Sector+brengt+vitaliteit+pootgoed+in+kaart
Achtergrond
© Han Reindsen

Sector brengt vitaliteit pootgoed in kaart

De ene partij pootgoed is vitaler dan de andere. Handelshuis HZPC en Averis Seeds vragen zich af of er methodes zijn om de vitaliteit van pootgoed te bepalen, net als dat voor kiemkracht van landbouwzaden gebeurt. De bedrijven zoeken in een nieuw onderzoek naar een snelle, betrouwbare screeningsmethode.

Bij zaden is het een gewone methode: om de kiemkracht van een partij te bepalen, laat de zaadfirma in het lab een aantal zaden kiemen op petrischaaltjes in een warme en vochtige omgeving.

Voor landbouwzaden is dit eenvoudiger dan voor veel groter pootgoed. Een zaad kiemt of niet. Pootgoed kan trager kiemen, minder stengels vormen en de omstandigheden voor goed kiemen zijn erg verschillend bij de afnemers in binnen- en buitenland.

Opkomstproblemen

'Afhankelijk van het seizoen zijn er meer of minder problemen met de opkomst van pootgoed bij consumptietelers', zegt Frank van der Werff van HZPC. 'De opkomstproblemen worden vaak veroorzaakt door een combinatie van factoren. Vaak ligt dit voor een deel aan de omstandigheden in de consumptieteelt, zoals te koud, te nat of een slechte grond. Maar deels kan dit ook liggen aan de vitaliteit van het pootgoed.'

In moeilijke jaren kan 10 procent van poters slecht kiemen

Frank van der Werff, HZPC

Volgens Van der Werff kan het verschil in vitaliteit een natuurlijke oorzaak hebben, maar als de telers invloed hebben op de vitaliteit, zou dat iets zijn om allemaal van te leren. Het liefst willen de initiatiefnemers van het onderzoek bij een partij kunnen meegeven wat de kwaliteit is.

Stressomstandigheden

Factoren die van invloed kunnen zijn op de vitaliteit van het pootgoed zijn drogestofgehaltes, inhoudstoffen en processen in de knollen. Analyses daarvan willen de onderzoekers gaan relateren aan hoe de partijen kiemen onder optimale en stressomstandigheden.

Drogestofgehaltes, inhoudstoffen en processen in de knollen zijn van invloed op de vitaliteit van pootgoed.
Drogestofgehaltes, inhoudstoffen en processen in de knollen zijn van invloed op de vitaliteit van pootgoed. © Han Reindsen

'We doen het bewust onder beide omstandigheden. Voor de meeste rassen hebben we de mogelijkheid ze naar verschillende bestemmingen te zenden. Daar doen we nu al wat mee, maar dat kan nog gerichter, denken we', zegt Van der Werff.

Pootafstand

Op dit moment zijn tests op virus en bacterieziekten gewoon en daarnaast kan het handelshuis op uiterlijke kenmerken selecteren. 'Maar voor hoeveel kiemen er gaan uitlopen hebben we geen test. Toch zou de consumptieaardappelteler rekening kunnen houden met de hoeveelheid stengels die te verwachten is. Die zou bijvoorbeeld de pootafstand kunnen variëren.'

Al vele jaren worden onderwatergewichten bepaald van het pootgoed. Dit zegt wel iets over de kwaliteit van een partij, maar is niet allesbepalend. De onderzoekers willen liever methodes ontwikkelen die op basis van de inhoud van de knollen voorspellen hoe het pootgoed zich gaat gedragen. Die methodes zijn in ontwikkeling, maar nog niet praktijkklaar.

Naar droge stof is al vaker gekeken. 'Als dat gehalte te laag is, is het niet goed, maar dit gegeven is maar een deel van de oplossing van de vraag. Je haalt er misschien de extremen mee uit, maar het is niet genoeg voor 100 procent van de selectie. We verwachten meer van inhoudstoffen.'

Stiens

De onderzoekspartners bouwden in Stiens een speciale voorziening voor de proeven. Daar kunnen kleine partijen pootgoed worden bewaard en getoetst. De partijen om te toetsen zijn afgelopen weken verzameld op de locatie in Stiens.

'Daar komen rassen van Averis en HZPC te liggen. We verwachten dat er enorm veel meetgegevens uitkomen. Daarom doet de Technische Universiteit Delft mee. Zij hebben ervaring met het modelmatig analyseren van zo veel gegevens.'

Een andere academische partner is de Universiteit Utrecht. Hier is expertise op het gebied van het microbioom. Dat is het complex van micro-organismen die de groei stimuleren en de afweer van de plant verbeteren. 'Ziekteverwekkers en antagonisten kunnen een effect op de begingroei van de aardappelen hebben. Welk effect? De combinatie om robuuster te zijn is een apart onderdeel van ons onderzoek.'

Subsidie

Het onderzoek levert kennis voor de hele sector op. Daarom steken de Brancheorganisatie Akkerbouw (BO) en Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN) subsidie in het project.

Van der Werff zegt dat afgelopen seizoen de eerste monsters in het veld zijn genomen bij verschillende telers. 'Nu gaan we de proeven opzetten in de klimaatkas en in het laboratorium. Daarna hebben we zeker meerdere jaren nodig. Dat is om de extremen uit het onderzoek te halen', legt hij uit.

'Seizoensinvloeden kunnen enorm zijn. In een goed jaar kan het zijn dat minder dan 1 procent niet kiemt, in een moeilijk jaar zijn er partijen waar meer dan 10 procent van de poters een probleem geeft.'

Klachten

Uiteindelijk willen Averis Seeds en HZPC met het onderzoek de hoeveelheid klachten verminderen. Resultaten dienen voor de terugkoppeling naar de pootgoedtelers.

'Als we hier meer over weten, komt de volgende stap pas. Dan kunnen we partijen gaan afzetten naar de meest geschikte grond of bestemming. Op klei doet een zwakkere partij het beter dan op zand en de poters reageren anders in een warm land dan in een land met een koud voorjaar. Eerst willen we meer weten en met die resultaten kunnen we volgende stappen zetten.'

Nut van objectieve kwaliteitsbeoordeling
Omdat opkomstproblemen tot discussie leiden tussen pootgoedtelers, handelshuizen en afnemers, willen HZPC en Averis meer weten over de vitaliteit van pootgoed. De afnemer kan zeggen dat het pootgoed niet deugde en de leverancier kan tegenwerpen dat de teeltomstandigheden of de behandeling vóór het poten de oorzaak waren van onregelmatige opkomst. Objectieve gegevens over de pootgoedkwaliteit kunnen deze discussie voorkomen. Voor een pootgoedhandelshuis als HZPC is de objectieve kwaliteitsbeoordeling een nuttig gegeven. Wel lastig is dat voor duizenden partijen, van meerdere pootgoedtelers en soms al vlak na de oogst bepaald moet zijn hoe de kwaliteit van het pootgoed is. Als dit wel kan op basis van metingen aan de knollen en de inhoudstoffen daarin, kan de leverancier de juiste partijen naar de afnemers zenden die daarmee uit de voeten kunnen. Een lagere vitaliteit openbaart zich veel sterker onder stressvolle omstandigheden. Volgens Frank van der Werff van HZPC willen de onderzoekers liefst in september al kunnen zeggen hoe de kwaliteit van een partij is. 'Het zou mooier zijn om dit met een laboratoriumtest te doen dan met uitplanten.' Duidelijk is dat de vitaliteit van pootgoed niet te vangen is met één simpele meting. Eerdere bepalingen lieten al zien dat er een complexere achtergrond is als het de opkomst van pootgoed betreft. Partijen die op het oog goed lijken, kunnen onder lastige omstandigheden opkomstproblemen geven. In het onderzoek in Stiens zullen meerdere jaren en onder optimale en stressvolle omstandigheden pootgoedpartijen worden vergeleken om tot betrouwbare resultaten te komen.

Weer

  • Donderdag
    13° / 4°
    10 %
  • Vrijdag
    14° / 4°
    10 %
  • Zaterdag
    14° / 3°
    10 %
Meer weer