Zaaien+vanggewas+vraagt+maatwerk
Achtergrond
© Fotografie Twan Wiermans

Zaaien vanggewas vraagt maatwerk

Dat maistelers tijdig een vanggewas in de grond moeten hebben, staat vast. Welke methode daar het best bij past, verschilt per regio en zelfs per perceel. John Verhoeven van Wageningen University & Research (WUR): 'Overleg als teler hierover nadrukkelijk met je adviseur én je loonwerker.'

Verhoeven is projectleider van Grondig Boeren met Mais, mede mogelijk gemaakt door 'ELFPO - Europa investeert in zijn platteland'. Dit project loopt al enkele jaren in Noord-Nederland en sinds 2017 en 2018 ook in Brabant en Limburg. In laatstgenoemde regio's komen zand- en lössgronden het meest voor.

Per 2019 is een vanggewas in de bodem vóór 1 oktober verplicht bij de teelt van snijmais. Voor korrelmais, CCM, MKS of biologische mais geldt 31 oktober als uiterste datum.

Drie manieren om vanggewas te zaaien

Een vanggewas zaaien kan op drie manieren: als nazaai direct na de oogst, als onderzaai wanneer de mais op kniehoogte staat of als gelijkzaai rondom het moment van maiszaaien. Wat de beste methode is, is niet te zeggen. Een vanggewas zaaien na de oogst is het eenvoudigst; de opkomst gaat meestal goed en het gewas beconcurreert de mais niet. Ook is onkruidbestrijding eenvoudiger zonder vanggewas onder mais.

Ik ga er niet van uit dat mais voor 1 oktober te oogsten is

Thieu Bongers, melkveehouder en deelnemer aan het project Grondig Boeren met Mais Limburg

Oogsten voor 1 oktober is echter vaak erg krap. Afgelopen jaar werd de snijmais gemiddeld gezien extreem vroeg geoogst en kon dat wel. Maar in 2017, wat statistisch gezien ook een vroeg oogstjaar was, werd zelfs in Brabant en Limburg nog 40 procent na 1 oktober geoogst.

• Lees ook het interview met Ferd van de Ven, teler van het Maismeetnet: 'Flexibiliteit vanggewasverplichting is wenselijk'

Druk op loonwerkers

Gokken op een oogst voor 1 oktober brengt nog een risico met zich mee: de drukte onder loonwerkers in de tweede helft van september. Logischerwijs kan de loonwerker niet overal tegelijk zijn.

Verhoeven pleit voor goed overleg tussen teler, adviseur en loonwerker over welke optie het best past bij het bedrijf. Dat kan zelfs per perceel verschillen. Bijvoorbeeld omdat het ene perceel natter of droger is, of omdat de risicodruk van aaltjes in de bodem sterk afwijkend kan zijn in percelen die ook voor wisselteelt worden gebruikt.

Praktijkproeven

Thieu Bongers is ervaringsdeskundige. Hij melkt 115 koeien op zijn bedrijf in Kelpen-Oler en is deelnemer aan het project Grondig Boeren met Mais Limburg. Op een perceel van zijn areaal van 21 hectare maisland deed hij afgelopen jaar ervaring op met een demonstratie gelijkzaai met rietzwenkgras.

Op het perceel van Bongers werden afgelopen jaar drie zaaimethodes uitgeprobeerd. De eerste strook betrof het klaarmaken van het zaaibed met een smaragd. Hierbij werd, net als bij de tweede en derde techniek, 15 kilo graszaad gebruikt. De tweede strook werd ingezaaid met een graszaadzaaimachine en de derde door volvelds het graszaad te zaaien vanuit de fronthef van de trekker die de maiszaaimachine trok.

'De tweede optie kan goed werken, maar is sowieso duur', stelt Bongers. 'De derde kwam niet helemaal uit de verf. Tussen de rijen groeide weinig gras. Misschien helpt het als ik de grond direct na het zaaien kan eggen. De eerste optie gaf het beste resultaat. Komend seizoen probeer ik de optie met de smaragd of het volvelds graszaad verdelen.'

• Lees ook: Vraagtekens bij verplichting vanggewas

Toch weer inzetten op gelijkzaai

Ondanks de wisselende resultaten wil Bongers komend seizoen weer op een gelijkzaai inzetten. 'Ik gok er niet op dat ik ook dit jaar alle mais voor 1 oktober kan oogsten. Vooral omdat ik laatrijpe rassen wil blijven gebruiken. Die geven gemiddeld toch hogere opbrengsten in kwaliteit en kwantiteit.'

Overtuigd van een hoge slagingskans is Bongers helaas nog niet. 'Je bent bij gelijktijdig zaaien van gras erg afhankelijk van het weer. Als het een tijdje droog is, komt het gras slecht op. En na enkele weken moet de mais tegen onkruid worden gespoten. Ik overleg dan vanzelfsprekend met mijn loonwerker om de juiste mix daarvoor te vinden om het gras te sparen, maar de grasplantjes krijgen toch altijd een tik.'

Ondanks deze zorgen ziet Bongers kansen, dankzij de praktijkproeven binnen het netwerk. 'Ik heb ook nazaai met rogge gedaan, maar in november bleek dat rietzwenkgras dieper wortelde dan rogge en dat de wortels veel robuuster waren. Ook blijkt uit onderzoek binnen ons netwerk dat er minder stikstofvoorraad overblijft in de bodem bij het gelijktijdig zaaien van gras met mais. Uiteindelijk zaai je daarvoor een vanggewas. Het werkt dus wel.'

Rietzwenk of raaigras
Bij gelijk- of onderzaai past gras het best als vanggewas. Rietzwenkgras heeft daarbij het voordeel dat het langzamer groeit dan Italiaans en Engels raaigras, waardoor het voor minder concurrentie zorgt richting de mais. In sommige gevallen kan Italiaans raaigras voordeel bieden voor wie juist een snelle groei van het gras wenst. Er geldt een waarschuwing bij percelen waar wisselteelt met akkerbouw plaatsvindt. Dan is er risico op aaltjesvorming en Italiaans raaigras versterkt dit. Gemiddeld gezien slaagt gelijk- of onderzaai met gras in Noord-Nederland beter dan in het zuiden. ‘Waarschijnlijk doordat de mais in het noorden zich minder snel ontwikkelt en minder massaal wordt. De concurrentie op licht is minder, waardoor het gras meer ruimte krijgt om te wortelen’, aldus John Verhoeven van Wageningen University & Research.

Weer

  • Zaterdag
    2° / -3°
    10 %
  • Zondag
    3° / -4°
    10 %
  • Maandag
    3° / -5°
    10 %
Meer weer