Keren+en+vullen+pootmachine+kost+veel+tijd
Achtergrond
© Twan Wiermans

Keren en vullen pootmachine kost veel tijd

Bij het poten van aardappelen vraagt het keren en vullen van de machine meer tijd dan akkerbouwers zich realiseren. Uit berekeningen van de Stichting de Hoeksche Waard op de Kaart (HWodKa) blijkt dat hiervoor zo'n 40 procent van de tijd nodig is. Bij pootcombinaties die meststoffen toedienen, is de netto poottijd nog minder.

De huidige trend bij het poten is het streven naar verhoging van het aantal hectares per manuur door verschillende taken te combineren in één machinecombinatie. Het gewicht van de combinatie uit het oogpunt van bodemverdichting begrenst de capaciteit per uur.

Een groep innovatieve akkerbouwers binnen HWodKa vraagt zich af hoe het aantal werkbare dagen in het voorjaar beter is te benutten. Om een goed beeld te krijgen van tijdsaspecten van het poten, heeft HWodKa de data behorende bij een uitgevoerde pootkaart nader bekeken. Het gaat bij de pootkaart om een perceel met een netto oppervlakte van 12,4 hectare.

Rijsnelheid en keer-/vultijd

Uit de data is onder andere de rijsnelheid en tijd benodigd voor het keren en vullen af te leiden. De keertijd bedroeg gemiddeld 170 seconden en de gemiddelde vultijd twee minuten per werkgang.

De analyse van de pootkaart leert dat in dit geval gemiddeld ongeveer 60 procent van de tijd gepoot wordt en 40 procent van de tijd nodig is voor het keren en vullen. Bij een gemiddelde rijsnelheid tijdens het poten van 4,92 kilometer per uur kwam de capaciteit (inclusief pauzes) uit op 0,84 hectare per uur. Voor het poten van het hele perceel was 14,43 uur nodig.

Er werd gepoot met een snarenbedplanter met ruggenvormer. De pootbedbereiding was in een aparte werkgang uitgevoerd. De tijd die nodig is voor het keren en vullen hangt in de praktijk onder andere af van de wijze waarop de boer het pootgoed aanvoert en de manier waarop hij de bunker vult.

Extra wachttijden vermijden

In dit geval stond de kieper met pootgoed op de kopakker en zorgde de chauffeur van de pootcombinatie voor het verplaatsen van de kieper. De pootmachine werd gevuld met een opvoerband van 80 centimeter. Eens per 6 hectare moest granulaat worden bijgevuld. Er werden geen nutriënten toegediend tijdens het poten, onder andere om extra wachttijden te vermijden.

Om meer inzicht te krijgen in het effect van de pootsnelheid, de keer- en vultijd en de perceelvorm en -grootte op de bewerkingstijd en hectare-output, heeft HWodKa de rijkaart van GAOS (Geo Akker Optimalisatie Service) nader geanalyseerd. De berekenende bewerkingstijd van het 12,4 hectare grote perceel is vergeleken met een 'ideaal' rechthoekig perceel van ongeveer 10 hectare.

'Het eerste wat opvalt is het verschil tussen nettoperceel en beteelde oppervlakte: afgerond 5 procent. Dit wordt veroorzaakt door de onbeteelde (kopakker-) en halfbeteelde (overige) spuitpaden', aldus een woordvoerder van HWodKa. Het verdere verlies aan beteelbare oppervlakte in de perceelshoeken is hierin niet verwerkt.

Rijsnelheid

Ondanks de vrij lange werkgangen van gemiddeld 406 meter, is het aandeel van de keer- en vultijd aanzienlijk. Het gevolg hiervan is dat het effect van de rijsnelheid op de totale poottijd wordt 'gedempt'. Een verhoging van de rijsnelheid van 5 naar 6 kilometer per uur (plus 20 procent) geeft een verhoging van de output van 0,97 naar 1,09 hectare per uur (12 procent). 'Wanneer je de vultijd zou weten te decimeren tot 0 seconden, zou de output oplopen tot 1,12 hectare per uur. Dat wil zeggen een verhoging van 15 procent', berekent HWodKa.

Stel dat het werken met een pootcombinatie – inclusief pootbedbereiding en toedienen van meststoffen – gepaard gaat met een rijsnelheid van 4 kilometer per uur en een verdubbeling van de vultijd, dan leidt dit tot een afname van de output tot 0,75 hectare per uur (-23 procent). Het poten van het perceel van HWodKa zou dan 16,23 uur duren in plaats van 14,43 uur. Het op tijd poten, dat wil zeggen onder goede omstandigheden qua bodem, kan daarmee in het gedrang komen.

De aanvullende informatie uit GAOS is volgens HWodKa vooral van belang op 'vreemde' percelen. Wanneer de pootafstand en het duizendpotergewicht bekend is, kan de teler nog exacter berekenen hoeveel pootgoed nodig is en of de bunker groot genoeg is om één of meer hele omgangen te maken.

Grote invloed perceelgrootte en -vorm op hectare-output
Hoe langer een perceel is, hoe groter de hectare-output bij het poten kan zijn. Een lang perceel van meer dan 800 meter staat een output toe van 1,10 hectare per uur, mits de bunkercapaciteit van de pootmachine dat toelaat. Een klein perceel heeft een relatieve output van 0,46 hectare per uur, blijkt uit cijfers van HWodKa. 'Kleine percelen kunnen telers soms beter benutten voor agrarisch natuurbeheer, mits de vergoeding daar recht aan doet', zegt een HWodKa-woordvoerder. De juiste keuze van de perceelinrichting zorgt voor een grotere beteelde oppervlakte en een toename van de output van 0,95 naar 0,97 hectare per uur. 'Het verschil lijkt voor velen niet groot, maar voor een 'topsporter' wel.'

Bekijk meer over:

Weer

  • Zaterdag
    12° / 9°
    50 %
  • Zondag
    13° / 7°
    70 %
  • Maandag
    15° / 5°
    40 %
Meer weer