Huiskavelnorm+leidt+tot+landhonger
Achtergrond
© Fotografie Marcel Bekken

Huiskavelnorm leidt tot landhonger

De eisen voor grondgebondenheid betekenen dat bedrijven met een te kleine huiskavel op zoek zijn naar naburige percelen. Van banken mag grond echter niet voor elke prijs worden gekocht. Ruilen is soms een optie maar voor sommige ondernemers rest alleen krimp of verplaatsing.

Voor grondgebonden melkveehouderij, die in 2025 ingaat, geldt de norm voor een huiskavel van maximaal 10 melkkoeien per hectare. Dat is voor een grote groep melkveehouders geen probleem; het is nu een van de voorwaarden om weidegangpremie te krijgen. De eis voor de huiskavel is echter niet voor elke ondernemer haalbaar.

Met de definitie Grondgebondenheid wordt de gang ingezet naar een meer duurzame melkveehouderij. Dat de commissie Grondgebonden de huiskavel meeneemt in de definitie is volgens Dirk Bruins, vice-voorzitter van de LTO vakgroep Melkveehouderij, niet verwonderlijk: ‘Je weet dat weidegang een belangrijk thema is voor de maatschappij. Dat heeft de commissie hiermee willen bereiken. Het is mooi dat er nu een breed gedragen advies wordt gepresenteerd.’

Vooral regionaal

Jan van Middelaar van PPP Agro Advies constateert een enorme variatie in de huiskavels van ondernemers. ‘Het gros heeft geen probleem. Natuurlijk kan de huiskavel nooit groot genoeg zijn, 100 procent is het meest ideaal.’ Middelaar voorziet wel dat er ondernemers in de knel komen en dat dat vaak regionaal speelt. ‘Bijvoorbeeld in de Brabantse Peel en de Kempen heeft meer dan de helft tot misschien wel twee derde van de ondernemers onvoldoende huiskavel om echt lekker te kunnen beweiden.’

Krimpen klinkt misschien niet als ondernemen, maar het is soms wel realiteit

Jan van Middelaar van PPP Agro Advies

Ondernemers met kleine huiskavels azen nu op naburige grond. ‘Het gezegde luidt: buurmans grond is maar eenmaal te koop. Dat kan echter niet tegen elke prijs. Banken zullen hier niet altijd in meegaan, ook vanwege het rendement. Het saldo van ruwvoerteelt is niet groot’, waarschuwt Van Middelaar.

Wel kan de ondernemer profiteren van meer weidegang. ‘Je moet als ondernemer heel wat posten bij elkaar sprokkelen om een dergelijke investering rond te rekenen. Zo scheelt grond dichtbij aan bewerkingskosten, transport kost immers geld’, vertelt Van Middelaar.

Kavelruil

Dat laatste was in de jaren 70 van de vorige eeuw de achterliggende gedachte van de ruilverkaveling, weet Van Middelaar. Ook nu kan het helpen om grond op afstand te verkopen, en ruil kan de grondprijs drukken. ‘Maar wie echt sterker wil worden, moet het areaal vergroten en dat valt niet mee.’

Voorzitter Wil Meulenbroeks van LTO-vakgroep Melkveehouderij wil de ondernemers met te weinig huiskavel ondersteunen. ‘Binnenkort start een pilot met kavelruil in de Achterhoek. Bij die kavelruil is het de bedoeling dat grond ook daadwerkelijk met gesloten beurs wordt geruild. Maar hier invulling aan geven, is maatwerk.’

‘Grondgebonden leeft amper’
Gerard Willems, adviseur Dier bij ZLTO, bemerkt er in de praktijk nauwelijks aandacht is voor het vergroten van de huiskavel. Terwijl het in het intensieve Zuiden toch voor heel wat ondernemers lastig is om onder deze norm voor grondgebonden te vallen. ‘Melkveehouders in dit gebied hebben nu even genoeg aan hun hoofd, zoals de gevolgen van droogte, fluctuerende melkprijzen en fosfaatrechten. Er wordt te weinig stil gestaan bij grondgebondenheid, terwijl dit de toekomst sterk beïnvloedt.

Volgens Meulenbroeks is het het aan LTO om, samen met de regionale organisaties, ondernemers te ondersteunen richting grondgebondenheid. ‘Maar ook het bedrijfsleven speelt hier een belangrijke rol. Denk bijvoorbeeld aan makelaars als het gaat om grondruil. Als het gaat om bedrijfsverplaatsing, wat ook onderdeel is van de uitvoering, dan doe je dat niet van vandaag op morgen.’

Meulenbroeks denkt daarnaast aan een belangrijke rol voor de overheid om de norm voor de huiskavel al voor streefjaar 2025 te halen. Dat kan bijvoorbeeld via buurtcontracten.

Grond uitwisselen

De vakgroepvoorzitter noemt als voorbeeld een akkerbouwer die een perceel heeft dat tegen de grond van de melkveehouder aanligt. ‘De melkveehouder verhuurt grond aan de akkerbouwer en kan vervolgens een perceel naast de huiskavel terugkrijgen. Dat soort uitwisselingen doet recht aan de diversiteit van de regio’s.’

Landbouwminister Carola Schouten loopt vooralsnog niet warm voor uitwisseling, merkt de vakgroepvoorzitter. ‘Wil grondgebondenheid slagen, dan hebben we de overheid nodig. Als de overheid en de maatschappij dit willen, dan vragen we een bijdrage door dit te faciliteren.’

Meulenbroeks merkt op dat in Zuid-Nederland de grond vaak wel bij de melkveehouder in gebruik is, maar dat grondeigenaar de gecombineerde opgave doet. ‘Je ziet dan ook dat in Zuid-Nederland een hoger percentage mest is afgezet. Mest blijft vaak in de buurt.’

Animo bij akkerbouwers

Van Middelaar ziet animo bij akkerbouwers voor grondruil. ‘Je ziet dat akkerbouwers steeds meer oog hebben voor rundveemest. Ze staan nu ook open voor de grasteelt, omdat de opbouw van organische stof in de bodem erg hard gaat. De grond krijgt relatief rust ten opzichte van de intensieve akkerbouwteelt. Door het gras na drie jaar te scheuren komt er veel organische stof vrij.’

Wel merkt Van Middelaar dat ondernemers rekenen: ‘Je ziet boeren die op 65 procent eigen eiwit telen, een andere eis voor grondgebondenheid. Ze hebben misschien nog plaatsingsruimte voor koeien in de stal, maar fosfaatrechten zijn nu duur. Extra koeien betekent extra voer aankopen waardoor de 65 procent eigen eiwit weer in gevaar komt.’

Van Middelaar ziet daarom in de huiskavel ook een belemmering om het bedrijf verder te ontwikkelen. ‘Voor sommige ondernemers zal het verstandig zijn om de veestapel te krimpen om op die manier grondgebonden te worden. Dat klinkt misschien niet als ondernemen, maar het is wel realiteit.’

Weer

  • Dinsdag
    3° / 1°
    30 %
  • Woensdag
    5° / 0°
    20 %
  • Donderdag
    5° / 0°
    10 %
Meer weer
@nieuweoogst.nu