Suikerbiet+is+voor+veel+telers+rots+in+branding
Achtergrond
© Anko Postma

Suikerbiet is voor veel telers rots in branding

Als er één gewas is waarbij al decennialang sprake is van stijgende fysieke opbrengsten, dan is het wel de suikerbiet. Voor menig akkerbouwer is dit gewas de rots in de branding van het bouwplan. Tijdens de Praktijkdag Suikerbieten in Westmaas kregen bezoekers een goed beeld van de aandachtspunten voor de toekomst. Want het kan altijd beter.

'Als je een hoge opbrengst wilt, moet je niet alleen veel oogsten, maar ook weinig verliezen.' Dit was het motto bij de presentatie over rooikwaliteit door directeur Frans Tijink van bieteninstituut IRS onlangs op de Praktijkdag Suikerbieten in Westmaas.

Het voorkomen van verliezen begint volgens Tijink al bij het zaaien. Bij de huidige opbrengstniveaus is een zaaiafstand van minder dan 17 centimeter onverstandig, zegt hij. De bieten staan dan te dicht op elkaar voor goed kopwerk.

Oogstplan

Ook adviseert Tijink om een oogstplan te maken. 'Denk goed na welk perceel je wanneer oogst en kijk goed naar het weer. Schoon rooien onder goede omstandigheden kan financieel beter uitpakken dan een paar ton meer als je twee weken wacht en dan moet knoeien.'

De machinist bepaalt de kwaliteit van het rooiwerk, niet de machine

Frans Tijink, directeur IRS

Overigens moeten de bieten ook weer niet te schoon zijn. 'Te intensief reinigen kan zomaar 4 ton verlies opleveren aan puntbreuk en beschadigde bieten. Dat scheelt al gauw 150 euro.'

Aanwezig bij start

De IRS-directeur raadt telers aan om altijd zelf aanwezig te zijn bij de start van het rooien om het werk te beoordelen. 'Let goed op bietverlies en puntbreuk. Elke machinist heeft een kop- en puntmaatje in de cabine. En anders kan hij er één bestellen bij Suiker Unie.'

Het is volgens Tijink ook altijd de machinist die de kwaliteit van het rooiwerk bepaalt en niet de machine. 'Een oude rot op een oude machine kan beter werk leveren dan een onervaren chauffeur op een splinternieuwe rooier.'

Rassenkeuze

Aan het begin van de teelt is de rassenkeuze een cruciale factor voor het halen van een hoge opbrengst. Behalve economische factoren spelen resistenties een belangrijke rol. In minder dan vijftien jaar tijd is het aandeel bietencysteaaltjesresistente rassen gestegen van minder dan 1 naar meer dan 40 procent.

Daarom is regelmatige bemonstering op deze aaltjes geen overbodige luxe, stelt onderzoeker Martijn Leijdekkers van het IRS. 'Ook op percelen waar zes tot zeven jaar geen bieten hebben gestaan, heb je geen garantie dat er geen aaltjes zitten.' Iets om in gedachten te houden nu het areaal suikerbieten na jaren van daling weer stijgt.

Rhizomanie

Ook rhizomanie eist de laatste jaren weer aandacht op. Op een deel van de bietenpercelen is de oorspronkelijke resistentie doorbroken en doen telers er goed aan om rassen te kiezen met aanvullende rhizomanieresistentie. De voor rhizomanie kenmerkende langere bladstelen en de lichtgroene kleur zijn makkelijk herkenbare indicatoren.

Een proef met elf verschillende meststoffen en groeibevorderaars doet vermoeden dat er een probleem zou zijn met de nutriëntenvoorziening in de suikerbietenteelt. Volgens onderzoeker Peter Wilting van het IRS valt dat wel mee. 'De meeste proeven liggen er op verzoek van de leverancier', vertelt hij. 'We doen al twintig à dertig jaar onderzoek naar producten waarvan ze zeggen dat ze de opbrengst verhogen. Maar tot nu toe is slechts een enkeling rendabel gebleken.'

Sporenelementen

Dat neemt niet weg dat sommige middelen in bepaalde situaties wel iets zouden kunnen betekenen. 'Door de stijgende opbrengsten en de beperkingen van de mestwetgeving neemt op sommige percelen de beschikbaarheid van sporenelementen af', stelt Wilting. 'Veel van de middelen in deze proef focussen op die sporenelementen.'

Een biet groeit met zijn penwortel graag ongestoord en recht naar beneden. Het beperken en liefst voorkomen van bodemverdichting staat volop in de schijnwerpers van het H-WodKa-collectief in de Hoekse Waard.

Bandenspanning

Gert Oudijk van H-WodKa streeft ernaar om jaarrond te werken met een bandenspanning van maximaal 1 bar op zowel trekkers als werktuigen. Dat vraagt niet alleen om juiste keuzes bij de bandenuitrusting, maar ook om andere aanpassingen.

Oudijk ontwierp zelf een drukwisselsysteem dat met een relatief kleine compressor de bandenspanning binnen dertig seconden van 1 naar 2 bar krijgt. Dat is genoeg voor transport over de weg.

Rendabele afdek

Eenmaal geoogst liggen de suikerbieten soms nog weken op het erf. Een bietenhoop in de schuur moest de aandacht vestigen op het nut van afdekken. Wanneer de bieten langer dan twee weken aan de hoop moeten liggen, kan afdekken met vliesdoek al rendabel zijn, stelt Leijdekkers.

Een droge hoop geeft minder schimmel en minder tarra en dus minder bewaarverliezen. Bij vorst is een extra winddichte laag nodig. Voor een goede ventilatie mag de hoop niet meer dan twee kippers breed zijn.

Dertig standhouders

De Praktijkdag Suikerbieten is een initiatief van Wageningen University & Research en het IRS. Eerdere edities waren in Lelystad (2016) en Vredepeel (2015). Ruim dertig standhouders waren dit jaar in Westmaas aanwezig met informatie over de teelt van rassenkeuze tot de oogst.

Mede dankzij de overvloedige neerslag in de voorgaande dagen bezochten zo'n 750 telers en andere geïnteresseerden de Praktijkdag Suikerbieten. De organisatie was daarmee dik tevreden.

Weer

  • Maandag
    6° / 2°
    20 %
  • Dinsdag
    3° / 1°
    30 %
  • Woensdag
    5° / 1°
    20 %
Meer weer
@nieuweoogst.nu