Steeds+meer+eigen+aanfok+van+gelten
Achtergrond
© De Snuitgeverij

Steeds meer eigen aanfok van gelten

Aankopen van dekrijpe gelten is makkelijk en als vermeerderaar kun je je helemaal toeleggen op de biggenproductie. Uit oogpunt van een hogere diergezondheid kopen zeugenhouders fokbiggen van 23 of 8 kilo aan, of ze nemen de fokkerij in eigen hand. Zijn opfokzeugen volgens het boekje klaar te stomen, dan is systeemverandering verantwoord.

Sinds het project 'Opfokzeugen in opleiding' in 2016 startte, neemt de aandacht toe voor een goede quarantaine en adaptatie van gelten. Het belang van gezondheid op het rendement van vermeerderingsbedrijven is aanjager van ontwikkelingen. Zo dienen vermeerderaars de opvang en adaptatie van aangekochte dekrijpe gelten zo perfect mogelijk voor elkaar te hebben.

'Dan zijn ze in staat optimaal te anticiperen op de aanvoer van dieren afkomstig van bedrijven met een gecontroleerde fokkerij, voeding op maat en gecontroleerde gezondheid', zegt Ruud Sturkenboom, fokkerijmanager bij Topigs Norsvin.

'Met zo'n systeem kunnen vermeerderaars zich volledig toeleggen op het produceren van uniforme koppels vleesbiggen met de hoogste genetische vooruitgang vanaf de moeders kant.'

Bij 80 procent is geltenopfok niet optimaal geregeld

Theo Ter Maaten, specialist varkenshouderij bij ABZ Diervoeding

Systeemkeuze

Een opvallende ontwikkeling is dat steeds meer vermeerderaars beginnen met eigen aanfok van gelten. Ze schakelen het transport uit, waardoor een belangrijke bron van insleep van kiemen wordt uitgeschakeld. Sturkenboom: 'Een absolute voorwaarde is dat je op je bedrijf voldoende ruimte, voorzieningen en aandacht hebt. En natuurlijk moet je ook feeling hebben met de fokkerij en een goede administratie voeren.'

Er is veel te kiezen bij eigen aanfok. Bij rotatiekruising kan elke zeug in principe fokgelten voortbrengen. Of je schaft zuivere lijnzeugen aan en houdt die in stand op ongeveer 8 procent van het totale aantal zeugen op het bedrijf. 'Het dierstroommanagement moet te allen tijde op orde zijn. Fouten kunnen invloed hebben op veel productiestadia binnen het bedrijf', stelt de fokkerijmanager.

'Als er een periode gezondheidsproblemen of meer terugkomers zijn, kan dat een jaar later een gat in de instroom van gelten opleveren. Met zulke wisselende omstandigheden moet je om kunnen gaan. Anders kun je beter afgepaste aantallen dekrijpe gelten van een professional blijven aankopen.'

Theo ter Maaten (links) en Ruud Sturkenboom zijn inhoudelijk betrokken bij het meerjarig project ‘Opfokzeugen in opleiding’.
Theo ter Maaten (links) en Ruud Sturkenboom zijn inhoudelijk betrokken bij het meerjarig project ‘Opfokzeugen in opleiding’. © De Snuitgeverij

Niet doorgedacht

Als specialist varkenshouderij bij ABZ Diervoeding kan Theo Ter Maaten dat beamen. 'Bij de bouw van vermeerderingsbedrijven is over de opvang en huisvesting van opfokzeugjes in de meeste gevallen nooit echt doorgedacht. Daarmee worden zeugenhouders geconfronteerd bij het ideaal proberen te krijgen van de geltenopvang of -opfok.'

Ter Maaten schat dat in 80 procent van de gevallen de voeding en stallen op vermeerderingsbedrijven niet optimaal zijn voor het goed opfokken van (eigen) gelten. Vermeerderaars die goede voorzieningen hebben en overwegen fokbiggen aan te kopen of eigen aanfok te doen, moeten het voedingsaspect niet uit het oog verliezen.

'Om fokbiggen goed ontwikkeld in de dekstal te krijgen, moeten ze een ongestoorde groei doormaken', zegt Ter Maaten. 'Ideaal is 3-fasenvoedering waarbij de voersamenstelling is afgestemd op het krijgen van sterke botten en het goed ontwikkelen van voortplantingsorganen, uierweefsel, gezonde darmen en maag.'

• Lees ook: Gelten fysiek en sociaal ontwikkelen

Dieren wegen

Hij vervolgt: 'Voor iedere fase zijn onder andere calcium, verteerbaar fosfor en elektrolytenbalansniveaus van belang voor de juiste botmobilisatie. Verteerbare vezels geven meer rust en onverteerbare vezels houden de darmgezondheid onder controle. En weeg elke twee weken een aantal dieren. Per genetica hebben wij daar een speciale weegtool voor.'

Tot 50-55 kilo moet de jeugdgroei van fokgelten optimaal worden benut. Dat kan prima met onbeperkt voeren aan een droogvoer- of brijbak. 'Maar in de twee fases daarna is een lange trog gewenst om beperkt te kunnen voeren. Fokgeltjes opleggen tussen vleesvarkens raad ik daarom ten stelligste af', aldus Ter Maaten.

Clusteren van fokgelten

De experts zijn het er unaniem over eens dat bij eigen aanfok clusteren van fokgelten en volle hokken nodig zijn. Er is focus op aandacht, zorg, gericht vaccineren en voeding van de toekomstige zeugen. Ter Maaten: 'Door ook de fokkerijbijproducten te clusteren, kun je betere afspraken maken met de afnemer van de biggen.'

Fokken van eigen gelten doe je er niet zomaar even bij. 'Bij een rotatiekruising kan uit alle zeugen de beste dieren worden geselecteerd. Een secure administratie is daarbij een voorwaarde. Bij voorkeur wordt een vast paringsschema gehanteerd, zodat de genetica van de zeugenstapel zo uniform mogelijk blijft', zegt Sturkenboom.

• Lees ook: Anders leren kijken naar opfokzeugen

Fokkerijsperma

'Om de hoogste genetische vooruitgang te realiseren, moeten ook eersteworps zeugen met fokkerijsperma worden geïnsemineerd. Dit draagt positief bij aan het verlagen van het generatie-interval. Bij zuivere lijnfokkerij is paringsplanning complexer, maar dat gebeurt in goed overleg met ons.'

Van geboorte tot dekrijp valt ongeveer 20 procent van de fokgelten af. 'Met het InGene-concept fokken vermeerderaars hun eigen fokzeugen. Ze krijgen daarbij begeleiding en advies van onze fokkerijspecialisten', benadrukt Sturkenboom.

Overschakelen naar eigen aanfok levert extra voerwinst op
Het aandeel zeugenhouders met eigen aanfok groeit gestaag. Vijf jaar geleden fokte ongeveer 40 procent van de zeugenhouders zijn eigen opfokzeugen. Oftewel 60 procent van de zeugenhouders kocht fokgelten aan als speenbig, fokbig van 23 kilo, op een leeftijd van 6-7 maanden, dekrijp of gedekt. Anno 2018 past iets meer dan de helft van de vermeerderaars eigen aanfok toe, volgens fokkerijmanager Ruud Sturkenboom van Topigs Norsvin. Hij zegt dat deze ontwikkeling wordt aangejaagd door het streven naar een hoger gezondheidsniveau. 'Ook vinden ondernemers de afhankelijkheid van een gespecialiseerde varkensfokker soms een reden om over te stappen op rotatiekruising of het zelf in stand houden van zuivere lijnzeugen.' Wat vermeerderaars die overstappen vanuit aankoop van dekrijpe gelten moeten incalculeren, is de invloed op de voerwinst per gemiddeld aanwezige zeug. Naast voerkosten komen er allerlei kosten bij voor entingen, huisvesting en arbeid. En bij eigen aanfok zijn er kosten voor licentiebijdragen en afzet van fokkerijbijproducten. Deze komen allemaal na de voerwinst. Hierdoor is de voerwinst dus hoger bij eigen aanfok. Wordt overgeschakeld op het aankopen van fokbiggen, dan stijgt de voerwinst met 7,9 procent. Wordt gekozen voor eigen aanfok, dan stijgt die voerwinst nogmaals met 5 procent. 'Bij financieringsaanvragen en vergelijking van financiële bedrijfsresultaten moet dus terdege rekening worden gehouden met de manier van het vervangen van de zeugenstapel', stelt Sturkenboom. 'Een 12,9 procent hogere voerwinst bij de overstap naar eigen aanfok is te belangrijk om geen rekening mee te houden.'

Weer

  • Zaterdag
    1° / -4°
    10 %
  • Zondag
    8° / 0°
    70 %
  • Maandag
    6° / 3°
    40 %
Meer weer