EU%2Dgraanhandel+heeft+logistieke+knelpunten
Achtergrond
© Koos van der Spek

EU-graanhandel heeft logistieke knelpunten

Bij hoge opbrengsten per hectare aan graan, oliezaden en eiwitgewassen hebben twintig lidstaten in de EU te weinig opslagcapaciteit. Dit blijkt uit een studie in opdracht van de Europese Commissie naar de opslagcapaciteit en de logistieke infrastructuur voor granen, koolzaad, soja en dergelijke in de 28 EU-landen.

Het onderzoek toont aan dat er vooral in Oost-Europa flink is geïnvesteerd door akkerbouwers en handelaren die de oude staatsinfrastructuur hebben overgenomen. Mede daardoor is de totale opslagcapaciteit in de EU in de periode 2005-2015 met 20 procent gegroeid van 300 naar zo'n 359 miljoen ton. In dezelfde periode steeg de productie met 11 procent van 312 naar circa 346 miljoen ton.

De toename van de opslagcapaciteit was groter dan de toename van de productie. Dat heeft vooral te maken met het feit dat sommige lidstaten de schaarste aan opslagcapaciteit die er in 2005 was, hebben aangepakt. Ondanks de groei in opslagcapaciteit blijft er sprake van een tekort en dat hindert volgens de Europese Commissie de logistiek.

Graanopslag

In absolute termen hebben vooral Britse en Duitse akkerbouwers in goede oogstjaren het meeste last van te weinig opslagcapaciteit. In deze landen is een tekort van circa 10 miljoen ton graanopslag. Rekening houdend met de kleinere graanoogst kampen ook Nederland, Griekenland en Letland met een gebrek aan graanopslag.

De opslagcapaciteit op transportknooppunten is van groot strategisch belang voor de import- en exporthandel van de lidstaten

Uit een EU-studie komt naar voren dat Frankrijk de lidstaat is met veruit de grootste opslagcapaciteit (rond 91 miljoen ton in 2015), gevolgd door Duitsland (48 miljoen ton) en Spanje (30 miljoen ton). Bij de Oost-Europese lidstaten vallen ook Polen (24 miljoen ton), Roemenië (23 miljoen ton) en Hongarije (20 miljoen ton) op.

Oost-Europa

Alle 28 lidstaten hebben hun opslagcapaciteit in de periode 2005-2015 verhoogd, zij het in verschillende mate. Met uitzondering van Spanje (toename van 33 procent) vonden alle grote stijgingen plaats in Oost-Europa. Bulgarije heeft zijn opslagcapaciteit meer dan verdubbeld, Polen verhoogde het met 57 procent en Letland met 52 procent.

De verdeling van opslagcapaciteit in de verschillende regio's is niet gelijkmatig. In Frankrijk, Spanje, Hongarije en Roemenië hebben de meeste regio's een aanzienlijke opslagcapaciteit. Daarentegen zijn de verschillen tussen regio's veel duidelijker in Duitsland, Italië, Polen en het Verenigd Koninkrijk.

Bij hoge opbrengsten per hectare aan graan hebben twintig EU-lidstaten te weinig opslagcapaciteit.
Bij hoge opbrengsten per hectare aan graan hebben twintig EU-lidstaten te weinig opslagcapaciteit. © Koos v.d. Spek

Landbouwbedrijven

Voorzieningen op het niveau van de individuele landbouwbedrijven zijn momenteel goed voor het grootste aandeel van de opslagcapaciteit in de EU (143 miljoen ton of 40 procent van het EU-totaal). De opslagcapaciteit bij landbouwcoöperaties is veel beperkter (38 miljoen ton of 11 procent van het EU-totaal) en dit aandeel in de totale capaciteit verschilt sterk tussen de lidstaten.

Het aandeel opslag op de boerderij is aanzienlijk in Finland (78 procent van de totale capaciteit), Griekenland (70 procent) en het Verenigd Koninkrijk (62 procent), en belangrijk in Duitsland (42 procent). Al deze lidstaten hebben relatief veel grote landbouwbedrijven met granen, olie- en eiwithoudende gewassen.

Opslagcapaciteit op het bedrijf is ook belangrijk in sommige oostelijke EU-lidstaten, zoals Polen (67 procent van de totale capaciteit), Bulgarije (46 procent) en Roemenië (40 procent).

Coöperaties

Het marktaandeel van coöperaties varieert sterk in de EU-lidstaten en bedraagt gemiddeld 11 procent. Landbouwcoöperaties spelen bij de opslag van graan een bijzonder belangrijke rol in Oostenrijk (37 procent van de totale capaciteit), Litouwen (34 procent), Duitsland (29 procent), Portugal (29 procent), Italië (27 procent) en Spanje (25 procent).

De verwerkende industrie beheert ongeveer 31,5 miljoen ton aan opslagcapaciteit, wat overeenkomt met 9 procent van het EU-totaal. De totale opslagcapaciteit van verwerkers speelt een relatief grote rol in België (29 procent van de totale capaciteit), Portugal (29 procent), Nederland (23 procent) en Italië (18 procent), evenals in Slovenië (42 procent) en Tsjechië (31 procent).

Cruciaal belang

De handels- en groothandelsector is van cruciaal belang voor de opslag van granen, olie- en eiwithoudende gewassen (115,5 miljoen ton capaciteit of 32 procent van het EU-totaal).

Een belangrijke rol van handelaren in het leveren van opslagcapaciteit is te zien in Oost-EU-lidstaten zoals Bulgarije (49 procent van de totale capaciteit) en Roemenië (42 procent). De handelssector speelt een even belangrijke rol in westerse EU-lidstaten zoals Frankrijk (56 procent), Italië (32 procent) en Nederland (32 procent).

Havens

De opslagcapaciteit op transportknooppunten is van groot strategisch belang voor de import- en exporthandel van de lidstaten. Voor Nederland en België gaat het om de havens in Rotterdam en Antwerpen.

Weer

  • Maandag
    6° / 2°
    20 %
  • Dinsdag
    3° / 1°
    20 %
  • Woensdag
    6° / 1°
    30 %
Meer weer
@nieuweoogst.nu