Overijsselse+melkveehouders+scoren+op+milieu
Nieuws
© VidiPhoto

Overijsselse melkveehouders scoren op milieu

De 430 melkveehouders die meedoen aan project Vruchtbare Kringloop Overijssel hebben de afgelopen drie jaar op bedrijfsniveau resultaten geboekt. Dat deden ze op de eigen bedrijfsprestaties en op het gebied van bodem, water en lucht.

Dat blijkt uit de resultaten van het project Vruchtbare Kringloop Overijssel dat in 2015 van start ging. Door management tonen de melkveehouders aan dat zij hun bedrijfsresultaten, bodembenutting en de lucht-, grond- en drinkwaterkwaliteit kunnen verbeteren. Dat doen zij niet alleen om de klimaatdoelstellingen te halen, maar ook omdat de zuivelafnemers steeds vaker kijken naar de 'carbon footprint' van producten.

Dankzij verbetering van de voerefficiëntie is een licht positief effect te zien op de broeikasgasuitstoot. De melkproductie van de bedrijven is sinds de start van het project toegenomen. De oorzaak hiervan is vooral de afschaffing van de melkquotering. Het gevolg is dat de omvang van de bedrijven is toegenomen en daarmee ook de melkproductie per hectare.

Voerefficiëntie

De melkproductie per koe is gestegen en hierdoor verbeterde de voerefficiëntie. Het gevolg hiervan is een daling van de methaanemissie. Zowel de stikstof- als fosfaatexcretie daalde. Een hogere melkproductie per koe, vermindering van het aantal stuks jongvee en een lager fosforgehalte van het rantsoen zijn de belangrijkste succesfactoren.

Door een betere benutting van de meststoffen, zijn de stikstof- en fosfaatoverschotten in de bodem lager geworden. Door verlaging van de fosfaatexcretie kan ruim de helft van de bedrijven geen fosfaatevenwicht bemesting realiseren. Zij komen hiervoor fosfaatmeststoffen tekort.

Eigen voer

Gemiddeld over drie jaar ligt het aandeel eigen geteeld voer op ongeveer 60 procent. Bij veel eigen voer en een goede benutting daarvan hoeft minder krachtvoer aangekocht te worden.

De deelnemers zijn er in geslaagd om de extra melk in 2016 vooral te produceren met voer van eigen land. De droge stof opbrengst van gras varieert rond 11,5 ton droge staf per hectare, met een variatie van 8 tot 15 ton droge stof per hectare.

Bodembenutting

De gemiddelde fosfaat bodembenutting is 116 procent. Dit betekent dat er fosfaat uit de bodemreserve wordt gehaald. Het fosfaatgehalte in dierlijke mest is gedaald als gevolg van verlaging van het fosforgehalte in het rantsoen.

Gemiddeld over drie jaar voldoet 51 procent van de zandbedrijven aan de maximaal toelaatbare norm voor stikstofbodemoverschot. De bedrijven die daaraan voldoen hebben een hoge mestbenutting en/of een hoge gewasopbrengst.

Weer

  • Maandag
    6° / 2°
    20 %
  • Dinsdag
    3° / 1°
    20 %
  • Woensdag
    6° / 1°
    30 %
Meer weer
@nieuweoogst.nu