NVWA+vindt+geen+bron+voor+bruinrot
Nieuws
© Nieuwe Oogst

NVWA vindt geen bron voor bruinrot

De NVWA verwacht niet dat het traceringsonderzoek naar besmettingen van pootgoed dit jaar met bruinrot concreet een aanwijsbare besmettingsbron oplevert.

Dat meldde sectormanager akkerbouw Bert Waterink van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) dinsdagavond tijdens een telersavond van LTO-werkgroep Pootaardappelen in Espel. 'Ondanks alle vermoedens zijn er te weinig bewijzen om de bruinrotgevallen van dit jaar te herleiden tot de overstromingen van pootgoedpercelen na een zomerstorm in 2015. Bij eerdere besmettingen in 2016 en 2017 was dit wel het geval.'

• Lees ook: NVWA treft bruinrot in pootgoed aan

Enkele weken geleden werd de Nederlandse pootgoedsector opgeschrikt vanwege vondsten van bruinrot op pootgoedbedrijven in Friesland, Groningen en Noord-Holland. Volgens Waterink betreft het besmettingen in het ras Spunta op drie bedrijven en een besmetting in het ras Bartina op het Groningse bedrijf.

Belast met maatregelen

'Uiteindelijk zijn deze vier bedrijven belast met maatregelen die volgen op een bruinrotbesmetting', verklaart Waterink. De NVWA-manager geeft aan dat in totaal veertien pootgoedbedrijven met zusterpartijen betrokken waren bij het traceringsonderzoek.

'Het onderzoek naar de lijnbesmetting in Spunta kwam uit bij één specifiek perceel. Dat leverde een match op tussen twee zusterpartijen. Vervolgens hebben we van andere aanverwante partijen meer dan duizend monsters onderzocht, maar dat leverde geen extra informatie op.' Ook voor Bartina verwacht Waterink niet dat de uiteindelijke introductiebron van de bacterie bekend wordt. Dit deel van het traceringsonderzoek is overigens nog niet volledig afgerond.

Ook in consumptie

Naast de vier pootgoedbedrijven zijn op twee consumptiepercelen ook besmettingen gevonden van bruinrot. Het betreft hier bedrijven in gebieden met een verbod voor beregenen van aardappelen met oppervlaktewater. Beide bedrijven negeerden dat verbod, aldus Waterink.

Voorzitter Peter Berghuis van LTO-werkgroep Pootaardappelen bevestigt dat de hernieuwde uitbraak van bruinrot vooral in de betreffende gebieden voor veel onrust zorgt onder pootgoedtelers. Hij vertelt dat een informele werkgroep van enkele Groningse pootgoedtelers zich buigt over mogelijke preventieve maatregelen om bruinrot beter beheersbaar te houden.

'De voorstellen betreffen onder meer het weren van hoogwaardig pootgoed van gevaarlijke percelen of delen van percelen. We denken dan aan laagliggend land of stroken langs grote watergangen. Pootgoedtelers kunnen daar wellicht beter bufferstroken aanleggen met consumptieaardappelen of laagwaardig pootgoed', legt Berghuis uit.

Bewust van risico's

Volgens de bestuurder worden de preventieve maatregelen verder uitgewerkt binnen LTO-werkgroep Pootaardappelen. 'Het gaat om vrijwillige maatregelen die de pootgoedtelers vooral bewust moeten maken van de risico's op bruinrotbesmettingen. Wij willen handvatten meegeven om de kans daarop te beperken.'

Tot slot heeft de NVWA het verzoek van LTO gehonoreerd om bij de partijbemonstering op bruinrot naast hoog en laag, matig als extra risicoklasse in te voeren. Bij partijen met een hoogrisico moet één monster op 25 ton pootgoed genomen worden. Voor laagrisico is één monster voldoende voor een hele partij, met een maximum partijgrootte van 6 hectare.

'De klasse matig gaat uit van één monster op 75 ton pootgoed. Die is vooral van toepassing op partijen van pootgoedtelers die eerder besmet zijn geweest. Normaal vallen deze bedrijven drie jaar in de hoge risicoklasse. Wij vinden dat onnodig, omdat deze telers hebben moeten investeren in volledig nieuwe en dus schone pootgoedlijnen. Er is daarmee geen verhoogde kans op nog eens een bruinrotbesmetting', legt Berghuis uit.

Weer

  • Zondag
    5° / 0°
    60 %
  • Maandag
    7° / 3°
    40 %
  • Dinsdag
    7° / 4°
    20 %
Meer weer