Salmonella+blijft+ondanks+jaren+monitoren
Achtergrond
© Twan Wiermans

Salmonella blijft ondanks jaren monitoren

Jarenlange monitoring aan de slachtlijn leidt niet tot minder salmonellabesmettingen op varkensbedrijven. Daar is meer voor nodig. Een specifieke aanpak per bedrijf is volgens dierenarts Linda Peeters van de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) het meest effectief. Daarbij moeten de vermeerderaar en de vleesvarkenshouder nauw samenwerken.

Salmonellose, de ziekte die veroorzaakt wordt door de salmonellabacterie, is een zoönose. Dat betekent dat mensen ziek kunnen worden door het eten van besmet vlees of door direct contact met varkens.

Bij varkens veroorzaakt salmonella meestal geen ziekteverschijnselen. De meeste varkenshouders hebben nog nooit verschijnselen van salmonellose gezien en herkennen daarom het beeld niet. Verschijnselen kunnen zijn: lusteloosheid, op elkaar kruipen, gebrek aan eetlust, waterdunne gele diarree, koorts tot 40,5 à 41 graden Celsius en plotselinge sterfte.

Mest

Salmonella is een bacterie die in de darm van varkens voorkomt en zich schuil kan houden in de (darm)lymfeklieren. Varkens die drager zijn van de bacterie, scheiden deze niet continu uit, maar kunnen, vooral in stresssituaties, grote hoeveelheden salmonella via de mest uitscheiden. Mest is dan ook de belangrijkste bron van besmetting in een bedrijf.

Meestal is het de zeug die haar zogende biggen infecteert

Linda Peeters, varkensdierenarts bij de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD)

Salmonellabesmettingen bij varkens kunnen de technische en economische resultaten flink drukken ondanks het ontbreken van zichtbare ziekteverschijnselen. Uit onderzoek van voerfabriek De Heus komt naar voren dat lichte biggen die na opleg in de vleesvarkensstal een salmonellabesmetting oplopen, een groeiachterstand van meer dan 60 gram per dag kunnen krijgen.

Drie categorieën

Sinds het begin van 2005 loopt er een monitoring voor salmonella op vleesvarkensbedrijven. Op basis van de uitslagen worden bedrijven ingedeeld in drie categorieën, categorie I, II en III, waarbij categorie III de zwaarst besmette groep is.

De monitoring levert een redelijk constant beeld op. Het aandeel categorie III-bedrijven schommelt rond 5 procent, het aandeel categorie II-bedrijven rond 20 tot 25 procent en het aandeel categorie I-bedrijven rond 70 tot 75 procent.

Probleem in Duitsland

De salmonellacategorie van een vleesvarkensbedrijf heeft in Nederland geen gevolgen. Voor vleesvarkenshouders die leveren aan Duitsland, ligt dat anders. Wie daar wordt aangemerkt als bedrijf met een zware besmetting, heeft een probleem. Deze vleesvarkenshouders moeten aantoonbaar actie ondernemen om salmonella terug te dringen, anders krijgen ze bij de slachterij te maken met een leveringsstop.

Varkensdierenarts Linda Peeters van de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) constateert dat alleen monitoring aan de slachtlijn onvoldoende informatie oplevert om salmonella gericht te kunnen bestrijden. 'De monitoring bestaat uit een serologisch onderzoek waarmee je aantoont of een varken antistoffen bij zich draagt. Daarmee krijg je alleen informatie over de situatie aan het eind van de rit.'

De huidige monitoring is wel geschikt om verschillende rondes afgeleverde varkens met elkaar te vergelijken of om bedrijven onderling te vergelijken.

Bacteriologisch onderzoek

Volgens Peeters kan met gericht bacteriologisch onderzoek worden aangetoond waar op het bedrijf de salmonelladruk het grootst is. 'Dat levert aanknopingspunten op voor de aanpak. Want we weten dat voor ieder bedrijf een specifieke aanpak nodig is om salmonella effectief te bestrijden.'

Salmonella is niet alleen een probleem van vleesvarkensbedrijven. Ook op vermeerderingsbedrijven zijn vaak salmonellabacteriën aanwezig. 'Meestal is het de zeug die haar zogende biggen infecteert', vertelt de dierenarts. Volgens haar heeft de toomgrootte geen invloed op het risico dat biggen een salmonellabesmetting oplopen.

Biest

'Belangrijke factoren bij het tegengaan van salmonellabesmettingen zijn de biestvoorziening en de biestkwaliteit. Biggen komen ter wereld zonder antistoffen tegen ziektekiemen. Ze krijgen die antistoffen uitsluitend binnen via biest.'

Bij een gerichte aanpak moeten de vermeerderaar en de vleesvarkenshouder nauw samenwerken. 'Voor een vleesvarkenshouder is het van belang om te weten of hij besmette of vrije biggen aanvoert. Ook hier geldt dat bacteriologisch onderzoek van mest of serologisch onderzoek van bloed een onmisbaar hulpmiddel is.

Maatregelen nemen

'Ik ken bijvoorbeeld situaties waar de salmonellabesmettingsdruk vooral in de afdelingen met gespeende biggen groot is. Dat is belangrijke informatie. Dan weet je dat je al vroeg in het leven van een varken maatregelen moet nemen om te voorkomen dat het dier een besmetting oploopt', zegt Peeters.

Het aantal varkenshouders dat gericht bacteriologisch onderzoek doet naar salmonella, is beperkt. 'Meestal zijn het bedrijven die vleesvarkens aan Duitsland leveren.'

Een salmonellabestrijdingsprogramma waarin bedrijven gecertificeerd salmonellavrij kunnen worden, hoort volgens de GD-dierenarts op korte termijn niet tot de mogelijkheden. 'Toch zijn er goede mogelijkheden om in de varkenshouderij meer te doen aan salmonellabestrijding dan nu het geval is.'

Bedrijfshygiëne

De beste manier om salmonella minder kansen te geven, is zorgen voor een goede biosecurity, ofwel de interne en externe bedrijfshygiëne goed op orde hebben.

Nuttige maatregelen zijn onder meer een hygiënesluis bij de ingang van het bedrijf waarvan de varkenshouder zelf ook consequent gebruikmaakt, elke stal zijn eigen laarzenborstels met desinfectiemiddel bij de ingang en volledige all-in-all-out per afdeling of stal, dus geen dieren terugplaatsen.

Broedplaats

Lastig te reinigen hoekjes, zoals de voerbak, spleten en kieren in betonvloeren en de leidingen van het drinkwaternet, kunnen een broedplaats vormen voor salmonella. Het advies is die plekken te reinigen met waterstofperoxide.

Verder is het advies het effect van het reinigen en desinfecteren van de afdelingen regelmatig te controleren, drinkwater en (brij)voer aan te zuren, dan wel het voer te fermenteren.

Weer

  • Zondag
    7° / -1°
    10 %
  • Maandag
    6° / 2°
    20 %
  • Dinsdag
    4° / 0°
    20 %
Meer weer
@nieuweoogst.nu