LTO+Schapenhouderij+pleit+voor+meer+uniformiteit
Achtergrond
© Marjolein van Woerkom

LTO Schapenhouderij pleit voor meer uniformiteit

Uniformiteit is een moeilijke term als het om slachtlammeren bij schapenhouders gaat. De bedrijfssystemen zijn erg divers. Elke schapenhouder heeft zijn eigen uitgangspunt. Toch wordt er in de sector gestreefd naar een hogere kwaliteit en daarmee naar meer uniformiteit.

Hoe is het bedrijf ingericht? Welk ras heb je? Wat voor grond, hoeveel grond? Om welke aantallen gaat het? Wat voor dekram gebruik je? Wanneer wil je je lammeren afleveren? 'De Nederlandse schapenhouderij is erg divers. Dat maakt het lastig om er enige vorm van uniformiteit in te brengen', zegt Lex Verhoog van Verhoog Schapenhandel in Zoetermeer.

'Wij hebben het liever over het juiste aflevermoment. Zorg dat je dat in de vingers hebt. Dat leidt tot een hogere kwaliteit en wellicht tot meer uniformiteit.'

Vorig jaar hield LTO-vakgroep Schapenhouderij diverse bijeenkomsten, waaronder op het bedrijf van Verhoog. 'Met de bijeenkomsten wilden we de deelnemers meer bewustmaken van kwaliteit. Kwaliteit herkennen bepaalt het vakmanschap', stelt vakgroepvoorzitter Saskia Duives-Cahuzak. 'Omdat er zoveel verschillende bedrijfssystemen zijn, is het moeilijk om er uniformiteit in te brengen.'

Even de laatste twee weken extra bijvoeren om de gestelde afleverdatum wel te halen, werkt niet

Lex Verhoog, Verhoog Schapenhandel in Zoetermeer

Slachtgewicht

Het ideale slachtlam heeft volgens Verhoog een slachtgewicht tussen de 18 en 22 kilo, dat wil zeggen 38 kilo voor een ooi en 42 kilo voor een ram levend. Daarnaast heeft het een goede bevleesdheid. Toch klinkt dit eenvoudiger dan het is.

'Wegen is weten, zeggen wij altijd. Schapenhouders doen dat nog te weinig', stelt de handelaar. 'Schaf een weegschaal aan. Te licht is gewoon te licht en dat is zonde. Minder kilo's betekenen minder opbrengst.'

Voelen

Maar die bevleesdheid is inderdaad moeilijk te bepalen voor een schapenhouder die daar niet dagelijks mee te maken heeft, geeft Verhoog toe. Hijzelf bepaalt dat door zijn hand op de rug van een lam te leggen en te voelen.

'Scherpe punten betekenen dat het dier veel te mager is. Ik wil een dikke rugspier voelen. Aan het staartbeen voel ik de hoeveelheid vet. Een kleine vetbedekking mag, te vet is niet goed. Dat betekent dat de schapenhouder te veel voer in het lam heeft gestopt dat niet wordt betaald. Ook dat is zonde.'

Combinatie van factoren

Maar dan komt de vraag: hoe doe je dat? Hoe realiseer je het juiste aflevermoment? 'Dat is een combinatie van factoren', zegt Verhoog.

'Ten eerste moet je een idee hebben hoe je je schapen wilt houden. Wat zijn je aantallen, wat voor grond heb je, wat voor ras kies je, wanneer wil je ze afzetten? Die laatste vraag is allesbepalend. Op armere weides, zoals natuurgrond en dijken, groeien lammeren bijvoorbeeld minder snel dan op vruchtbare grond. Daar moet je rekening mee houden in je planning.'

Ad hoc

Die planning, opgetekend in een bedrijfsplan, is cruciaal, stelt de handelaar. 'Er gebeurt nog te veel ad hoc in de schapenhouderij. Dat werkt niet. Even de laatste twee weken extra bijvoeren om de gestelde afleverdatum wel te halen, werkt niet. Dat zijn trajecten van zes, acht of tien weken.'

Daarnaast beïnvloedt de keuze van de dekram de planning. 'Texelaars mogen dan wel bekend staan om hun goede bevleesdheid, maar het zijn wel trage groeiers. Dus het kost meer tijd om deze dieren slachtrijp te krijgen', zegt Verhoog. 'Het gaat er uiteindelijk niet om dat a beter is dan b. Wat past bij je bedrijf? Daar draait het om.'

Constant product

Menig schapenhouder staat er nog te weinig bij stil dat de eindconsument een constant product wil, constateert Duives-Cahuzak. 'We willen Nederlandse supermarkten voorzien van onze producten. Waarom zouden we lamsvlees uit Australië en Nieuw-Zeeland halen, als we hier onze eigen slachtlammeren hebben?' zegt ze.

'Maar dat betekent wel dat we een uniforme kwaliteit moeten leveren. De proef ProfitSchaap is helaas niet goed gelukt. Daarom zijn we nu bezig met het schrijven van een Visie Schapenhouderij, waarin uniformiteit ook aan bod komt. Hoe stuur je daarop? Wat is de invloed van het moment van spenen, van het voer et cetera', licht de vakgroepvoorzitter toe.

Grote bedrijven

Grote schapenbedrijven hebben de laatste jaren al een slag gemaakt als het gaat om uniformiteit binnen koppels, maar bij kleine bedrijven is daar nog winst te halen, stelt Verhoog.

'Voor grote bedrijven is het juiste aflevermoment makkelijker te realiseren dan kleine schapenhouders. Grote bedrijven kunnen dieren makkelijker selecteren en ze afmesten in aparte groepen. Ze kunnen zo per koppel naar een bepaalde uniformiteit streven. Voor kleine schapenhouders is dat lastiger', zegt de handelaar.

Feedback

Het is dan ook wijs om de afnemer te betrekken bij het bedrijfsplan. 'Zo leveren wij altijd feedback op de leveringen van een klant. Zo kan hij of zij sturen bij de volgende leveringen, mocht dat nodig zijn. Beter resultaat stimuleert de schapenhouder ook weer.'

Duives-Cahuzak is ervan overtuigd dat er winst te halen valt. 'Meer uniformiteit in de sector kan. Uit de visie zal een plan van aanpak komen, waarmee we de kwaliteit van Nederlandse slachtlammeren kunnen verbeteren.'

Rekening houden met Offerfeest

‘Uniformiteit is belangrijk voor de handel, dus ook voor mij’, stelt schapenhouder Martin Oosthoek uit Berkel en Rodenrijs. ‘Als het dier goed bevleesd is, kan de handelaar er makkelijker mee uit de voeten. Dan heeft hij er minder werk aan en dus zijn er minder kosten. Mijn lammeren worden daarmee meer waard.’

Oosthoek heeft een begrazingsbedrijf en produceert daarnaast slachtlammeren. Dit jaar houdt hij in totaal 1.700 dieren voor begrazing. ‘Landschapsbeheer is mijn hoofdtak. Daar haal ik zo’n 80 procent van mijn inkomen uit. De andere 20 procent komt van de vleesproductie. Die moet omhoog naar 25 procent.’

Dat betekent dat de ondernemer slachtlammeren van een hogere kwaliteit wil afleveren. ‘Ik weeg mijn lammeren vaak. Bij het spenen voor het eerst en daarna om de vier, vijf weken. Als ze rond de 40 kilo zijn, zet ik ze op gewicht in de hokken. Dat maakt het voor de handelaar makkelijker om uit te zoeken. Het beoordelen van de bevleesdheid laat ik aan hem over. Dat is zijn specialiteit.’

Zijn ooien lammeren in januari af, zodat ze in maart of april naar buiten kunnen. Een specifieke planning omtrent het juiste aflevermoment, maakt Oosthoek niet. Wel houdt hij ieder jaar rekening met het Offerfeest en bepaalt hij aan de hand daarvan zijn strategie. ‘Enkele jaren geleden was het Offerfeest erg laat in het jaar. Dan doe ik mijn lammeren naar buiten en haal ik ze acht weken van tevoren naar binnen om ze af te mesten.’

Als het Offerfeest vroeg valt, zoals dit jaar, houdt de ondernemer zijn slachtlammeren binnen en krijgen ze onbeperkt brok. ‘Mijn dieren moeten goed in het vlees zitten, dan worden ze goed betaald. Als ze maar half in het vlees zitten, dan krijg ik ook maar half betaald. Dat is de essentie.’

Weer

  • Woensdag
    5° / 0°
    20 %
  • Donderdag
    5° / 0°
    10 %
  • Vrijdag
    6° / 1°
    10 %
Meer weer
@nieuweoogst.nu