%27Onderschat+impact+melkziekte+niet%27
Achtergrond
© Twan Wiermans

'Onderschat impact melkziekte niet'

De impact van melkziekte op een melkveebedrijf moet niet worden onderschat. Het risico op andere aandoeningen verhoogt er aanzienlijk door en subklinisch waart de ziekte rond. Dat is de overtuiging van dierenarts Ton Pijs.

Pijs is verbonden aan de dierenartsenpraktijk Hellendoorn-Nijverdal en begeleidt een pilot waarin de focus ligt op melkziektebestrijding en onderzoek naar de gevolgen ervan later in de lactatie.

'Wij noemen melkziekte een gateway disease. Dat wil zeggen dat melkziekte het risico op veel andere aandoeningen als vuile baarmoeders, slepende melkziekte en klauwproblemen verhoogt', licht hij toe.

• Lees ook: 'Wij willen melkziekte helemaal uitbannen'

Melkziekte is een gateway disease die het risico op veel andere aandoeningen verhoogt

Ton Pijs, dierenarts bij dierenartsenpraktijk Hellendoorn-Nijverdal

Voorkomen beter dan genezen

'Het voorkomen van melkziekte is daarom van groter belang dan een 'gewone' bestrijding van aandoeningen. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat er gemiddeld op elk klinisch geval van melkziekte nogmaals vijf andere koeien subklinische melkziekte hebben.'

Elke melkveehouder kent het probleem van melkziekte bij een pas afgekalfde koe. Er wordt wel heel verschillend tegen de ernst van de aandoening aangekeken.

Bagatelliseren

Dat heeft er onder andere mee te maken dat een behandeling met infuus vaak vrij snel aanslaat. Daarmee ligt het risico op de loer dat het probleem wordt gebagatelliseerd. Allereerst voor de koe zelf.

Een infuus bevat een boost aan calcium dat direct de bloedbaan ingaat, waarmee de koe weer op de been wordt geholpen. Melkziekte is in de basis een tekort aan calcium in het bloed. De calciumbehoefte rond het afkalven stijgt heel snel en deze behoefte moet eigenlijk uit de botten worden aangevoerd.

• Bekijk ook de antwoorden op deze vijf vragen over de weerstandsdip rond afkalven

Onvoldoende voeropname

Wanneer een koe te weinig voer opneemt, schakelt haar metabolisme over op aanvoer van calcium uit het bloed, wat melkziekte veroorzaakt. Vooral bij oudere koeien wordt calcium uit de darm, en dus het voer, opgenomen.

Maar de botstofwisseling bij deze categorie is te traag, doordat het mechanisme dat calcium uit de darm opneemt zich onvoldoende snel aanpast als de koe in droogstand niet goed wordt voorbereid.

Bloedmonsters

In de huidige pilot rond melkziekte begeleidt Pijs elf melkveehouders. Onderdeel van de pilot is dat bij afgekalfde koeien 48 uur na afkalven bloed wordt afgenomen. Hiervan worden de calciumwaarden gemeten. 'Op basis daarvan kunnen we kijken in hoeverre melkziekte rondwaart op een bedrijf.'

Koeien die (sub)klinische melkziekte krijgen, nemen minder voer op. Naast dat ze juist door die mindere voeropname melkziekte krijgen, lopen ze dus meer risico's. 'De werking van de baarmoeder vermindert en deze wordt minder goed opgeschoond na afkalven.

De pens is bij een verminderde voeropname minder gevuld, wat de kans vergroot op lebmaagverdraaiingen. Ook werken de witte bloedlichaampjes minder actief, waardoor de kans op ontstekingen toeneemt.'

Eventuele spierschade

Wanneer hijzelf bij een dier met melkziekte wordt geroepen, neemt hij een bloedmonster. Ook wordt een enzym gemeten in het eigen lab. Hiermee wordt getest in hoeverre de koe eventuele spierschade heeft opgelopen.

Daarnaast wordt standaard een fosforbolus gegeven, omdat een fosfortekort snel optreedt rond het afkalven, bij koeien die te weinig voer opnemen. Daarbij geeft de dierenarts pijnstilling en de koe wordt gedrencht als ze te weinig water heeft opgenomen.

Zelf behandelen

'Veel boeren doen dat zelf. Het behandelen van een koe met melkziekte is dan ook vaak goed te doen en de behandeling slaat ogenschijnlijk snel aan', aldus Pijs.

Dat is volgens hem ook meteen het verraderlijke. 'Daarmee wordt de impact nogal eens onderschat. Daar ligt wat mij betreft de taak, ook voor ons als dierenartsen en voervoorlichters, om er telkens op te wijzen dat die ene koe een indicator is voor de rest van de koppel.'

'Houd de koe aan het vreten'
Matthijs Spithoven is nutritionist bij Agrifirm. 'Na afkalven is de calciumbehoefte hoog en de voeropname nog onvoldoende', stelt hij. 'De koe moet daarom aanspraak maken op haar calciumreserves in de botten. Het beschikbare ruwvoer is soms ongeschikt voor de droogstand. Dit kan leiden tot te hoge calciumgehaltes in het rantsoen en het calciummetabolisme van de koe wordt 'lui'. In zo'n geval kun je nog sturen door het aandeel magnesium en vitamine D in het bloed op peil te houden via het aanvullen van mineralen. Deze twee elementen spelen een belangrijke rol in het calciummetabolisme. Voeropname na het afkalven is het allerbelangrijkste, zeker voor koeien met subklinische melkziekte.

Weer

  • Donderdag
    12° / 2°
    10 %
  • Vrijdag
    11° / 1°
    10 %
  • Zaterdag
    9° / 0°
    10 %
Meer weer
@nieuweoogst.nu