Vermeerderaar+wil+meer+contactmomenten+opfokker
Reportage
© Studio Van Assendelft

Vermeerderaar wil meer contactmomenten opfokker

Vermeerderaar Stefan Donkers uit Erp vindt communicatie tussen opfokker en vermeerderaar belangrijk. 'Als vermeerderaar wil ik weten hoe mijn opfokkoppel opstart.'

Donkers noemt een voorbeeld wat goed overleg tussen opfokker en vermeerderaar oplevert. 'Ik voer mijn kippen direct, als de lamp aangaat. In overleg met de opfokker voerde die ook direct, als de lamp aanging. Toen het koppel bij ons in de stal kwam, waren ze daaraan gewend. Dat levert meer rust in de stal op en dus minder uitval.'

• Lees ook: Communicatie opfokker en vermeerderaar belangrijk

De voerstrategie kan invloed hebben het op het gedrag van de kippen. Zeker met de onbehandelde snavels van de moederdieren is dat belangrijk. Donkers heeft nu het derde koppel hennen met onbehandelde snavels en dat bevalt goed.

Een maandelijks contact met opfokker zou eigenlijk zo gek niet zijn

Stefan Donkers, vermeerderaar uit Erp

33.000 dieren

Samen met zijn vrouw Ingrid houdt de vermeerderaar 33.000 vleeskuikenouderdieren in Erp. Een stal met gangbare Ross 308 en sinds dit jaar drie stallen langzaam groeiende vleeskuikenouderdieren Ross Ranger. 'Voorheen produceerden wij broedeieren voor de exportmarkt. Na het faillissement van onze afnemer produceren we voor de Nederlandse markt', vertelt de ondernemer.

'De langzaam groeiende hennen worden apart opgefokt. Bij de ontvangst vonden we al eieren in de kratten. Bij de volgende opfok gaan we dus in overleg het lichtschema aanpassen en het gewicht anders sturen, zodat de kippen later beginnen met leggen.'

Stuurgroep

Donkers is sinds een jaar lid van de Stuurgroep Opfok en Vermeerdering LTO/NOP en NVP. Dat is het platform om bestuurlijk afspraken te maken met de overheid, maatschappelijke organisaties en de Dierenbescherming. 'Ik vind het interessant. Je ontmoet collega-vermeerderaars en opfokkers en kunt meepraten en beslissen over belangrijke zaken.'

Daarnaast is Donkers lid van een studieclub voor jonge vermeerderaars. 'Inmiddels zijn we allemaal tien jaar ouder, maar we bespreken met vijf collega's echt alles over onze bedrijfsvoering. Daar leer ik veel van', zegt hij.

Stalgrootte

'Ik wil mijn koppel in een pluimveearm gebied opfokken vanwege de ziektedruk. Dat is helaas niet altijd mogelijk', zegt de ondernemer. In overleg met de opfokorganisatie plant hij de geboortedatum van zijn volgende koppel kippen. 'We proberen de stalgrootte passend te maken aan de aantallen voor mijn stallen. Verder kijken we naar de inventaris en proberen die zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen.'

Donkers bespreekt in overleg met de opfokorganisatie en de afnemer van de broedeieren het entschema. De opfokorganisatie regelt de eendagskuikens, het opfokbedrijf, het transport van de kippen en begeleidt de opfok.

Goede start

De vermeerderaar neemt na de eerste levensweek contact op met de opfokker hoe de start is verlopen. 'Een goede start is het fundament voor een succesvol koppel. De uitval in de eerste week zegt dan ook al veel over het verdere verloop van het koppel. Bij een minder goede start is de kans groot dat de uniformiteit lager is.'

De ondernemer is weleens gaan kijken bij het lossen van zijn kuikens op het opfokbedrijf. Het eerste bezoek aan de opfokker plant hij op ongeveer tien weken leeftijd. 'Je krijgt dan een indruk van het bedrijf, het koppel en bespreekt de opfok door met de opfokker. Dan heb je nog de mogelijkheid om zaken zoals gewichtsverloop bij te sturen.'

Luxmeter

Donkers neemt zijn eigen luxmeter mee om de lichtsterkte bij de opfokker te meten. 'Ik vang ze op met dezelfde lichtsterkte, geef ze een dagportie voer en dan de lamp uit, zodat er rust komt.'

De vermeerderaar bezoekt het opfokbedrijf minimaal twee keer. 'Contact met de opfokker heeft voor mij echt meerwaarde. Als je elkaar vaker in de ogen kijkt, ben je eerder bereid om iets voor elkaar te doen. Er is meer begrip voor elkaar.'

Nakeuren

Binnen een week na opzet van het koppel bij de vermeerderaar komen specialisten van de opfokorganisatie het koppel nakeuren. Zij lichten het uitgebreide informatiepakket toe en geven adviezen. Later koppelen zij de start terug met de opfokker. Donkers zou de terugkoppeling van vleeskuikenresultaten graag anders zien; niet alleen als de uitval te hoog is.

'Een maandelijks contact met opfokker zou eigenlijk zo gek niet zijn. Je investeert tenslotte ruim 13 euro per kip. Je werkt op basis van vertrouwen. Dat moet ook. Door meer transparantie en gegevens delen tussen opfokker, vermeerderaar en vleeskuikenhouder kunnen we als vleespluimveekolom sterker worden.'

Vier opfokorganisaties in Nederland
In Nederland worden 5,2 miljoen vleeskuikenouderdieren gehouden. Vier opfokorganisaties, Pluvita, PoultryPlus, De Heus en ABZ Diervoeding, regelen grotendeels de opfok van de vleeskuikenouderdieren. Een opfokker ontvangt eendagskuikens en fokt die op tot twintig weken leeftijd. Een vermeerderaar houdt vleeskuikenouderdieren tot een leeftijd van ongeveer zestig weken. Jaarlijks produceren de ouderdieren 1,1 miljard broedeieren waarvan 60 procent wordt geëxporteerd als broedei of eendagskuiken.

Weer

  • Dinsdag
    7° / 4°
    20 %
  • Woensdag
    4° / 0°
    20 %
  • Donderdag
    3° / 0°
    20 %
Meer weer