Strooisel+amper+effect+op+uiergezondheid
Achtergrond
© twan wiermans

Strooisel amper effect op uiergezondheid

Een droog en schoon ligbed is en blijft de basis om risico’s op mastitis te minimaliseren. Het type strooisel, boxvulling of bedekking en box is daaraan ondergeschikt. Middelen als kalk of boxsanitatieproducten dragen alleen bij als de basis goed is.

Uiergezondheid op peil houden is bij melkvee letterlijk van levensbelang. Het type boxvulling of strooisel speelt daarin ook een rol. Onmiskenbaar heeft op dit gebied zand de voorkeur. Zand is anorganisch materiaal, waardoor er nauwelijks bacteriegroei plaatsvindt. Dat wil niet zeggen dat er helemaal geen risico’s op kunnen treden in diepstrooiselboxen met zand. Als er vervuiling zoals mest in de boxen blijft liggen, kunnen bijvoorbeeld klebsiella-bacteriën zich daar nestelen.

Alle andere materialen dan zand in of op de boxen zijn organisch en brengen een zeker risico met zich mee, volgens Christian Scherpenzeel. Hij is als rundveedierenarts verbonden aan de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) en schreef een uitgebreide, praktische handleiding over het gebruik van verschillende soorten strooisel en boxvulling. Dit overzicht is te vinden op de website van de GD.

Goedkoop zaagsel risicovol

Scherpenzeel kan niet zomaar zeggen welk materiaal goed of slecht is. ‘Alleen bij goedkoop zaagsel zit er nog vaak een direct risico in de kwaliteit. Dit zaagsel wordt gewonnen uit hout van bomen en met schors tot zaagsel vermalen. Die bomen zijn over de grond getrokken uit het bos, waarbij schadelijke bacteriën zoals klebsiella gemakkelijk op de schors komen. Wit zaagsel bevat geen schors en is dan ook eigenlijk altijd in basis vrij van verkeerde bacteriën. Strooiselmateriaal als wit zaagsel, gemalen of gehakseld stro in zakgoed is in principe vrij van schadelijke bacteriën. Daar mag een veehouder van uitgaan.'

Toevoegmiddelen helpen enkel bij een lage basisbacteriedruk

Christian Scherpenzeel, rundveedierenarts verbonden aan de GD

Willem van Laarhoven van Valacon B.V. stelt dat het niet zo eenvoudig is. Hij wijst op onderzoek uitgevoerd door Valacon, waarbij zeker honderd analyses van zaagsel zijn genomen. ‘Ook in zaagsel dat gegarandeerd vrij zou zijn van klebsiella, troffen we deze bacterie aan. Elk bedrijf heeft klebsiella. Zolang de concentraties niet te hoog zijn en de koeien een goede weerstand hebben, is dat geen probleem.’

Kwaliteit onderzoeken

Wie twijfelt aan de kwaliteit van een partij strooisel, kan dit laten onderzoeken op aanwezigheid van de E. coli- en klebsiella-bacteriën. Hiervoor dient de veehouder op vijf verschillende plaatsen met een handschoen een monster te nemen, dit in een luchtdicht zakje te stoppen en het naar de GD te sturen.

Een monster laten onderzoeken kost 95 euro. ‘Het zijn vaak melkveehouders die in korte tijd koeien verliezen door bijvoorbeeld een klebsiella-besmetting, die dergelijke monsters opsturen’, vertelt Scherpenzeel.

Dergelijk onderzoek kan alleen E. coli of klebsiella aantonen, niet een omgevingsbacterie als Streptococcus uberis die ook bekend staat als mastitisverwerker. ‘Van klebsiella en E. coli hebben wij voldoende wetenschappelijk fundament om de uitslagen te staven en er kwalificaties aan te verbinden’, licht Scherpenzeel toe. ‘Bij uberis is dat bijvoorbeeld niet het geval.’

Kalk of boxsanitatiemiddelen

Naast het gebruik van zaagsel, stro, een kalk-stro-watermengsel, gescheiden mest (zie kader onderaan artikel), zand of andere producten in of op de boxen, gebruiken veel melkveehouders kalk of boxsanitatiemiddelen. Laatstgenoemde zijn producten die desinfecteren en vocht binden. Scherpenzeel is er niet negatief over en stelt zelfs dat dergelijke middelen positief kunnen werken.

‘Maar de basisbacteriedruk moet dan niet te hoog zijn. Dat betekent bijvoorbeeld dat een box niet te nat moet zijn of geen vuil mag bevatten. Blijf daarbij wel oppassen voor te veel kalk. Check de speenkwaliteit regelmatig. Schrale spenen door te veel kalk, betekent dat je het paard achter de wagen spant.’

Veehouder leerde met biobedding werken
Gescheiden mest in de boxen, oftewel biobedding, wordt sinds een jaar of tien op honderden bedrijven toegepast. Dit leidde in de beginjaren nogal eens tot uierproblemen. 'Tegenwoordig gaat dat veel beter, melkveehouders hebben de werkwijze in de vingers', zegt Christian Scherpenzeel van de GD. Hij stelt dat het geperste materiaal in dunne laagjes van 7 tot 10 centimeter meerdere keren per week moet worden aangebracht voor een goed comfort en zo weinig mogelijk bacteriegroei.

Willem van Laarhoven van Valacon B.V. ziet dit anders. Volgens hem blijkt uit onderzoek dat laagsgewijs instrooien geen verschil maakt en louter extra werk en investeringen vraagt.

Weer

  • Maandag
    6° / 2°
    20 %
  • Dinsdag
    3° / 1°
    30 %
  • Woensdag
    5° / 1°
    20 %
Meer weer
@nieuweoogst.nu