Groeikansen+met+steeds+meer+beperkingen
Achtergrond
© De Snuitgeverij

Groeikansen met steeds meer beperkingen

De Oostenrijkse varkenshouderij is in handen van familiebedrijven, zoals van de familie Gradinger. Met eigen arbeid worden voedergewassen geteeld, geoogst en tot waarde gebracht via biggen en vleesvarkens. Maar duurzame bedrijfsontwikkeling blijkt ook lastig.

Deelstaat Neder-Oostenrijk heeft zich ontwikkeld naar vier verschillende economische gebieden: een industriële regio rond Wenen, een teeltgebied met druiven en fruit, een gebied met akkerbouw en veehouderij en bossen. Het familiebedrijf van Manfred (50) en Christiane (48) Gradinger in Ragelsdorf bevindt zich in die veehouderijregio.

• Lees ook: 'Varkenshouderij enorm veranderd en dat gaat door'

Ze hebben een bovengemiddeld bedrijf met 125 zeugen, 660 vleesvarkens en 100 hectare landbouwgrond. De investeringen om bedrijfsopvolging interessant te maken, hebben de Gradingers al gedaan. Zeven jaar geleden zeiden ze strohuisvesting vaarwel en breidden ze uit van 50 naar 125 zeugen in een driewekensysteem.

'Zeugen op stro zijn mooi reclameplaatje voor supermarkten'

Manfred Gradinger, varkenshouder in Oostenrijk

Groeien naar gesloten

Biggen gaan bij een gemiddeld gewicht van 31 kilo deels naar hun eigen vleesvarkensstal en deels naar een vleesvarkenshouder. Dat gebeurt via de producentengroep Gut Streitdorf. 'We willen op termijn graag alle biggen op ons bedrijf slachtrijp maken, de grond ervoor hebben we', zegt Manfred Gradinger.

Hun zoon Stefan (27) heeft in 2014 de vleesvarkenstak overgenomen en zal later het hele bedrijf, dat ruim twee eeuwen in familiebezit is, voortzetten. 'Een bedrijf wordt bij opvolging in de familie nooit opgeknipt. Een opvolger krijgt het complete bedrijf in handen en moet zijn of haar broers en zussen op redelijke wijze uitbetalen.'

Ontbreekt het aan een opvolger, dan komt een agrarisch bedrijf op de markt. De hoeveelheid grond bij een bedrijf is bepalend voor de ontwikkelkansen van een veehouderijtak. Het aantal vee-eenheden per hectare is gelimiteerd en gekoppeld aan de eigen voerproductie.

Uitbreiden is lastig

Uitbreiden van het aantal hectares om meer dieren te kunnen houden, is lastig. Enerzijds omdat er weinig grond te koop is, anderzijds omdat de grondprijzen heel hoog zijn. Volgens Gradinger wordt in zijn deelstaat 120.000 euro per hectare betaald, met name door fruit- en druiventelers.

'Zulke bedragen kun je met het telen van akkerbouwgewassen en het houden van varkens niet rendabel krijgen.' Ontwikkeling van familiebedrijven vindt volgens hem daarom vaak plaats door huwelijken, inbreng van eigen arbeid en investeren met eigen vermogen. Grondgebondenheid heeft als voordeel dat de varkensdrijfmest optimaal tot waarde kan worden gebracht. Daarnaast zijn de voerkosten te beperken.

Zelfgeteeld veevoer

Het grootste deel van de rantsoenen voor de zeugen, biggen en vleesvarkens bestaat uit zelfgeteelde korrelmais en tarwe. Gerst is bestemd voor de biggen en baktarwe wordt verkocht. De eiwitbron, soja, kopen ze aan. Premixen en additieven zoals ruwe celstoffracties en mycotoxinebinders betrekt Gradinger bij Biomin.

Op gebied van dierenwelzijn loopt Gradinger zeker niet voorop. Couperen en met pijnstiller castreren zijn de norm. 'Verwerkers zijn bang voor varkensvlees met berengeur. Het houden van zeugen op stro - circa 5 procent van de Oostenrijkse zeugenstapel - is volgens hem een mooi reclameplaatje voor supermarkten.

Nichemarkt

'De meerkosten worden vergoed, maar als varkenshouder beur je niets extra's. Daarom blijft dat een niche', is de overtuiging van Gradinger. Hij verwijt supermarkten dat ze goedkoop varkensvlees van over de hele wereld inkopen, om dat met een flinke marge in de vleesvitrine te leggen. Terwijl Oostenrijk net iets meer dan 100 procent zelfvoorzienend is met varkensvlees.

'Door die importen moeten we met een deel van ons varkensvlees concurreren op de wereldmarkt. Het zet het rendement van de varkenshouderij extra onder druk.'

Oostenrijkse varkenshouder heeft lagere kostprijs
De Oostenrijkse varkenshouderij is de afgelopen 25 jaar in omvang gekrompen. In de jaren negentig van de vorige eeuw werden er 3,6 miljoen varkens gehouden. In 2017 waren er dat er nog 2,8 miljoen, waarvan 239.000 zeugen. Ook het aantal bedrijven met varkens kromp fors. Van 64.000 in het jaar 2000 naar 24.000 over in 2016. Wettelijk is vastgelegd dat per te houden varken een bepaalde omvang akkerland beschikbaar moet zijn. Deze voorwaarde maakt de varkenshouderij milieuvriendelijk en kringloopgericht. EU-cijfers wijzen uit dat een kilo varkensvlees 5 cent goedkoper kan worden geproduceerd dan in Nederland. Met name voer-, arbeid- en mestkosten zijn lager.

Weer

  • Donderdag
    3° / 0°
    10 %
  • Vrijdag
    1° / -2°
    10 %
  • Zaterdag
    1° / -3°
    20 %
Meer weer