Natuurinclusief+boeren+is+de+hype+voorbij
Achtergrond
© Jan van den Brink Fotografie

Natuurinclusief boeren is de hype voorbij

Steeds meer boeren in de gemeenten Oude IJsselstreek, Montferland en Doetinchem zijn bereid hun bedrijfsvoering aan te passen om meer natuurinclusief te werken. Ze willen er echter wel financiële zekerheid voor terug.

Er lijkt een verandering gaande. Waar natuurinclusief boeren eerder was weggelegd voor een select groepje natuurliefhebbende boeren, kan het onderwerp nu op veel meer belangstelling rekenen. Dat is althans de conclusie van Henry Steverink. Hij is melkveehouder in Silvolde en voorzitter van agrarische natuurvereniging VAL Oude IJssel, die actief is in de gemeenten Oude IJsselstreek, Montferland en Doetinchem.

Maandag organiseerde de vereniging een avond over natuurinclusief boeren met als thema 'Natuurinclusief Boeren, een zegen of...'. De zaal zat vol, met ruim honderd belangstellenden. 'Twee keer zoveel als we verwacht hadden. We waren echt verrast', stelt Steverink.

Verandering

Het is volgens hem een teken dat er wat aan het veranderen is. 'Waar we eerst werden gezien als een club voor natuurliefhebbers, worden we nu steeds meer een vereniging voor en door boeren. In de afgelopen twee jaar zijn er veertig boeren bijgekomen. Van onze vereniging zijn zowel boeren als particulieren lid. Maar de boeren zijn toch de grootgrondbezitters. Als je echt wat wilt betekenen voor het landschap, moet je de boeren achter je hebben.'

Als ondernemers moeten we het heft in eigen handen nemen

Henry Steverink, melkveehouder in Silvolde en voorzitter van agrarische natuurvereniging VAL Oude IJssel

Uit alles bleek tijdens de bijeenkomst dat boeren wel mee willen in de ontwikkeling naar meer natuurinclusieve landbouw. Maar ze willen financiële zekerheid voor de lange termijn. Europese subsidies gelden doorgaans voor een periode van zes jaar. Een regering gaat maximaal vier jaar mee en vanuit het bedrijfsleven is het de vraag hoe structureel financiële toezeggingen zijn.

Lange termijn

Steverink: 'Boeren, en zeker melkveehouders, denken altijd in de lange termijn. In de opfok van het vee kijk je een paar jaar vooruit, maar zeker bij de aankoop van grond. Dat doe je voor een periode van dertig à veertig jaar. Boeren denken in generaties. De overheid zou zich dat meer moeten realiseren. Zeker nu de regering ook een omschakeling wil naar meer natuurinclusieve landbouw. Dan moet je langetermijnzekerheid bieden.'

Steverink verwacht dat de markt uiteindelijk flexibeler is dan de overheid. Dat toonde ook Wiebren van Stralen aan in zijn presentatie. Hij werkt voor FrieslandCampina en is daar bezig om natuurinclusieve melkproductie te stimuleren. Het aandeel biologisch is bijvoorbeeld harder gestegen dan vijf jaar geleden voorspeld werd.

Steverink: 'In onze winkels liggen ook geen legbatterijeieren meer. Als de markt het wil, zijn er opeens veel meer mogelijkheden. Als iedereen biologisch wil, zul je zien dat boeren in no time omschakelen. Misschien moet het goedkoopste segment uit de schappen gehaald worden. Als de consument betaalt, dan kunnen de boeren het maken.'

Verdienmodel

Tijdens de avond ging de discussie geen enkel ogenblik over het nut of de noodzaak van natuurinclusief boeren. Ook dat verraste Steverink. De rode draad van de avond was het verdienmodel. Daar maken boeren zich zorgen over. Wie gaat het betalen? 'Natuurinclusief hoeft niet per se minder intensief te zijn. Dat is een misverstand. Ik heb zelf ook best een intensief bedrijf. Ik haal 30.000 liter van een hectare. Maar ik heb wel akkerranden en elzensingels aangelegd.'

Van Stralen is er voorstander van om natuurinclusieve landbouw zoveel mogelijk praktisch te bekijken. 'Dat is niet voor ieder bedrijf hetzelfde. Het moet bij je passen. Voor sommige bedrijven zijn dat kleine aanpassingen, andere bedrijven gaan daar heel ver in. Maar daar hoort ook een ander verdienmodel bij.' Dan moet je het product misschien zelf vermarkten. 'Dat is een nichemarkt, maar er is wel markt voor.'

Lastenverlichting

Van Stralen schetst dat er meerdere mogelijkheden zijn om natuurinclusieve landbouw financieel rendabel te maken. Niet alleen de overheid speelt daarin een rol, via subsidies. Ook partijen als het waterschap kunnen natuurinclusieve landbouw stimuleren door bijvoorbeeld lastenverlichting te bieden. De melkfabriek kan natuurinclusieve landbouw stimuleren door daar een meerprijs voor te geven en ook door middel van kostenbesparing valt er winst te halen.

Steverink is dat met hem eens. 'Dan zorg je voor risicospreiding. Stel dat je het verdienmodel, de toegevoegde waarde, over vijf schijven verdeelt. Als dan twee of drie factoren tegenvallen, heb je in ieder geval nog een aantal zaken over die wel voor een plus zorgen. Alleen de overheid of alleen de melkfabriek zijn op de lange termijn niet betrouwbaar genoeg. Als ondernemers en als sector moeten we het heft in eigen handen nemen.'

Coöperatie Streekhout Achterhoek levert houtsnippers
De agrarische natuurverenigingen in de Achterhoek gaan houtsnippers van snoeiwerkzaamheden leveren aan de nieuwe biomassacentrale van ForFarmers in Lochem. De centrale moet vanaf 1 januari 2019 gaan draaien. Ze doen dat via Coöperatie Streekhout Achterhoek waarin de Vereniging Agrarisch Landschap Achterhoek (VALA, de koepelorganisatie van de zes agrarische natuurverenigingen in de Achterhoek), Vereniging Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer zijn verenigd.Volgens voorzitter Dick Looman van de VALA is het een goede manier om het verdienmodel voor agrarisch natuurbeheer te verbeteren. De centrale heeft 7.000 ton houtsnippers per jaar nodig.

Weer

  • Maandag
    6° / 2°
    20 %
  • Dinsdag
    4° / 2°
    20 %
  • Woensdag
    4° / 0°
    30 %
Meer weer
@nieuweoogst.nu