Kleine+huiskavelweide+meer+dan+uitloop
Achtergrond
© Alex J.de Haan

Kleine huiskavelweide meer dan uitloop

Het is heel goed mogelijk om koeien bij een veebezetting van 7,5 koe per hectare huiskavel veel weidegras op te laten vreten, ook al wordt er flink bijgevoerd op stal.

Dat bleek ook dit weideseizoen weer bij onderzoek op de Dairy Campus, als onderdeel van het project Amazing Grazing. Toen het afgelopen zomer erg droog werd, daalde de melkproductie het minst in de groep koeien die het meest kreeg bijgevoerd. Tot aan de extreme droogte vraten de koeien gemiddeld 5 kilo drogestof per koe per dag, ondanks de hoge veebezetting.

Voor het derde jaar bekeken onderzoeker Gertjan Holshof van Wageningen Livestock Research en Dairy Campus-bedrijfsleider Martin de Bree samen met studenten de verschillen tussen een koppel koeien waarbij het bewerkelijke stripgrazen werd toegepast en een koppel waarbij de koeien na vier dagen telkens terugkeerden op hetzelfde perceel; roterend standweiden.

Vier groepen

In beide groepen werd het ene deel van de koppel 1 tot 2 kilo drogestof meer snijmais bijgevoerd dan het andere. Zo kon het effect van extra bijvoeding worden gemeten. Er moest een verschil van 2 kilo drogestof per kilo per dag worden gerealiseerd, maar dat lukte niet helemaal door het alsmaar dalende grasaanbod vanwege de droogte.

Opname van vers gras spiegelbeeld van voeropname op stal

Gertjan Holshof, onderzoeker bij Wageningen Livestock Research

In totaal werden er dus vier koppels van vijftien vergelijkbare koeien qua leeftijd en lactatiestadium met elkaar vergeleken. De groep die het meest kreeg bijgevoerd in het systeem van roterend standweiden, gemiddeld 10,6 kilo drogestof snijmais per koe per dag, produceerde ook de meeste melk. Gemiddeld 28,1 kilo FPCM (melk gecorrigeerd voor vet en eiwit).

De groep die het minst kreeg bijgevoerd en het meeste verse gras opnam, in het systeem van stripgrazen, realiseerde de laagste melkproductie. Gemiddeld 26,4 kilo FPCM. Deze groep vrat gemiddeld 8,4 kilo drogestof snijmais per koe per dag aan het voerhek. Alle koeien kregen een vaste hoeveelheid van 5,5 kilo krachtvoer per dag, ongeacht lactatiestadium en leeftijd, om de proefomstandigheden zo gelijk mogelijk te houden.

Eerdere ervaringen

Ondanks de extreem droge zomer bleken de verschillen tussen het roterend standweiden en het stripgrazen overeen te komen met de ervaringen in 2016 en 2017. Toen werd iets minder bijgevoerd en iets meer vers gras opgenomen. De melkproductie was gemiddeld over 2016 en 2017 per koe per dag 28 kilo FCPM bij roterend standweiden en 27,4 kilo bij stripgrazen. De hoeveelheid bijvoeding met snijmais was gemiddeld 7,4 kilo drogestof per koe per dag bij het roterend standweiden en 7,2 bij het stripgrazen.

Deze twee beweidingssystemen leidden tot verschillen in melkproductie en totale jaarlijkse grasopbrengst, zoals vooraf werd aangenomen. Roterend standweiden is minder bewerkelijk, vergt minder planning en de melkproductie is minder gevoelig voor schommelingen in het grasaanbod.

Stripgrazen

Maar stripgrazen zorgt voor een betere benutting, waardoor de totale jaaropbrengst van het grasland hoger uitpakt. Mits er op tijd wordt gemaaid en het gras niet te lang is bij inscharen, benadrukt Holshof. 'Als je op tijd maait, groeit het gras sneller weer aan en blijft het smakelijker. Als je te lang inschaart, krijg je te veel weiderestanten. Dan werkt stripgrazen averechts. De benutting en graslandopbrengst nemen dan af, in vergelijking met roterend standweiden. Bossen gras zie je heel lang terug als ze te lang worden.'

De opname van vers gras blijkt het spiegelbeeld te zijn van de voeropname aan het voerhek. 'Als je de koeien veel vers gras wilt laten opnemen, moet je ze niet te veel bijvoeren aan het voerhek op stal. Hoe meer je bijvoert op stal, hoe minder de grasopname in de wei is. Maar het verschil in melkproductie is minder groot dan we vooraf hadden ingeschat.'

Grasopname schatten met sensoren
Dit jaar maakte Gertjan Holshof bij de planning van het weiden en maaien voor het eerst gebruik van het nieuwe individuele grasopnamemodel dat in 2016 en 2017 is ontwikkeld. Door gegevens van een neksensor te combineren met informatie van stappentellers en de melksamenstelling, kwam een rekenmodel tot stand. Daarmee kan de individuele grasopname worden berekend met een betrouwbaarheid van 90 procent op koppelniveau. Het rekenmodel wordt volgend jaar door veehouders getest. Tot nu toe wordt de opname van vers gras ruwweg geschat. Dat veroorzaakt onduidelijkheid in rantsoenen. Met een nauwkeurige voorspelling van de opname kunnen rantsoenen beter worden geoptimaliseerd.

Weer

  • Dinsdag
    8° / 4°
    20 %
  • Woensdag
    5° / 1°
    20 %
  • Donderdag
    3° / 0°
    10 %
Meer weer