Tien+punten+voor+schone+kasteelt
Achtergrond
© Koppert Biological Systems

Tien punten voor schone kasteelt

LTO Glaskracht Nederland heeft de ambitie uitgesproken om in 2040 zonder emissie en residu te telen. Verschillende teelten kunnen in 2030 al zover zijn. Om dat voor elkaar te boksen, moet er nog wel wat werk worden verzet. Een beetje hulp van de overheid is hard nodig.

'In voedingstuinbouw is emissie- en residuloos telen 2030 haalbaar', zegt Helma Verberkt, programmamanager plantgezondheid bij LTO Glaskracht Nederland. 'Ik durf te zeggen dat het voor vruchtgroente zelfs eerder het geval is. Voor bladgroente is het een grotere uitdaging om 2030 te halen. Bij bladgroenten zoals sla oogst je immers de hele plant en er mag geen beestje op zitten.'

Volgens Verberkt wacht de sierteelt een grotere uitdaging. 'Deze producten worden geteeld en verkocht op sierwaarde. Daar mag geen beestje, ook geen biologische bestrijder, in zitten en er mag geen hapje uit het blad zijn.'

Stappen zetten

Om de doelstelling in 2040 te bereiken, moet de sector stappen zetten. Prioriteit voor verduurzaming en vergroening in de glastuinbouw is het maken van de omslag van gewasbescherming naar plantgezondheid. Dat kan door innovatie in het toelatingsbeleid, de wetgeving en in Integrated Pest Management (IPM), gekoppeld aan precisielandbouw.

De sierteelt staat voor een grote uitdaging om emissieloos te telen

Helma Verberkt, programmamanager plantgezondheid bij LTO Glaskracht Nederland

LTO Glaskracht Nederland vraagt de Nederlandse overheid om te helpen met de ontwikkeling van een nieuw stelsel van plantgezondheid om zo te komen tot duurzame glastuinbouw. De uitgangspunten zijn voedselveiligheid en minimalisering van de milieulast. De mate waarin de milieulast kan worden verminderd, is voor een deel afhankelijk van de mogelijkheden die de overheid mede daarvoor creëert, stelt LTO Glaskracht Nederland.

Tienpuntenlijst

Het nieuwe stelsel Groene Gewasbescherming is gericht op tien innovaties van maatregelen voor verduurzaming en vergroening. Deze tienpuntenlijst is aangeboden aan minister Carola Schouten van LNV.

1: Innovatie op IPM.

Gewasbescherming draait om IPM, al spreekt LTO Glaskracht Nederland liever over 'Plant' dan 'Pest' omdat een gezond gewas centraal staat. Innovatie blijft nodig, omdat er steeds nieuwe ziekten en plagen de kop opsteken.

2: Het inzetten van biociden als basis voor IPM.

Een schone start van de teelt is belangrijk. Tot nu toe werden biociden preventief gebruikt om kassen, kisten en karren te reinigen. 'Als je biociden gebruikt voor het reinigen van kassen tegen plantenziekten en -plagen, zijn ze als gewasbeschermingsmiddel ingezet. Daarvoor is een nieuwe toelating nodig. Onze vrees is dat die toelating niet wordt aangevraagd waardoor zo'n middel wegvalt. Dan zijn we terug bij af', zegt Verberkt.

3: Inzetten van laagrisicomiddelen, basisstoffen en stoffen van de RUB-lijst (uitzonderingsmiddelen) binnen een voorlopige of gefaseerde toelating.

'Door het wegvallen van de RUB-lijst zijn we gaan kijken of we een andere route kunnen nemen', legt Verberkt uit. 'Als een alternatief middel veilig is voor mens, dier en milieu, waarom dan testen op effecten en toxiciteit in de teelt? Er zou in het toetsingsprotocol niet zo star aan moeten worden vastgehouden, althans niet zoals dat bij chemie wordt gedaan. Hoewel, ook voor die producten zijn wij voorstander van een dergelijke toelating.'

4: Datacalltoelatingen.

Een andere vorm van registratie, vergelijkbaar met de registratie van geneesmiddelen.

5: Aangepaste en snellere toelating van groene laagrisicomiddelen.

Het huidige wettelijke toetsingskader is niet geschikt voor toelating van laagrisicomiddelen, waardoor het traject kostbaar en langdurig is. Nieuwe wetgeving om laagrisicomiddelen versneld op de markt te krijgen, laat op zich wachten. Dat hindert de ontwikkeling, stelt LTO Glaskracht Nederland.

6: IPM-systeemtoelating.

Het risico van middelen moet in de context van het hele systeem worden gewogen. Als het uiteindelijk tot minder milieulast leidt, dan kan het inzetten van bepaalde middelen voorafgaand, tijdens of na de teelt tot winst leiden.

7: Kortere en heldere procedurevrijstellingen gericht op het IPM-systeem.

Een precies werkend alternatief heeft de voorkeur boven een breedwerkend alternatief middel. Verberkt: 'Wij zien nog te vaak dat vrijstellingen niet worden afgegeven om-dat er onvoldoende aandacht is voor het ver doorgevoerde IPM-systeem in de glastuinbouw. Gevolg is dat er zwaardere middelen worden ingezet, terwijl wij juist zoveel mogelijk biologisch aan willen pakken.'

8: Gelijk speelveld in de glastuinbouw in de Europese Unie.

Nationale eisen zijn in sommige gevallen begrijpelijk, vindt LTO Glaskracht Nederland. Maar de sector kan weinig gebruikmaken van erkenningen in andere landen. Hierdoor zijn sommige middelen wel in het buitenland toegelaten, maar niet in dezelfde teelt in Nederland.

9: Aanpassing van de definitie kleine toepassing, geharmoniseerd in de EU waardoor onder meer wederzijdse erkenningen ook mogelijk zijn.

LTO Glaskracht Nederland wil hiervoor onder meer de areaalgrens voor 'kleine gewassen' in de glastuinbouw optrekken naar 5.000 hectare, zoals bij buitenteelten.

10: Greenhouse Emmission Model ontwikkelen tot realistisch tool voor emissiebeperking.

Dit is een model om de uitstoot van kassen te meten. LTO Glaskracht Nederland ziet kansen om dit te verbeteren.

Weer

  • Maandag
    6° / 2°
    20 %
  • Dinsdag
    3° / 1°
    30 %
  • Woensdag
    5° / 1°
    20 %
Meer weer
@nieuweoogst.nu