen omzetten in humus. Een bacteriedominante grond is dus eigenlijk een ongewenste situatie.

Energiebron

Een ander belangrijk verschil is dat schimmels veel organische koolstof nodig hebben als energiebron terwijl bacteriën meer stikstof nodig hebben om te kunnen groeien. Het is van belang om te beseffen dat bacteriën hun eigen functie hebben in het bodemvoedselweb. Bij omzetting van makkelijk afbreekbaar organisch materiaal door bacteriën komen voedingsstoffen vrij, waaronder stikstof, fosfor en diverse sporenelementen.

Er is een aantal indicatoren waaraan akkerbouwers kunnen merken dat het bodemleven niet in balans is: onvolledige vertering van gewasresten, te weinig macro bodemleven (onder andere regenwormen), gebreksverschijnselen door verlaagde opnamecapaciteit van de wortels en gevoelig voor bodempathogenen.

Het bodemleven is te stimuleren door bemesten met vaste mest, bedekt houden van de bodem, telen van groenbemesters, gereduceerde grondbewerking en het bevorderen van de wortelstructuur. Zwarte braak, intensieve grondbewerking en geen aanvoer van vers organische materiaal stimuleert het bodemleven niet.

C/N-verhouding

De verhouding tussen schimmels en bacteriën kan worden gestuurd door de juiste keuze en toepassing van organisch materiaal. Schimmels worden gestimuleerd door materiaal met een hoge C/N-verhouding, wat betekent dat er relatief veel koolstof aanwezig is ten opzichte van stikstof. Voorbeelden hiervan zijn: stroresten, wortelresten, mest van herkauwers, stalmest op stro basis of groencompost.

Door het gebruik van materiaal met een C/N-verhouding groter dan 40 kan er een verschuiving plaatsvinden in de bodem naar schimmeldominantie. 'Probeer het gebruik van materiaal met een lage C/N-verhouding te minimaliseren', luidt het advies. Denk hierbij aan dunne fractie, varkensdrijfmest of kippenmest.

Weer

  • Vrijdag
    10° / 2°
    10 %
  • Zaterdag
    9° / 0°
    10 %
  • Zondag
    7° / -1°
    10 %
Meer weer
@nieuweoogst.nu