Weidevogelstand+Overijssel+daalt+stevig
Nieuws
© DIRK HOL

Weidevogelstand Overijssel daalt stevig

In Overijssel is in de laatste tien jaar 38 procent van de grutto's en 40 procent van de kieviten verdwenen. Kleinere zangvogels als gele kwikstaart en graspieper weten zich wel goed te handhaven, blijkt uit cijfers van het weidevogelmeetnet.

Het weidevogelmeetnet van de provincie laat zien dat van de aantallen Overijsselse weidevogels uit 1994 (het eerste jaar van het meetnet) nog 61 procent over is. De laatste tien jaar is In Overijssel 38 procent van de grutto's en 40 procent van de kieviten verdwenen. Concentraties van deze soorten komen nu vooral voor in gebieden waar boeren meedoen met beheerovereenkomsten. Zij krijgen betaald voor het later maaien van grasland en het maken van plas-dras randen.

Kleinere weidevogelsoorten als tureluur, graspieper en gele kwikstaart doen het relatief goed in Overijssel. Ze broeden vooral aan de randen van graslandpercelen of op akkers en hebben daardoor minder last van het vroege maaien. Wulp, kievit, grutto en scholekster hebben het echter moeilijk. De stand van grutto en kievit daalt nog steeds. Wulp en scholekster vertonen weer een licht herstel na jarenlange afname, stelt de provincie vast.

Later maaien

Boeren krijgen een vergoeding van de provincie voor het later maaien van percelen met broedende weidevogels, bijvoorbeeld voor maaien na 1 juni. In deze percelen komen meer grutto's en tureluurs voor dan in gebieden zonder deze overeenkomsten.

De informatie over de ontwikkelingen van de weidevogels is gebaseerd op het weidevogelmeetnet van de provincie Overijssel dat in 1994 is gestart. Het meetnet is bedoeld om de ontwikkelingen van de aantallen broedende weidevogels te volgen.

Meetnethokken

Om het jaar wordt van veertig locaties van tussen de 30-100 hectare groot de weidevogelstand vastgesteld. Vanaf 2016 worden acht meetnethokken jaarlijks gevolgd als onderdeel van de landelijke monitoring Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb).

Onlangs werd bekend dat in drie concentratiegebieden voor weidevogelbeheer in West-Overijssel het vooral de vos is die voor de meeste predatie zorgt. Een tweejarig onderzoek wijst uit dat deze diersoort in zeker 70 procent van de nesten die worden leeggehaald de boosdoener is.

Resultaat

De ANLb-overeenkomsten leveren het meeste resultaat op als ze worden gesloten voor grote aaneengesloten gebieden, blijkt uit tellingen. Agrarische collectieven stellen samen met deelnemers, weidevogelbeschermers, wildbeheereenheden en natuurbeschermingsorganisaties per gebied een weidevogelbeheerplan op.

De verwachting is dat deze aanpak de komende jaren tot meer goede resultaten zal leiden. Voorbeelden zijn Het Lierder- en Molenbroek en delen van de polder Mastenbroek. Het blijkt dat hier herstel mogelijk is.

Plas-dras

Het zijn locaties met plas-dras-plekken, kruidenrijke percelen en een rustperiode in het broedseizoen van 1 april tot circa half juni. Hier hebben jonge vogels veel betere kansen om uit te vliegen. De zeldzame soorten watersnip, zomertaling en slobeend komen vooral voor in gebieden van natuurorganisaties.

Weer

  • Woensdag
    5° / 0°
    20 %
  • Donderdag
    5° / 0°
    10 %
  • Vrijdag
    6° / 1°
    10 %
Meer weer
@nieuweoogst.nu