Te+lichte+zeug+kost+varkenshouder+geld
Nieuws
© de Snuitgeverij

Te lichte zeug kost varkenshouder geld

Een zeug die op het moment van inseminatie, werpen of lactatie niet het juiste gewicht heeft, kost de ondernemer geld. Een te lichte zeug heeft minder levend geboren biggen, een lager afbigpercentage en een kortere levensduur.

Er blijkt een duidelijke correlatie tussen het gewicht van de zeug en haar reproductie. Dierenarts en Adviseur Reproductie Arno Joosten van Topigs Norsvin illustreerde dat tijdens de studiebijeenkomst van Agrovision tijdens de LIV in Venray met data die Topigs Norsvin in de loop der jaren heeft verzameld. Daaruit blijkt dat de volgende worp een halve big scheelt wanneer een zeug in de kraamstal meer dan 10 procent gewicht verliest.

'Elke 10 kilo minder in het lichaamsgewicht betekent in de huidige cyclus 0,6 big minder. Daarnaast hebben te lichte zeugen een 10 procent lager afbigpercentage. Te lichte zeugen gaan in plaats van gemiddeld 5,5 worpen maar 3,8 worpen mee', aldus Joosten.

Inseminatiegewicht gelt

Hoe het gewicht doorwerkt in de reproductie illustreerde Joosten met staafdiagrammen gebaseerd op data die in vijf jaar zijn verzameld. Daaruit blijkt dat het optimale gewicht van gelten bij de eerste keer insemineren voor alle rassen tussen de 160 en 190 kilo ligt. In dat traject is het aantal levend geboren biggen bij alle gewichtsklassen (160-170, 170-180 en 180-190) gelijk, terwijl het aantal levend geboren biggen bij 160-170 kilo iets lager ligt.

Waren we met de Topigs 20 net zo bezig geweest als met de TN70, dan hadden we daar ook meer biggen gehad

Arno Joosten van Topigs Norsvin en Jan Essens van Varkess

Ook de gewichtsontwikkeling tijdens de dracht doet ertoe, gaf Joosten aan. Neemt het gewicht toe met meer dan 70 kilo, dan is het totaal en aantal levend geboren biggen het grootst. Ten opzichte van zeugen die tussen de 60-69 kilo groeien scheelt dat 0,8 leven geboren big en 0,6 groot gebrachte big. Bij zeugen die minder dan 60 kilo groeien zijn de verschillen bijna het dubbele.

Zeugen die tijdens het werpen te licht zijn (volgens de handleiding die Topigs Norsvin ontwikkelde per lijn) brengen ook minder biggen dan zeugen die volgens de manual wel het juiste gewicht hebben. Bij zowel het totale aantal als het aantal levend geboren biggen gaat het om meer dan twee biggen per worp. Uit de data van Joosten blijkt ook dat te zware zeugen in totaal nog meer biggen brengen. Het aantal levend geboren biggen neemt echter niet meer toe.

Minder vitale biggen

Tot slot ging Joosten in op het effect van het gewichtsverlies tijdens de lactatie, want ook dat werkt door in de volgende pariteit. Meer dan 15 procent gewicht verliezen tijdens de lactatie vertaalt zich in 0,9 big minder (16,2 totaal geboren bij minder dan 15 procent gewichtsverlies, versus 15,3 boven de 15 procent). Het effect is met 15,5 versus 13,8 bij het aantal levend geboren biggen nog groter.

'Het gewichtsverlies van de zeug heeft invloed op de follikelvorming; of die voldoende groot en uniform zijn. Uiteindelijk bepaalt dat de vitaliteit en uniformiteit van de toom', vulde Jan Essens van Varkess aan die aan de hand van een praktijksituatie het verhaal van Joosten aanvulde. Zijn advies is een te lichte zeug tachtig dagen lang extra te voeren. 'Vijftig dagen is vaak niet genoeg om de achterstand te herstellen.'

Optimaliseren

'Door te optimaliseren trek je je hele bedrijf naar een hoger plan en haal je de extremen eruit', geven zowel Joosten als Essens aan. 'Waren we met de Topigs 20 net zo bezig als met de TN70, dan hadden we daar ook meer biggen gehad', concluderen zij.

• Bekijk ook: Checklist vitaliteit beperkt biggenuitval en lees meer over diergezondheid in het dossier.

Weer

  • Woensdag
    18° / 5°
    10 %
  • Donderdag
    20° / 9°
    10 %
  • Vrijdag
    15° / 10°
    10 %
Meer weer
@nieuweoogst.nu