Boer+ervaart+positie+in+de+keten+als+zwak
Nieuws
© VidiPhoto

Boer ervaart positie in de keten als zwak

De meeste primaire producenten in de agrofood ervaren hun positie ten opzichte van andere ketenpartijen als relatief zwak. Dat blijkt uit onderzoek van Wageningen University Research in opdracht van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Met name melkveehouders en varkenshouders ervaren hun positie als relatief zwak. In iets mindere mate geldt dat voor groente- en fruittelers.

De positie van de ondernemer in de keten wordt als sterker ervaren als het bedrijf winstgevender is, men gemakkelijker van afnemer kan veranderen en men minder oneerlijke handelspraktijken ervaart, stellen de onderzoekers in het rapport Positie primaire producent in de keten.

In de sectoren melkvee, akkerbouw, vollegrondsgroente, glasgroente en fruit werkt meer dan 83 procent van de ondernemers samen met collega’s. In de varkenshouderij en pluimveehouderij werkt 60 tot 70 procent van de ondernemers samen met andere primaire producenten. Het gaat dan met name om kennisuitwisseling; samenwerken bij de afzet van producten gebeurt veel minder vaak dan in andere sectoren zoals melkveehouderij en de glastuinbouw.

• Lees ook: www.nieuweoogst.nu/nieuws/2018/06/29/kabinet-versterkt-marktpositie-boer-en-tuinder

Hogere prijzen

Afzetzekerheid en betere toegang tot de markt zijn de belangrijkste motieven om samen te werken gevolgd door toegang tot kennis en informatie. Hogere prijzen zijn ook een vaak genoemd motief. Uit dit onderzoek blijkt dat de keus om wel of niet samen te werken geen verband heeft met de tevredenheid over de ontvangen prijzen of over de ervaren druk om de prijzen te verlagen.

Belangrijke belemmeringen voor ondernemers om samen te werken, liggen met name op het sociale vlak: uiteenlopende belangen, gebrek aan transparantie en vertrouwen tussen ondernemers.

Primaire producenten benutten niet alle wettelijke mogelijkheden voor samenwerking, deels vanwege onbekendheid met deze mogelijkheden. Ondernemers pleiten vooral voor samenwerking over producentenorganisaties of telersverenigingen heen, zodat gebruik kan worden gemaakt van de sterke kanten van meerdere organisaties en verenigingen.

Primaire producenten in Nederland kennen een continue druk op de prijzen door de (internationale) markt van vraag en aanbod. In vergelijking met de omringende landen België en Duitsland zijn de consumentenprijzen voor voedingsmiddelen in Nederland, gecorrigeerd voor koopkrachtverschillen, laag, stellen de onderzoekers.

Zolang concurrentie op (inter)nationale markten hoog blijft en het aanbod voor agrarische producten hoog (dus buiten tijdelijke tekorten) is de verwachting dat samenwerking tussen boeren en tuinders wel efficiëntieverbeteringen oplevert, maar niet direct tot hogere prijzen voor de primaire producenten zal leiden. Samenwerking is daarom in de meeste gevallen eerder een voorwaarde om de markt efficiënt te beleveren en een manier om markten te stabiliseren en
productkwaliteit te verbeteren, dan een middel om macht af te dwingen.

Oneerlijke handelspraktijken

De meeste primaire producenten ervaren nauwelijks of slechts in beperkte mate oneerlijke handelspraktijken van afnemers. Desondanks zijn er wel groepen ondernemers die vaker dan anderen te maken hebben met bijvoorbeeld vertraagde betalingen en gedwongen meebetalen aan promotiecampagnes, blijkt uit het onderzoek.

Een groot deel van de ondernemers is van mening dat men aan steeds meer duurzaamheidseisen moet voldoen zonder daarvoor betaald te krijgen. De ondernemers ervaren dit als onrechtvaardig, terwijl het juridisch geen 'oneerlijke handelspraktijk' is.

Weer

  • Donderdag
    5° / 0°
    10 %
  • Vrijdag
    6° / -1°
    10 %
  • Zaterdag
    6° / 0°
    50 %
Meer weer
@nieuweoogst.nu