Minder+pieken+en+dalen+op+gesloten+bedrijf
Achtergrond
© Twan Wiermans

Minder pieken en dalen op gesloten bedrijf

Gesloten varkensbedrijven hebben iets meer vertrouwen in de toekomst, blijkt uit reacties van het Nieuwe Oogst Opiniepanel. Het inkomen schommelt er minder, vergeleken met gespecialiseerde zeugenhouderijen. Gesloten bedrijven zijn minder afhankelijk van de veranderlijke biggenprijs.

Vergeleken met gesloten bedrijven is een groter deel van de gespecialiseerde fokzeugenhouders bereid om de varkensstapel in te krimpen. Op de vraag 'Vindt u dat dat veestapel moet worden ingekrompen?' die het Nieuwe Oogst Opiniepanel werd gesteld, antwoordde 40 procent van de varkenshouders met gesloten bedrijven bevestigend, terwijl ruim 50 procent van de gespecialiseerde zeugenhouders en vleesvarkenshouders inkrimping aanvaardt.

Gesloten bedrijven hebben ook meer ontwikkelingsplannen, blijkt uit de vragen over mestverwerking en de toekomstplannen in het lezersonderzoek. Twee derde van de gesloten bedrijven is bereid te investeren in mestverwerking en zich voor jaren vast te leggen. Onder zeugenhouders is dit 50 procent.

• Lees ook: Varkenshouder wil opkoop in heel Nederland

Voerstal huren om bedrijfsvoering meer gesloten te maken

Marcel de Rooij van DLV makelaardij

Verschillen in pieken en dalen

Dat varkenshouders met gesloten bedrijven relatief veel vertrouwen hebben in de toekomst van hun bedrijf, heeft waarschijnlijk te maken met de bedrijfseconomische resultaten van de laatste jaren. Cijfers van Wageningen Economic Research laten zien dat het inkomen op gesloten bedrijven minder fluctueert.

In het topjaar 2017 was de winst op gespecialiseerde zeugenbedrijven ruim 60.000 euro hoger, met gemiddeld 236.300 euro netto resultaat. Maar het meest negatieve resultaat was ook groter, namelijk gemiddeld 162.200 euro in 2015, terwijl het verlies op gesloten bedrijven reikte tot maximaal 140.000 euro gemiddeld, ook in 2015. De pieken en dalen zijn op gespecialiseerde zeugenbedrijven vaak een stuk groter.

ABN Amro-directeur Pierre Berntsen van de afdeling agrarisch kijkt er niet van op. 'Je ziet dit jaar weer heel duidelijk dat de inkomens op gespecialiseerde zeugenbedrijven sterker schommelen dan die op vleesvarkensbedrijven, omdat ze afhankelijker zijn van het verloop van de biggenprijs. Voor gesloten bedrijven bestaat er eigenlijk geen biggenmarkt. De kostprijs van de big is daar bepalend.'

Grotere mestafzetkosten

Tegenover het voordeel van de minder sterke afhankelijkheid van de prijsvorming op de biggenmarkt, staat het nadeel van de grotere mestafzetkosten op gesloten bedrijven. Ook al verschilt dat per jaar en is er een trend dat de afzet van vleesvarkensmest duurder wordt in vergelijking met zeugenmest, vanwege het hogere fosfaatgehalte. Maar gesloten bedrijven beschikken gemiddeld over bijna dubbel zoveel grond als hun gespecialiseerde collega's (zie kader).

Dat geeft ze bovendien de mogelijkheid de voerkosten, veruit de belangrijkste kostenpost op varkenshouderijen, te bufferen. Hier staat tegenover dat de investeringen in varkensrechten hoger zijn. Berntsen: 'Door de jaren heen hebben zeugenhouders de investeringen in varkensrechten gemiddeld sneller terugverdiend. Ook levert de specialisatie efficiëntie- en schaalvoordelen op.'

• Lees ook: 'Warme sanering moet problemen oplossen'

Financiering en verandering

Maar de minder grote afhankelijkheid van de biggenprijs, en de inkomensschommelingen als gevolg daarvan, is volgens Berntsen voor ABN Amro de reden om de verhouding tussen het vreemd en eigen vermogen op vleesvarkensbedrijven anders te beoordelen dan in het geval van gespecialiseerde zeugenhouderijen. De inkomens op gespecialiseerde zeugenbedrijven schommelen sterker en vragen daarom om een hogere solvabiliteit ter bescherming tegen slechte jaren.

Besluiten vermeerderaars daarom hun bedrijf gedeeltelijk of helemaal gesloten te maken? Volgens Marcel de Rooij van DLV makelaardij is het overdreven om te spreken van een trendbreuk. Maar gespecialiseerde zeugenhouders denken erover na om de bedrijfsvoering gedeeltelijk of helemaal gesloten te maken.

Risico spreiden

'Een groep met name jongere varkenshouders die verder vooruitdenken heeft de afgelopen jaren voerstallen gehuurd, om risico te spreiden en te profiteren van de voordelen van gesloten bedrijfsvoering. Tijdelijk is de onroerendgoedmarkt door de opgeleefde inkomsten weer in normale doen geweest. Toen kwam er ook interesse voor het kopen van vleesvarkensstallen, inclusief rechten.'

Hij vervolgt: 'Maar inmiddels zijn we weer terug bij af. De denkwijze is er. Daadwerkelijk de stappen nemen om je niet alleen op vermeerdering te richten, maar ook vleesvarkens te gaan houden, is een grote stap. Het omgekeerde, dat vleesvarkenshouders ook fokzeugen gaan houden, is helemaal zeldzaam.'

Gezondheidsstatus

Vergeleken met de vleesvarkenshouderij in combinatie met aanvoer van biggen loopt een gesloten bedrijf minder gezondheidsrisico.

Berntsen: 'Gezonde varkens, daar draait het om in de toekomst. Dat blijkt ook uit de bedrijfseconomische boekhouding. De bioveiligheid en de daarmee samenhangende gezondheidsstatus van varkenshouderijen verklaren een groot deel van de inkomensverschillen.'

Cijfers van Wageningen Economic Research
De cijfers van Wageningen Economic Research zijn gebaseerd op steekproefbedrijven die een representatieve doorsnee vormen van alle ruim 600 gesloten bedrijven die er nog zijn in Nederland. Het aantal gesloten bedrijven daalde sinds 2014 van 720 naar 640 in 2017. Het aantal gespecialiseerde zeugenhouderijen daalde van 940 naar 780. Het gemiddelde steekproefbedrijf had 445 fokzeugen en 2.576 vleesvarkens in 2017, met 20,2 hectare grond. De groep steekproefbedrijven die de gespecialiseerde zeugenhouderij weerspiegelt in de cijfers van Wageningen Economic Research telde gemiddeld 739 fokzeugen in 2017 en beschikte over gemiddeld 12,7 hectare land. Gemiddeld is de solvabiliteit van alle vleesvarkensbedrijven in Nederland bijna 55 procent (boekjaar 2017). In het goede jaar 2006 was de solvabiliteit gemiddeld 63 procent. Binnen de varkenshouderij ligt de gemiddelde solvabiliteit op vleesvarkensbedrijven hoger dan op zeugenbedrijven en gesloten varkensbedrijven, blijkt ook uit de cijfers van Wageningen Economic Research.De spreiding tussen de varkensbedrijven is groot; 20 procent van de bedrijven heeft een solvabiliteit van minder dan 41 procent terwijl er ook een even grote groep bedrijven is met een solvabiliteit hoger dan 84 procent. De cijfers van Wageningen Economic Research die hierboven zijn beschreven, vind je op de website agrimatie.nl/binternet.aspx. Onder het kopje 'Verlies- en winstrekening' zijn de cijfers onderverdeeld in verschillende categorieën: vleesvarkenshouderij, zeugenhouderij en gesloten bedrijven.

 

Weer

  • Zondag
    7° / -1°
    10 %
  • Maandag
    6° / 2°
    20 %
  • Dinsdag
    4° / 2°
    20 %
Meer weer
@nieuweoogst.nu