Effect+pootgoed+uit+zaad+op+termijn+onzeker
Achtergrond
© Haijo Dodde

Effect pootgoed uit zaad op termijn onzeker

Voor de Nederlandse pootgoedsector zitten er geen voordelen aan pootgoed uit zaad. Op de korte termijn ook geen nadelen. Op de lange termijn zou er wel eens een container pootgoed minder naar Afrika kunnen gaan.

Op uitnodiging van de noordelijke kenniscoöperatie Niscoo gaf Rien van Bruchem van Bejo Zaden maandag in Heerenveen uitleg over de introductie van Oliver F1. Deze hybrideaardappel geteeld uit zaaizaad is niet geschikt voor de Nederlandse akkers. Toch was er veel belangstelling.

Volgens Van Bruchem is een aardappel uit zaaizaad vooral een aanvulling en deze de huidige pootgoedsector voorlopig niet over de kop gooien. Of telers er over dertig jaar ook geen last van krijgen, is nog niet duidelijk, zegt hij.

Afgelegen regio's

Naar schatting ruim honderd belangstellenden kregen te horen dat de Oliver F1 een tafelaardappel is die commercieel gezien interessant lijkt voor afgelegen regio's in Afrika, Azië en Centraal-Amerika. Vooral voor eigen gebruik en voor verkoop aan de weg. 'In deze gebieden is 99,9 procent van het pootgoed niet gekeurd. Met Oliver F1 kunnen ze de opbrengst snel verhogen.'

Oliver F1 kan de opbrengst in Afrika snel verhogen

Rien van Bruchem, Bejo Zaden

In gebieden rond de evenaar kunnen boeren een zakje aardappelzaad kopen en elke week iets uitzaaien. 'De kieming is 99 procent. Bij andere gewassen zijn we daar jaloers op', zegt Van Bruchem. Na zo'n honderd dagen krijgen de telers van elk zaadje zo'n 1,5 kilo aardappelen. 'Het zaad is nagenoeg onbeperkt houdbaar. Zo hebben de telers altijd de beschikking over schoon uitgangsmateriaal.'

Prijs

Per hectare is 50 gram zaaizaad voldoende. Over de prijs kan Van Bruchem nog niets zeggen. 'Bij een lage prijs per kilo is de kans het grootst dat telers elk jaar zaad kopen. Als je het zaad duur maakt, neemt de kans toe dat boeren de kleine aardappelen het volgend jaar weer gaan uitpoten.'

Voor West-Europa is de Oliver F1 niet geschikt. Als je het zaad in de eerste week van april zaait, kun je zes weken later planten. Maar voor de kwetsbare plantjes zijn nog geen machines en de teelt vraagt vrij veel werk. Daar komt bij dat Oliver F1 half september nog volop staat te bloeien en te groeien. Het groeiseizoen is hier dus te kort.

Niet uniform

Daar komt bij dat de Oliver F1 genetisch niet 100 procent uniform is. Voor de plaatselijke markt in Afrika, Azië en Centraal-Amerika is dat geen bezwaar. Voor toelating op de Europese rassenlijst kan het een probleem zijn. Van Bruchem: 'Van alle aardappelen heeft 92 procent een uniforme crèmige vleeskleur. De overige 8 procent heeft een andere kleur en andere verwerkingseigenschappen.'

Van Bruchem vraagt zich af of aardappelzaad in Europa kan concurreren met pootaardappelen. 'Pootgoed is hier eigenlijk spotgoedkoop. Het kost zo'n 500 tot 1.200 euro per hectare. Het is de vraag of wij voor 1.000 euro zaad kunnen produceren.' Overigens is uit elke Oliver F1-plant door vegetatieve vermeerdering een ras te halen. 'Dat gaat in de praktijk ook zeker gebeuren', verwacht Van Bruchem.

Weer

  • Zaterdag
    9° / -1°
    10 %
  • Zondag
    8° / -2°
    10 %
  • Maandag
    7° / 2°
    10 %
Meer weer
@nieuweoogst.nu