Lidstaat+moet+bovenwettelijke+inzet+belonen
Achtergrond
© VidiPhoto

Lidstaat moet bovenwettelijke inzet belonen

De contouren van het nieuwe Gemeenschappelijke landbouwbeleid (GLB) worden zichtbaar. Op het gebied van vergroening wordt de lat hoger gelegd dan nu. Het is wel de bedoeling dat elke lidstaat regelingen aanbiedt ter ondersteuning van boeren die meer doen dan wat verplicht is.

Vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties, waaronder LTO Nederland, gingen afgelopen week in het Huis van Europa in Den Haag in gesprek met vertegenwoordigers van het Directoraat-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling.

Het is de bedoeling dat het nieuwe GLB eenvoudiger en flexibeler wordt. De flexibiliteit zit voornamelijk in de eigen invulling die lidstaten kunnen geven aan de uitvoering van het beleid. Zij kunnen tot maximaal 15 procent van hun GLB-toewijzingen verschuiven van rechtstreekse betalingen (pijler 1) naar plattelandsontwikkeling (pijler 2) en omgekeerd.

Negen doelstellingen

Aan die verschuiving zijn wel voorwaarden verbonden. Zo moeten lidstaten uiteenzetten hoe zij van plan zijn de negen EU-brede doelstellingen op economisch, ecologisch en sociaal vlak denken te behalen. De uitvoering van de flexibele toewijzing van budget mag geen verstorende werking hebben op de Europese markt. Elk plan zal door de Europese Commissie moeten worden goedgekeurd. De Commissie zal ook toezien op naleving van het plan.
LTO Nederland is positief over de keuzevrijheid, maar plaatst kanttekeningen. Voorzitter Marc Calon vreest dat Nederland de teugels strakker aanhaalt dan andere lidstaten. ‘Flexibiliteit moet niet ten koste gaan van een gelijk speelveld in Europa.’

Vrijheid mag niet doorslaan naar vrijblijvendheid

Milieu en klimaat

Milieu en klimaat krijgen een nog belangrijkere plaats in het Europese landbouwbeleid. Klimaatverandering, natuurlijke hulpbronnen, biodiversiteit en landschappen komen allemaal aan bod in de EU-brede doelstellingen. De inkomenssteun voor boeren wordt net als nu gekoppeld aan de toepassing van milieu- en klimaatvriendelijke praktijken. De ambities zijn echter hoger dan voorheen.

Rechtstreekse betalingen worden afhankelijk gesteld van het voldoen aan strengere milieu- en klimaateisen. Elke lidstaat zal regelingen moeten aanbieden ter ondersteuning van boeren die meer inspanningen doen dan op dit vlak verplicht is. Daarvoor zal een deel van de nationale middelen voor rechtstreekse betalingen worden gebruikt.

Verder moet minstens 30 procent van de nationale toewijzingen voor plattelandsontwikkeling worden besteed aan milieu- en klimaatmaatregelen. Naar verwachting zal 40 procent van de totale GLB-begroting bijdragen aan klimaatgerelateerde zaken.
Lidstaten krijgen ook voor uitgaven voor milieu- en klimaatdoelstellingen de vrijheid om te schuiven met 15 procent van hun budget tussen pijler 1 en pijler 2, zolang de doelen maar worden gehaald.

Natuurmonumenten is kritisch. Hoofd public affairs Bjørn van den Boom: ‘De ambities voor vergroening in het huidige GLB zijn niet waargemaakt. In het nieuwe GLB moeten ambities in beton zijn gegoten. Vrijheid mag niet doorslaan naar vrijblijvendheid.’
Voldoende inkomen is een randvoorwaarde voor elke ondernemer om te blijven bestaan. Toch blijkt dat het inkomen van agrariërs gemiddeld genomen achter blijft bij dat van de markt. Dat inkomen kan een boost krijgen door de kennispositie van Nederland te benutten, zo is de algemene gedachte.

Concurrentiekracht

Het toekomstige GLB voorziet net als nu in regels voor een gemeenschappelijke marktordening. De belangrijkste verandering is dat lidstaten financiële mogelijkheden krijgen om voor steunmaatregelen te reserveren. Deze regelingen steunen producenten die via producentenorganisaties met elkaar in contact treden om gezamenlijk actie te ondernemen voor een beter milieu of een betere positie in de markt.

Van den Boom vindt dat de agrarische sector daarvoor niet afhankelijk moet zijn van het GLB, maar van de markt. ‘Want de schakels tussen de productie en de consument zijn in goeden doen.’

‘Tweede Kamer krijgt grotere rol in landbouwbeleid’

Bas Belder van de Eurofractie van de ChristenUnie-SGP plaatst vraagtekens bij de wetgevingsvoorstellen voor het nieuwe GLB. ‘De grote vraag is of deze plannen wel gaan zorgen voor de broodnodige vereenvoudiging. Eerlijk gezegd vrees ik dat het eindresultaat er niet eenvoudiger op wordt.’

‘Boeren moeten met het nieuwe beleid vooruit kunnen, om voedsel te produceren op een efficiënte en duurzame manier met zo min mogelijk rompslomp’, vindt Belder. Lidstaten mogen grotendeels zelf het landbouwbeleid gaan invullen via nationale strategische plannen.
‘De keerzijde van maatwerk is een nationale kop op het beleid. In combinatie met een verschillend ambitieniveau tussen lidstaten, kan dit enorme gevolgen hebben voor het gelijke speelveld in Europa.’ Belder verwacht dat hoe dan ook een grotere rol is weggelegd voor de Tweede Kamer bij de invulling van het toekomstig landbouwbeleid.

Weer

  • Zondag
    7° / -1°
    10 %
  • Maandag
    6° / 2°
    20 %
  • Dinsdag
    4° / 2°
    20 %
Meer weer
@nieuweoogst.nu