Akkerranden+zijn+uitvalsbasis+voor+%27jagers%27
Achtergrond
© Anko Postma

Akkerranden zijn uitvalsbasis voor 'jagers'

Naast stimulering van biodiversiteit en verfraaiing van het landschap kan een akkerrand functioneel zijn als uitvalsbasis voor natuurlijke vijanden van plaaginsecten. Voor bladluizen is dit redelijk eenvoudig en praktisch invulbaar, maar voor trips is de oplossing nog niet rond.

'Voor insecten mag het wel wat rommeliger op de akkers', lacht Paul van Rijn van de Universiteit van Amsterdam. De onderzoeker is al tien jaar betrokken bij studies naar effecten van akkerranden op bijvoorbeeld bestuiving en plaagbestrijding.

Volgens Van Rijn is het met geringe inspanning mogelijk om een gunstige situatie te creëren voor natuurlijke vijanden van bladluizen. 'Het belangrijkste is dat je jaarrond voedsel en schuilplaatsen biedt. Dat vraagt een landschap met verschillende elementen.'

Zomer

De akkerrand functioneert in de zomer als voedselbron voor volwassen sluipwespen, gaasvliegen, zweefvliegen en lieveheersbeestjes, mits de juiste bloemen aanwezig zijn. Ze voeden zich met nectar of stuifmeel. Deze insecten zetten hun eitjes af op het cultuurgewas of, in het geval van de sluipwesp, in de luis. Het zijn vervolgens de larven die de luizen opeten.

Het vliegende grut overwintert bij voorkeur in een strooisellaag of op houtige gewassen

Paul van Rijn, onderzoeker Universiteit van Amsterdam

'De aanwezigheid van luizen is dus nodig om de populatie natuurlijke vijanden te laten groeien', legt de onderzoeker uit. 'Het is voor de cyclus dan ook het mooiste als er zo lang mogelijk gewassen op de akker staan die aantrekkelijk zijn voor luizen. Bijvoorbeeld als ze van wintertarwe kunnen overstappen op consumptieaardappelen.'

Winter

In de winter hebben zowel de luizen als de natuurlijke vijanden een schuilplaats nodig. 'Het vliegende grut overwintert bij voorkeur in een strooisellaag of op houtige gewassen. Veel struiken lopen uit en bloeien vroeg in het voorjaar. Daar is dus snel voedsel beschikbaar en daarom vind je luizen en hun natuurlijke vijanden altijd eerst in houtige gewassen.'

Overigens zijn dat vrijwel nooit plaagvormende luizen zoals perzikbladluizen en zwarte bonenluizen. 'Die komen meestal van kilometers ver. Zolang je maar geen vogelkers of kardinaalsmuts aanplant, bied je ze geen waardplant. De luizen die je wel vindt, zijn meestal onschadelijk voor cultuurgewassen.'

Kruipende insecten

Ook kruipende insecten, zoals spinnen, kortschildkevers en loopkevers zijn nuttig bij de aanpak van luizen, maar zij hebben volgens Van Rijn minder baat bij akkerranden dan de vliegende vijanden.

'Veel kruipers blijven zitten waar ze zitten, dus in de rand of juist op het perceel. Ze zullen vaak niet vanuit de rand het perceel bevolken. Niet-kerende grondbewerking is dan wel weer functioneel, want de schuilplaatsen in de bodem blijven beter intact. Aanvoer van organische stof is ook belangrijk voor het bodemvoedselweb, want 's winters moet er ook eten zijn.'

Over een natuurlijke aanpak van trips is veel minder bekend. 'Van de vijanden van trips die we kennen, zoals roofwantsen en kortschildkevers, weten we nog niet goed hoe we ze kunnen stimuleren. Je ziet ook niet veel natuurlijke vijanden van trips in uien. Wat ook speelt, is dat tripsen wegkruipen in bladschedes. Ze zijn lastig te vangen.'

Gewasbeschermingsmiddelenfabrikanten

Ook gewasbeschermingsmiddelenfabrikanten kijken steeds vaker of de natuur kan helpen bij de aanpak van insectenplagen. 'Je ziet in diverse gewassen dat we ondanks veel bespuitingen niet het gewenste doel bereiken', stelt Mark Ermers, adviseur vollegrondsgroenten bij Bayer.

Samen met Cebeco Agrochemie en de Belgische firma IPM Impact is Bayer daarom een onderzoek gestart om te kijken hoe natuurlijke vijanden beter benut kunnen worden bij de bestrijding van trips in uien en spruitkool.

Selectieve middelen

In 2017 is gekeken welke natuurlijke vijanden aanwezig zijn op biopercelen en op gangbare akkers met en zonder pyrethroïde bespuitingen. 'De uitkomsten lieten zien dat het gebruik van pyrethroïden ten aanzien van nuttige insecten niet wenselijk is', aldus Ermers. 'Ik zeg niet dat we ze 100 procent moeten uitbannen, maar het is beter om te focussen op selectieve middelen.'

Ook is onderzocht welke natuurlijke vijanden zich kunnen vestigen in uien. Zo werd duidelijk dat een populatie gaasvliegen in uien kan groeien, maar een populatie roofwantsen niet. 'Voor een positieve bijdrage aan plaagbestrijding door natuurlijke vijanden is populatieopbouw een van de voorwaarden.'

Nieuwe invalshoeken

Dit jaar wordt gekeken naar nieuwe invalshoeken. 'We doen proeven met waardgewassen', vertelt de adviseur vollegrondsgroenten. 'We zaaien strookjes van die gewassen tussen de uien. We willen weten wat de effecten zijn op zowel de trips als hun vijanden. En we kijken hoe je die waardgewassen het beste kunt telen.'

Ook gaat het onderzoek ondergronds. Welke kruipende natuurlijke vijanden zitten daar en vormen uien een aantrekkelijk gewas voor ze?

Ondergronds

Daarnaast wordt het effect van grondsoort en organische stof onderzocht. Volgens Ermers moet het belang van de ondergrondse 'route' niet worden onderschat. 'Het zal in de akkerbouw met vaak eenjarige teelten altijd lastig zijn om bovengronds een insectenpopulatie in stand te houden. Misschien lukt het ondergronds wel beter.'

Akkerbouwer Wim Stegeman uit Lelystad experimenteert met akkerranden. Links een rand met soorten die gunstig zijn voor vijanden van trips.
Akkerbouwer Wim Stegeman uit Lelystad experimenteert met akkerranden. Links een rand met soorten die gunstig zijn voor vijanden van trips. © Anko Postma


'Je moet een akkerrand behandelen als een echt gewas'
Akkerbouwer Wim Stegeman uit Lelystad is vanuit het Flevolands Agrarisch Collectief betrokken bij het project 'Schoon erf, schone sloot'. In dat project ligt de focus op emissiebeperking door akkerranden. 'Je houdt afstand tot de sloot en de hoogte van de begroeiing helpt ook om emissie te beperken,' legt Stegeman uit.
De ondernemer is ervan overtuigd dat akkerranden steeds belangrijker worden. 'Als we naar 0 procent emissie willen, moeten we die kant op. Daar zijn we als landbouw zelf bij gebaat.' Een vergoeding voor deze blauwe dienst zal de aanleg sterk stimuleren, meent hij. Als akkerrandenboer van het eerste uur kent Stegeman de voors en tegens als geen ander. Hij heeft zeven jaar niet tegen luizen gespoten, al wil hij niet de indruk wekken dat dat uitsluitend door de akkerranden komt. 'Maar op mijn erf heb ik wel luizen en in de gewassen vrijwel niet.'
De ondernemer is zelf fervent aanhanger van meerjarige randen met gras en kruiden. 'Die zijn eerder in het voorjaar functioneel en ze dragen meer bij aan dooradering van het gebied. Ook kunnen kruipende insecten er jaarrond schuilen.' Onkruidproblemen zijn Stegeman niet onbekend, maar die zijn volgens hem goed beheersbaar. 'Je moet een akkerrand behandelen als een echt gewas. Dus leg een vals zaaibed aan, kies een slim zaaitijdstip en loop er ook eens met de hak doorheen.'
De akkerbouwer mag graag experimenteren. Zo heeft hij rond zijn uien een rand met specifieke soorten die gunstig zijn voor vijanden van trips. Ook de wegbermen betrekt hij bij zijn akkerranden. 'Ik word hier blij van', lacht Stegeman. 'Ik ben ervan overtuigd dat elke boer van binnen gemotiveerd is om iets met natuur te doen.'

Weer

  • Donderdag
    5° / -1°
    10 %
  • Vrijdag
    7° / -1°
    20 %
  • Zaterdag
    6° / 1°
    40 %
Meer weer
@nieuweoogst.nu