Bodemkwaliteit+aandachtspunt+bij+grondruil
Achtergrond
© Koos van der Spek

Bodemkwaliteit aandachtspunt bij grondruil

Akkerbouwers en melkveehouders werken vaak samen met uitwisseling van grond en voor mestafzet. Binnen het project 'Circulaire Landbouw Sint Tunnis Boxmeer' worden de voor- en nadelen onder de loep genomen en doorgerekend. Komende dinsdag worden de resultaten gepresenteerd.

Het is een regionale kringloop: melkveehouders en akkerbouwers die jaarlijks om tafel zitten, gezamenlijk bouwplannen maken, grond ruilen en een-op-een afspraken maken over mest. Op de oostelijke zandgronden van Brabant is dit de alledaagse praktijk.

Melkveehouder Gerrit Wientjes uit Sint Anthonis vormt, samen zijn akkerbouwpartner, een van de vijf koppels die binnen het project 'Circulaire Landbouw' aan het onderzoek hebben meegewerkt. Niet dat hij speciaal voor het project deze samenwerking is aangegaan. Wientjes weet al bijna niet meer beter.

'Ik werk al een jaar of vijftien samen met een akkerbouwer uit de buurt. Je wil er allebei beter van worden, zo simpel is het. En dat lukt het ene jaar beter dan het andere.'

Bij langdurige samenwerking niet op laatste kilo's zitten

Gerrit Wientjes, melkveehouder in Sint Anthonis

Samenwerking verder uitgebreid

Wientjes heeft de samenwerking gedurende de jaren steeds verder uitgebreid. 'We zijn destijds klein begonnen met het uitruilen van enkele percelen grasland die om moesten en die ik dan na twee jaar weer terug in gebruik nam. Inmiddels is dat behoorlijk gegroeid. Zo heb ik het afgelopen jaar 1.000 kuub drijfmest af kunnen zetten.'

Een samenwerking als deze levert beide partijen financieel voordeel op, van een paar honderd tot wel 500 euro per hectare per jaar voor ieder, zo is becijferd in het onderzoek. Dat voordeel ontstaat door mestlevering aan de akkerbouwer en doordat er op regionaal niveau intensievere bouwplannen kunnen worden toegepast; meer rooivruchten die een hoger rendement opleveren.

Maar volgens Jos Verstraten, die namens ZLTO Sint Anthonis een van de opdrachtgevers is voor het project, is er duidelijk nog winst te berekenen voor beide partijen. 'Zeker voor de korte termijn. Maar er zijn ook wel zorgen met betrekking tot bodemkwaliteit, het verloop van de organischestofopbouw en het verlies van stikstof door het veelvuldig scheuren van grasland. Daar liggen uitdagingen en kansen voor de langere termijn.'

Vertrouwen

Daar stipt Verstraten meteen een van de grootste valkuilen aan van samenwerking. Door de hogere belasting van de bodem, loopt de bodemvruchtbaarheid terug. Dan rijst de vraag wiens probleem dit is. Deze onzekerheid over risico's, in combinatie met het eerlijk verdelen van de voordelen, doet een groot beroep op vertrouwen in relaties tussen beide partijen.

Wientjes gaat daar praktisch mee om. 'Het is geven en nemen. Als je een langdurige samenwerking aangaat, dan moet je niet op de laatste kilo's gaan zitten. Je moet het ruim zien, maar natuurlijk ga je ervan uit dat je er allebei de voordelen van hebt.'

De melkveehouder heeft regelmatig contact met zijn buurman om de zaken op elkaar af te stemmen. 'Je bespreekt dan wat het beste past en hoe je dat gaat doen. En aan het einde van het jaar zetten we de plussen en minnen op een rij. Meestal moeten wij iets bijbetalen, omdat we mais afnemen.'

• Lees ook: Vruchtbare Kringlopen moet sectoren binden

Verschillende samenwerkingsvormen

In de regio Sint Anthonis-Boxmeer komen uiteenlopende typen samenwerking voor. Zo zijn er extensieve samenwerkingsvormen waarbij een melkveehouder na vier jaar gras een jaar aardappelen en/of mais verbouwt, om vervolgens weer over te schakelen op gras. Er is ook een intensievere kant waar een rotatie met aardappelen, vollegrondsgroente, bieten en andere intensieve gewassen plaatsvindt op de voormalige permanente maispercelen.

De samenwerking zoals die nu plaatsvindt, leidt op regionaal niveau tot een grotere intensiteit van het grondgebruik. De organische stof is op sommige plaatsen inmiddels onder de 2 procent gezakt, zo blijkt uit een eerste analyse.

Door de opkomst van goedrenderende akkerbouwgewassen, verandert regionaal het bouwplan. Het areaal grasland wordt kleiner ten gunste van de akkerbouwgewassen. Mais kan de functie als rustgewas niet waarmaken, omdat de bodemvruchtbaarheid en -weerbaarheid door mais niet wordt hersteld.

Eiwit van eigen bodem

Bij samenwerking zouden zowel akkerbouwers als melkveehouders drie pijlers in acht moeten nemen, volgens de projectpartners: benutting van nutriënten, koolstof vastleggen en meer eiwit van eigen bodem halen.

Deze laatste opgave is vastgelegd in de nota Grondgebondenheid waarin de melkveehouderijsector zich heeft verbonden aan meer regionaal eiwit produceren; 65 procent van het eiwit van eigen land.

'De wetgeving is vaak nog een belemmering', stelt Verstraten. 'Want wie is bij samenwerkingsovereenkomsten de gebruiker en wie is verantwoordelijk? De gewenste richting die we op moeten en de hedendaagse praktijk schuurt dan nog wel eens met de bestaande wet- en regelgeving.'

Boer-boermesttransport loont in regio
In een gebied met een mestoverschot en 40 procent gras, 30 procent mais en 30 procent akkerbouwmatige teelten, is het lonend om via boer-boertransport als melkveehouder mest te leveren aan de akkerbouwer. Dat hoeft niet samen te gaan met het verweven van bouwplannen. De drang naar verweving ontstaat als de akkerbouwer toegang wil hebben tot een ruime rotatie voor een gespecialiseerde teelt. Over dit thema vindt op 4 december een studieavond plaats in het Wapen van Wanroij (aanvang om 20.00 uur) waar de resultaten van de analyse van de samenwerkende koppels worden gepresenteerd. Ook zijn er inleidingen en discussies over eiwit van eigen bodem, koolstof en nutriëntenbenutting.

Weer

  • Zondag
    5° / 0°
    60 %
  • Maandag
    7° / 3°
    40 %
  • Dinsdag
    7° / 4°
    20 %
Meer weer