Kamerbrief+fosfaatdossier+gepubliceerd
Nieuws
© DIRK HOL

Kamerbrief fosfaatdossier gepubliceerd

De Nederlandse melkveehouderij balanceert nog steeds op het randje, wat betreft de ruimte die het nationale fosfaat-en stikstofplafond bieden. Maar een nieuwe generieke korting komt er niet, zegt minister Schouten stellig. Vijftig procent van de bijna 6800 bezwaarschriften tegen de fosfaatbeschikkingen zijn afgehandeld.




Dat zijn enkele conclusies uit de Kamerbrief die minister Schouten vrijdagavond heeft gepubliceerd, naar aanleiding van een nieuwe fosfaat-en stikstofproductie prognose van de veehouderij in Nederland voor heel 2018. Deze prognose is gebaseerd op de situatie van 1 juli dit jaar. Minister Schouten benadrukt dat dat het fosfaatrechtenstelsel individuele ondernemers hard kan raken en soms pijnlijke offers vraagt.

‘Bij de uitvoering van het stelsel moet ik een balans vinden tussen rekening houden met de persoonlijke omstandigheden van ondernemers, die mij absoluut aan het hart gaan, en het belang van de sector als geheel. Ik begrijp dat mensen opkomen voor hun bedrijf en tot het uiterste gaan om hun persoonlijke situatie te verbeteren. Het is dan mijn verantwoordelijkheid om mensen duidelijkheid te geven over waar zij aan toe zijn. Dat doe ik door bij RVO.nl alles in het werk te stellen om besluiten tijdig maar ook zorgvuldig te nemen.’

Effect extreme zomer

Wat betreft de melkveehouderij ligt de geprognosticeerde fosfaatexcretie onder het sectorplafond (ca. 5 procent) maar de stikstofexcretie ligt erboven (ca. 1,5 procent). LNV minister Schouten: ‘Het fosfaatrechtenstelsel lijkt dus effect te hebben, maar we zeilen nog steeds scherp aan de wind. Ik blijf de situatie nauwlettend in de gaten houden.’

Het Centraal Bureau voor de Statistiek, dat de cijfers aanlevert, merkt hierbij op dat de onzekerheid in deze prognose is toegenomen vanwege de extreem droge en warme weersomstandigheden deze zomer. De invloed hiervan is nog niet duidelijk. Dit betekent dat bij de cijfers een extra slag om de arm moet worden gehouden, aldus de minister.

50 procent bezwaarschriften afgehandeld

RVO.nl heeft circa 20.000 fosfaatbeschikkingen vastgelegd. Hiertegen zijn 6.795 bezwaarschriften ingediend, waarvan er op 11 september 2018 3.358 waren afgehandeld (50 procent). RVO.nl stelt alles in het werk om de grote hoeveelheid bezwaarschriften zorgvuldig en binnen de wettelijke termijnen af te handelen.

Wettelijk geldt hiervoor een termijn van 6 weken, die eenmaal met 6 weken kan worden verlengd. Van de afgehandelde bezwaarschriften is 66 procent binnen de wettelijke termijn afgehandeld. De afhandeling van bezwaren overlapt deels met de beoordeling van de aanmeldingen voor de knelgevallenvoorziening. Veel bedrijven die zich hebben aangemeld voor de knelgevallenvoorzieningen hebben namelijk ook bezwaar gemaakt tegen de initiële beschikking voor de toekenning van fosfaatrechten.

In die gevallen wordt de beoordeling van de aanmelding voor de knelgevallenvoorziening gecombineerd met de afhandeling van het bezwaarschrift. In totaal hebben 2.490 bedrijven zich direct of via de bezwaarprocedure aangemeld voor de knelgevallenvoorziening. Op dit moment zijn er 278 aanvragen voor de knelgevallenvoorziening toegekend. Er zijn nog 604 aanvragen in behandeling.

Stand van zaken overdracht fosfaatrechten

De overdracht van fosfaatrechten is mogelijk sinds januari 2018. In de eerste maanden van 2018 was sprake van een opstartfase, sinds maart is de gemiddelde doorlooptijd van de afhandeling van de overdracht van fosfaatrechten binnen de wettelijke termijn van 8 weken, te rekenen vanaf het moment dat de leges zijn ontvangen en de termijn voor eventuele blokkade door een hypotheekhouder is verstreken. RVO.nl neemt aanvragen in behandeling wanneer de leges zijn betaald.

Tot en met 6 september 2018 zijn er 5.946 aanvragen ingediend voor overdracht van fosfaatrechten. Hiervan zijn er 4.504 afgehandeld. De overige zijn nog in behandeling of zijn aangehouden omdat het een bedrijf met vleesvee betreft. Er zijn circa 25 complexe verzoeken tot overdracht die meer tijd vergen, omdat er sprake is van bijvoorbeeld een blokkaderecht, een beslaglegging of omdat er nader onderzoek nodig is.

Uitspraken College van Beroep

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft op 13 augustus jl. uitspraken gepubliceerd gerelateerd aan het fosfaatrechtenstelsel. Het CBb heeft geoordeeld dat RVO.nl niet tijdig besluiten heeft genomen bij het vaststellen van fosfaatrechten (twee maal) en bij het nemen van een beslissing op bezwaar (driemaal). Vervolgens heeft het CBb RVO.nl op last van een dwangsom opgedragen deze besluiten binnen twee weken af te handelen. Schouten: ‘Ik vind het van belang dat de overheid met voorrang gehoor geeft aan rechterlijke uitspraken. RVO.nl heeft inmiddels uitvoering gegeven aan deze uitspraak van het CBb.’

Verder heeft het CBb op 21 augustus jl. geoordeeld dat het fosfaatreductieplan 2017 de rechterlijke toets doorstaat. In twee zaken heeft het CBb het standpunt van de minister volledig gevolgd en de beroepen ongegrond verklaard. In vier zaken is gevraagd om een nadere motivering inzake de beoordeling op individueel niveau. Als een melkveehouder wordt geconfronteerd met feiten en omstandigheden die niet voor alle veehouders gelden en die meebrengen dat hij in bijzondere mate wordt getroffen door de maatregel, kan sprake zijn van een individuele disproportionele last.

Schouten: ‘Voor de conclusie dat een dergelijke situatie zich voordoet, zijn bijzondere omstandigheden noodzakelijk. Hoewel deze uitspraken het fosfaatreductieplan 2017 betreffen en niet het fosfaatrechtenstelsel, vind ik het belangrijk om hiermee ook bij de uitvoering van het fosfaatrechtenstelsel rekening te houden, zodat ondernemers weten waar zij aan toe zijn. Zoals het CBb aangeeft ligt de bewijslast voor het aantonen van een individuele disproportionele last bij de betreffende ondernemer. Daarbij geldt dat niet ieder vermogensverlies disproportioneel is. Het CBb wijst in dit verband op de continuïteit van het bedrijf.

Daarnaast moet sprake zijn van een bijzondere omstandigheid ten aanzien van de individuele onderneming, waarmee andere ondernemers niet te maken hadden. Bepaalde bijzondere individuele omstandigheden die op voorhand gecategoriseerd konden worden, zijn opgenomen in de knelgevallenvoorziening. Het gaat dan bijvoorbeeld om ziekte bij de landbouwer, dierziekte op het bedrijf of infrastructurele werken van een (semi)overheid op het bedrijfsterrein ten tijde van de peildatum. Bij de individuele disproportionele last gaat het om soortgelijke omstandigheden, waarvoor de knelgevallenvoorziening geen soelaas biedt.

Tot slot moet er sprake zijn van causaal verband: de last (financiële situatie) moet het directe gevolg zijn van het fosfaatreductieplan dan wel het fosfaatrechtenstelsel in samenhang met de bijzondere omstandigheid.

Disproportionele last

Een ondernemer die wil bewijzen dat in zijn geval sprake is van een individuele disproportionele last, zal worden gevraagd een aantal zaken aan te tonen. Ten eerste dat de continuïteit van het bedrijf in gevaar is. De ondernemer zal worden gevraagd daarvoor een rapport van de bank te overleggen waar dit uit blijkt, evenals een accountantsverklaring.

Ten tweede zal de ondernemer worden gevraagd aan te tonen dat er in zijn geval sprake was van een bijzondere individuele omstandigheid die buiten de invloedssfeer van de ondernemer zelf lag, waardoor op de relevante data minder melkvee werd gehouden. Dit zal naar verwachting slechts sporadisch aan de orde zijn.

Ten derde zal worden gevraagd met een rapportage van de bank en een accountantsverklaring aan te tonen dat er een causaal verband bestaat tussen het fosfaatreductieplan, respectievelijk het fosfaatrechtenstelsel en het feit dat de bedrijfscontinuïteit in gevaar is. RVO.nl toetst vervolgens of er inderdaad sprake is van een individuele disproportionele last, en zal deze beslissing, conform de uitspraak van het CBb, motiveren.

Via de website van RVO.nl zal nadere informatie verstrekt worden over de in te dienen onderbouwing, zoals de eisen waaraan een rapport over de continuïteit van het bedrijf moet voldoen en een formulier dat gebruikt kan worden om de bijzondere individuele omstandigheid te onderbouwen.

Zorgvuldigheid

Schouten: ‘Ik begrijp dat ondernemers graag op zo kort mogelijke termijn duidelijkheid willen over hun situatie ten aanzien van het fosfaatrechtenstelsel. Het is immers van groot belang om hier rekening mee te houden in de bedrijfsvoering. Het fosfaatrechtenstelsel – en eerder het fosfaatreductieplan 2017, wat een plan van de sector zelf was, – betekent een enorme hoeveelheid werk voor RVO.nl.’

Ondanks de grote hoeveelheid beschikkingen, bezwaarschriften en beroepszaken wordt het overgrote deel van het werk binnen de wettelijke termijnen door RVO.nl afgehandeld, zegt de minister. ‘Ik begrijp dat het voor ondernemers belangrijk is om snel te weten waar zij aan toe zijn, maar ik wil benadrukken dat deze ondernemers vooral ook gebaat zijn bij een zorgvuldig genomen besluit.’

Geen nieuwe generieke korting

Op 17 juli jl. sprak de minister persoonlijk met Eurocommissaris Mededinging Vestager over de staatssteunregels. De Eurocommissaris heeft nogmaals aangegeven dat zij het feit dat er meer rechten zijn uitgegeven dan het sectorplafond van 84,9 miljoen kilogram fosfaat vanuit staatssteunoptiek problematisch vindt en dat de hoeveelheid rechten in de markt (momenteel ca. 85,5 miljoen) zo spoedig mogelijk moet worden teruggebracht.

Omdat Nederland kan aantonen dat de werkelijke fosfaatproductie door de melkveehouderij onder het sectorplafond blijft, kan er van het doorvoeren van een nieuwe generieke korting om het aantal rechten in de markt terug te brengen geen sprake zijn, zegt Schouten. ‘Niettemin is het van belang om het aantal rechten in de markt op een meer geleidelijke manier terug te brengen. De maatregelen voor de vleesveehouderij zijn een belangrijke stap om de hoeveelheid rechten in de markt terug te brengen en ik heb daar steun voor gekregen van de Commissie.

Dat er een discrepantie is tussen de hoeveelheid rechten in de markt en de werkelijke fosfaatproductie heeft namelijk onder andere te maken met het feit dat de excretieforfaits sinds 2015 niet meer geactualiseerd zijn. Als we niets doen aan de hoeveelheid rechten in de markt, dan zal een actualisatie van de forfaits onherroepelijk gepaard moeten gaan met een generieke korting. Daar is de sector niet bij gebaat en dat wil ik dan ook voorkomen.’

Opheffen leasekorting onmogelijk

Ook sprak de minister met Eurocommisaris Vestager over mogelijke opties binnen het fosfaatrechtenstelsel om bedrijven die in financiële problemen zijn gekomen ten gevolge van het stelsel tegemoet te komen. Dat leverde niets op. Ook de motie van de Tweede Kamerleden Geurts (CDA) en Lodders (VVD) om het mogelijk te maken dat maximaal 10 procent van de in bezit zijnde fosfaatrechten verhuurd of gehuurd kunnen worden zonder afroming voor het einde van dit jaar, is niet haalbaar. Het gaat hier namelijk ook om een wijziging van het stelsel en dus van de staatssteunbeschikking.

Voor de Eurocommissaris is de staatssteungoedkeuring op het fosfaatrechtenstelsel leidend. Het fosfaatrechtenstelsel en de bijbehorende staatssteungoedkeuring blijven onverkort en ongewijzigd van kracht. Dat betekent ook dat er geen sprake kan zijn van (tijdelijke) ontschotting tussen de melkveehouderij en andere sectoren. Zoals aangekondigd in het zesde actieprogramma Nitraatrichtlijn zal ik de sectorplafonds vastleggen in de Meststoffenwet. Het wetsvoorstel hiertoe publiceert de minister maandag 17 september , voor internetconsultatie.

Na een intensief overlegtraject heeft de minister ook moeten concluderen dat er geen mogelijkheden zijn voor de Nederlandse overheid om bedrijven te ondersteunen buiten het fosfaatrechtenstelsel om.

Schouten: ‘Het volledige palet aan mogelijke maatregelen vanuit de overheid is verkend en uitgeput. Eerder heeft de Commissie Kalden al gewezen op de verantwoordelijkheid van de financiële sector om in de kern gezonde bedrijven niet om te laten vallen. Naast de melkveehouders zelf hebben ook banken en partijen in de zuivelketen een belangrijke rol gespeeld bij de uitbreiding van de melkveehouderij. Zij dragen dus ook medeverantwoordelijkheid voor de gevolgen daarvan. Ik doe dan ook nogmaals een beroep op hen om maatwerkoplossingen te bieden aan bedrijven die in de problemen zitten.’

Fosfaatbank

Afhankelijk van het verloop van de zogenaamde voorhangprocedure kan openstelling van de fosfaatbank op zijn vroegst op 1 november 2018 plaatsvinden. Daarna moeten de aanvragen worden beoordeeld, waarna de ontheffingen in de eerste maanden van 2019 zullen worden verstrekt.

Desondanks zullen de ontheffingen die op de aanvragen worden verleend wel (met terugwerkende kracht) op 1 januari 2019 ingaan. In volgende jaren zal openstelling van de fosfaatbank steeds op 1 september plaatsvinden, zodat ondernemers voor de start van het nieuwe kalenderjaar zekerheid hebben over of zij over ontheffingen kunnen beschikken. De fosfaatbank wordt gevuld met de 10 procent afroming die bij de transactie van fosfaatrechten plaatsheeft, ten behoeve van jonge boeren die grondgebonden melkvee houden.

Doorstart Kringloopwijzer

In 2019 start de minister een pilot als vervolg op de stilgevallen Kringloopwijzer pilot, waarbij ze de mogelijkheden in beeld laat brengen om bedrijven te stimuleren om aantoonbaar , handhaafbaar en controleerbaar efficiënter te werken dan de vastgelegde normen (forfaits). Ze wil daarbij niet alleen kijken naar het fosfaatrechtenstelsel en de Kringloopwijzer maar ook naar de ervaringen die al zijn opgedaan met bedrijfsspecifieke verantwoording in relatie tot de gebruiksnormen.

Weer

  • Maandag
    7° / 5°
    30 %
  • Dinsdag
    7° / 4°
    20 %
  • Woensdag
    4° / 0°
    20 %
Meer weer