%27We+moeten+grond+geschikt+houden+voor+aardappelteelt%27
Interview
© Haijo Dodde

'We moeten grond geschikt houden voor aardappelteelt'

Stichting TBM (Teeltbeschermingsmaatregelen Zetmeelaardappelen) wil percelen pootgoed voor de zetmeelteelt elk jaar laten bemonsteren op aardappelmoeheid. Martin Berg, voorzitter van de stichting en zelf zetmeelteler, legt uit waarom de sector opnieuw scherp moet zijn, om het besmettingsniveau van AM binnen de perken te houden.

Telers van zetmeelaardappelen in met name de Veenkoloniën hebben er enkele decennia over gedaan om de druk van aardappelmoeheid (AM) te beteugelen. Tot voor enkele jaren leek dit goed te lukken. Vanaf 2015 is er echter sprake van toename van de besmettingsgraad van de aardappelcysteaaltjes (Globodera rostochiensis en Globodera pallida) die AM veroorzaken.

Aardappelmoeheid blijft een sluipend gevaar dat altijd op de loer ligt

Martin Berg, voorzitter van de stichting TBM

Volgens de TBM-voorzitter is het essentieel dat aardappeltelers in het zetmeelgebied weer alerter worden op de verspreiding van AM. Berg is zelf zetmeelteler. Samen met zijn broer en zoon heeft hij een akkerbouwbedrijf in het Groningse Kolham en Sappemeer. Zij telen zetmeelaardappelen in een 1-op-2-bouwplan en vermeerderen hun eigen uitgangsmateriaal in de vorm van TBM-pootgoed.

In hoeverre bent u ervaringsdeskundige als het gaat om AM?

'Al toen ik begon met werken op het ouderlijk akkerbouwbedrijf speelt AM een rol in de aardappelteelt. In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw hebben we als sector met hangen en wurgen de problematiek onder controle gekregen.
'Vooral in het begin is veel chemie gebruikt, vanwege de systematische grondontsmetting. Later kwam de werkelijke oplossing, met de komst van de resistente zetmeelrassen.'

Hoe is de hernieuwde druk van AM vastgesteld?

'Als stichting TBM zijn we in 1999 gestart met intensieve monitoring van de AM-besmettingsgraad. Daarbij hebben we kunnen constateren dat tot ongeveer 2011 het aantal zware besmettingen steeds verder terugliep. Maar de laatste jaren zien we in de TBM-monitoring geleidelijk een toenemende druk van aardappelcysteaaltjes ontstaan.'

Wat is daarvan de oorzaak?

'Zoals bekend is er sprake van een doorbraak van de rassenresistenties. De laatste jaren zijn er ook in het Nederlandse zetmeelgebied nieuwe, virulentere populaties van AM-aaltjes gevonden. De mate van doorbraak verschilt per ras en ook per perceel, dat is een aanwijzing dat het inderdaad om meerdere populaties lijkt te gaan.'

Waarom pleiten jullie voor een standaard bemonstering van pootgoedpercelen?

'Het is allereerst een oproep aan de hele zetmeelsector tot hernieuwde bewustwording. AM blijft een sluipend gevaar dat altijd op de loer ligt. Verder is pootgoed nu eenmaal een belangrijke bron voor het verspreiden van verkeerde aaltjes.

'Wij adviseren zetmeeltelers om hun TBM-pootgoed op het perceel met de laagste besmetting te telen. Op basis van de resultaten van een AM-bemonstering kan een teler besluiten om voor zijn pootgoed een ander perceel te kiezen, of om een ander ras te telen.'

Hoeveel TBM-telers hebben het afgelopen jaar meegewerkt aan deze standaardbemonstering?

'Zo'n 60 procent van de TBM-telers heeft zijn pootgoedpercelen voor 2018 laten bemonsteren. Vanwege de late oproep hiervoor en de late herfst, is het niet gelukt om meer percelen te bemonsteren.

'Uit een tussentijdse rapportage bleek dat 60 procent van de genomen monsters geen aantoonbare besmetting liet zien. Bij 5 procent was sprake van een gevaarlijke situatie voor verspreiding van de aaltjes.

'Voor komend seizoen verwachten we dat 90 procent van het pootgoedareaal voor zetmeelaardappelen wordt bemonsterd. Het gaat dan om ongeveer 2.400 hectare. Het beste moment hiervoor is kort na de graanoogst.'

Wat zijn de kosten van de bemonstering?

'De vrijwillige AM-bemonstering kost ongeveer 85 euro per hectare. Afgelopen jaar is een groot deel van deze kosten gefinancierd met voormalige gelden van Productschap Akkerbouw. Voor komend jaar is het de bedoeling dat zetmeeltelers voor het laten nemen van de monsters via BO Akkerbouw een bijdrage krijgen van 45 euro per hectare.'

Hoe gaat het verder als de meeste pootgoedtelers bemonsteren?

'Eigenlijk zou de bemonstering vanuit de teelt van het uitgangsmateriaal moeten uitbreiden naar de teelt van de zetmeelaardappelen voor verwerking. In de ideale situatie heeft elke zetmeelteler van zijn eigen bedrijf in blokken van zo'n 4 hectare in beeld hoe het staat met de besmettingsgraad van AM.'

Wat moet een zetmeelteler doen op percelen met een zware besmetting?

'Daar moet hij in elk geval geen TBM-pootgoed telen. Verder kan de teler een rassenkeuzetoets laten uitvoeren door het HLB-laboratorium. Wij hebben dat zelf ook gedaan met een zwaar besmet perceel. De rassenkeuze is dan gebaseerd op de soorten cysteaaltjes die gevonden worden.

'In ons geval hebben we door het geadviseerde ras te telen, de zware besmetting (5.000 levende larven en eieren per 200 milliliter grond) in een jaar tijd kunnen terugbrengen tot een relatief lichte besmetting (1.700 levende larven en eieren).'

Wat is het uiteindelijke doel van alle inspanningen om AM beter te beheersen?

'Het is van belang dat we als zetmeelsector tijd winnen om de grond op onze bedrijven geschikt te houden voor de teelt van aardappelen. Het wachten is op nieuwe resistente rassen die ook goed bestand zijn tegen de nieuwe virulente populaties van de aardappelcysteaaltjes.

'De kwekers van zetmeelrassen zijn hier al druk mee bezig. Maar het duurt waarschijnlijk nog wel een jaar of tien voordat de rassen beschikbaar zijn voor de praktijk.'

• Lees ook over de verschillende machines om AM te bestrijden die te zien zijn op de Veenkoloniale Aardappeldag op 31 mei in Valthermond.

Weer

  • Woensdag
    12° / 5°
    10 %
  • Donderdag
    11° / 2°
    10 %
  • Vrijdag
    11° / 1°
    10 %
Meer weer
@nieuweoogst.nu