Verschil+kostprijs+big+tussen+bedrijven+groeit
Nieuws
© Twan Wiermans

Verschil kostprijs big tussen bedrijven groeit

De verschillen in kostprijs per big tussen bedrijven ligt op 20 cent per kilo vlees. Per vleesvarkenplaats resulteert dat in een verschil van 50 euro. Veruit het grootste deel van die verschillen wordt verklaard door de voerkosten, zo blijkt uit een analyse van DLV Advies.

Over 2017 heeft DLV Advies in meerdere studiegroepen de kostprijzen vanuit de fiscale boekhoudingen geanalyseerd. In 2017 vallen een aantal zaken op, schrijft DLV-directeur Paul Bens.. De kostprijzen zijn in dat jaar gestegen naar rond de 47 euro per big en tegen de 1,50 euro per kilo vlees.

DLV Advies rekende daarbij met voldoen van privé uitgaven -'feitelijk een te lage beloning voor de arbeid', schrijft DLV-directeur Paul Bens- en met bedrijfseconomisch afschrijven, maar zonder een winstvergoeding.

Biggenprijs gemiddeld 58 euro

Bij het vlees is dat voor een deel de biggenprijs, die het afgelopen jaar met gemiddeld 58 euro voor een big hoog lag. 'Tel daarbij de voerkosten van 60 cent per kilo, naast 25 euro voor alle overige kosten, per vleesvarken bij op, dan lag de kostprijs voor een kilo vlees op minstens 1,45 euro per kilo', schetst Bens.

De spreiding hier omheen was ten minste 10 cent per kilo in de plus en min. De uitersten verschillen in kostprijs 20 cent per kilo, wat op een jaarvarken 50 euro verschil maakt. Veruit het grootste deel laat zicht verklaren uit spreiding in voerkosten.

Bens: 'De verschillen in alle kosten na voerwinst zijn klein, al halen we hier ook nog in de echte uitersten een verschil van 20 euro per jaarvarken. In deze kosten rekenen wij dan overal met bedrijfseconomisch afschrijven van circa 8 cent per kilo in plaats van de vaak fluctuerende en lagere fiscale afschrijvingen.'

Kostprijs biggen ver uit elkaar

Bij de biggen liggen de uitersten in kostprijs ook ver uit elkaar. Verschillen in kostprijs komen voor vanaf 40 euro per big van 25 kilo tot wel 54 euro. Belangrijk hier is, geeft Bens aan, het aantal biggen per zeug per jaar: 27 of 32 biggen verklaart ongeveer de helft van het verschil.

Daarnaast zijn de voerkosten, de mestkosten, de arbeidskosten en de gezondheidskosten belangrijk. 'In vergelijking met een vleesvarkenhouder heeft een vermeerderaar dus veel meer knoppen om aan te draaien', vat Bens samen.

© nextgenetix.nl

Uit de analyse van DLV Advies blijkt dat gezinsbedrijven met regionale contacten in de mestafzet, minimale entingen endie scherp zijn op resultaten, de laagste kostprijs halen.

De meermansbedrijven scoren in kostprijs zeker niet het scherpst, merkt Bens op. 'Wat de laatste jaren knelde door de kleiner geworden verschillen in de voorsprong in de opbrengstprijs.'

Steeds hoger niveau van kosten

Voor dit jaar voorziet DLV Advies een verdere stijging van de kostprijs. DLV Advies verwacht dat de voerkosten met een paar procent zullen stijgen, de mestkosten stijgen en de rest van de kosten minimaal gelijk zal blijven of trendmatig stijgen.

'We komen daarbij dus op een steeds hoger niveau van kosten uit', concludeert Bens. Hij stelt vast dat de grote verschillen in de sector in acht nemend, er altijd een groep zal blijven die geld verdient aan het houden van varkens.

'Of iedereen het dan op dezelfde manier moet proberen te blijven doen, denk ik niet. Voor degene waar de kosten bij de hoogste 50 procent liggen, zit de uitdaging om hier een trendbreuk te realiseren, danwel op een andere wijze een verdienmodel zien te bedenken', zegt DLV-directeur Paul Bens.

Weer

  • Donderdag
    5° / -1°
    10 %
  • Vrijdag
    7° / -1°
    20 %
  • Zaterdag
    6° / 1°
    40 %
Meer weer
@nieuweoogst.nu