%27Dumping%27+en+%27smokkel%27+in+West%2DAfrika
Achtergrond
© Marc van der Sterren

'Dumping' en 'smokkel' in West-Afrika

De grote hoeveelheden melkpoeder die Europese melkfabrikanten en de Europese Unie in West-Afrika wegzetten, worden ter plaatse beschouwd als dumping. Lokale boeren kunnen hiermee niet concurreren. Markten beschermen is lastig, want handelaren weten de grenscontroles te omzeilen. De enige uitweg is een eigen fatsoenlijke nationale zuivelketen.

Melkveehouderijvoorzitter Adama Ibrahim Diallo in Burkina Faso legde onlangs het Europarlement het vuur aan de schenen met zijn uitspraak dat boerenzonen door het 'dumpen' van mageremelkpoeder uit Europa worden omgeturnd tot jihadisten.

Afrikaanse regeringen hebben binnen handelsafspraken met Europa echter wel degelijk mogelijkheden om hun producenten tijdelijk te beschermen tegen lage prijzen, stelde LTO-lobbyist Klaas Johan Osinga in zijn weblog. 'Waarom doen zij dat niet?', vroeg hij zich af.

'Gemakkelijke weg'

Het antwoord is te vinden in Mali. Cyril Askar, algemeen directeur van Groupe AMI: 'Natuurlijk kent Mali importbelastingen en -regels. Maar het is veel goedkoper en sneller om deals te sluiten buiten de officiële kanalen om.' Dit is wat hij 'smokkel' noemt. 'Dat is de gemakkelijke weg om zaken te doen. Een fatsoenlijk bedrijf beginnen is ontzettend moeilijk. Je moet opgeleid zijn en kennis van zaken hebben. Je moet aan ingewikkelde regels voldoen, belasting betalen, et cetera.'

Groupe AMI is een van de grootste producenten in West-Afrika van tarwebloem, pasta, drinkwater, veevoer, snoep en olie. Askars volgende activiteit wordt een melkfabriek om lokale melk te pasteuriseren en kaas te maken.

Europese melkveehouders krijgen subsidie, wij hebben daar geen geld voor

Moussa Ismaila Toure, algemeen directeur van API Mali

Cyril Askar, algemeen directeur van Groupe AMI
Cyril Askar, algemeen directeur van Groupe AMI © Marc van der Sterren

'Enige route richting fatsoenlijke melksector'

Met zijn plannen voor een melkfabriek roeit Askar tegen de stroom in. Maar dat is de enige route richting een fatsoenlijke melksector, zo stelt hij. 'De Malinese overheid pakt de corruptie aan, wat het dumpen bemoeilijkt. Maar wanneer de markt dan zonder melk komt te zitten, blijft er een vraag.'

Dit gat in de markt kun je volgens Askar vullen met binnengesmokkeld melkpoeder tegen dumpprijzen. Hij gelooft er daarentegen oprecht in dat het gat ook kan worden gevuld met producten uit een nationale melkketen. Daarom begint hij zelf met een melkfabriek. Makkelijk zal het niet zijn. 'We moeten de hele keten ontwikkelen. Vanaf de melkinname bij de boer, tot de verkoop op de lokale markt.'

In clinch met overheid

Melk is er genoeg in het land. Vooral in het noorden van Mali trekken veel veehouders rond, zoals de Fulani. Vee is hun kapitaal, maar met hun melk kunnen ze nergens naartoe. Het zijn vooral deze bevolkingsgroepen die in de clinch liggen met de overheid en vervallen tot jihadstrijders of bandieten. Niet toevallig, want ondanks hun kapitaal aan vee krijgen ze geen enkele economische kans.

In Mali wijst ook Moussa Ismaila Toure op de enorme consequenties van de import van goedkope zuivel uit Europa. Toure is algemeen directeur van API Mali, de Investerings Promotie Autoriteit van de Malinese overheid. Een liter lokale melk moet rond de 300 CFA-frank kosten, omgerekend 45 eurocent. Dat ligt veel te hoog in vergelijking met de prijs voor melkpoeder uit Europa. 'Ja, dat mag je dumpen noemen', stelt Toure. 'Europese melkveehouders krijgen subsidie. Wij hebben daar geen geld voor.'

Moussa Ismaila Toure, algemeen directeur van API Mali
Moussa Ismaila Toure, algemeen directeur van API Mali © Marc van der Sterren

Europese melkindustrie profiteert

De overheid stelt alles in het werk om de corruptie aan te pakken die de smokkelpraktijken in de hand werken. Maar zolang het smokkelen lucratief blijft, profiteert ook Europa daarvan. Niet de Europese melkveehouder die eveneens de melkprijzen ziet kelderen, maar de Europese melkindustrie.

Wie ook profiteert is de verwerker van de goedkope melkpoeder in West-Afrika. Zoals FrieslandCampina Wamco Nigeria PLC. De fabriek in Lagos is verreweg de grootste melkverwerker in heel Nigeria. Dat wil zeggen dat vrijwel alle melk in de vorm van poeder wordt aangekocht op de lokale markt.

Van dumping wil algemeen directeur Rahul Colaco niets weten. 'Dat is nu eenmaal de manier waarop de internationale markt in elkaar steekt. Dat kun je ons moeilijk verwijten.'

Rahul Colaco, directeur FrieslandCampina Wamco Nigeria PLC
Rahul Colaco, directeur FrieslandCampina Wamco Nigeria PLC © Marc van der Sterren

Trots

Colaco is er trots op dat zijn bedrijf zo goedkoop mogelijk melk weet aan te bieden aan de enorme Nigeriaanse bevolking die over het algemeen weinig te besteden heeft. In dit land wordt het bedrijf juist geprezen voor de inspanningen om melk te produceren voor prijzen die ook voor de armsten betaalbaar zijn.

Overal in het land, tot in de meest afgelegen lokale winkeltjes, zijn zakjes mageremelkpoeder van 14 gram te koop voor slechts 20 Naira. Omgerekend 6 eurocent.

Wereldmarkt

Dat de import van goedkope melkpoeder de ontwikkeling van een lokale markt in de weg staat, ziet hij niet. 'Er is hier simpelweg geen markt van betekenis.' Nigeriaanse melkveehouders zullen gewoon op de wereldmarkt moeten concurreren. Zonder subsidie zal het inderdaad moeilijk zijn die inhaalslag te maken, erkent hij.

Toch is dit waar Colaco zich hard voor maakt, door mede te investeren in het Dairy Development Program. Waar Cyril Askar in Mali op wees, blijkt ook hier in Nigeria: de melkfabrikant moet de volledige sector ontwikkelen.

Vorig jaar kon de zuivelfabrikant minimaal 21.000 liter per dag melk collecteren van lokale melkveehouders. Dit maakt echter nog slechts 3 procent uit van de totale vraag van zo'n 260 ton per jaar. Het doel is om 10 procent van de vraag met lokale melk in te vullen binnen vijf jaar.

Weer

  • Donderdag
    5° / 0°
    10 %
  • Vrijdag
    6° / -1°
    10 %
  • Zaterdag
    6° / 0°
    50 %
Meer weer
@nieuweoogst.nu