Nederlandse+zoete+bataat+zoekt+schapruimte
Achtergrond
© Jorg Tönjes

Nederlandse zoete bataat zoekt schapruimte

De zoete bataat is een geschikt gewas in het bouwplan van akkerbouwers en groentetelers. Telers willen toegang tot goede rassen en plaats in het winkelschap. De bataat past in een milieuvriendelijke rotatie en een gezond voedselpatroon.

De proefbedrijven Rusthoeve op de klei in Colijnsplaat en op het zuidoostelijke zand in Vredepeel hebben ervaring opgedaan met de zoete bataat. In de volksmond wordt het gewas wel zoete aardappel genoemd, maar het is heel wat anders dan een aardappel. Het familielid van de akkerwinde maakt een zoet smakende knol.

Het gewas is geschikt voor de Nederlandse landbouw, maar de inkopers van Nederlandse winkels zoeken de bataat in de Verenigde Staten, Mexico en China. Dat lijkt de grootste rem op de ontwikkeling van het gewas in Nederland.

Hoewel de oorsprong van de bataat in tropische streken ligt, is het gewas goed te telen op onze breedtegraden. Adviseur Jos van Hamont van Delphy vertelt dat de bataat tot in Noorwegen en Zweden wordt geteeld. In die landen blijkt de consument gevoeliger voor het argument 'lokaal geteeld'. Van Hamont: 'Het gewas groeit goed tijdens de lange dagen. In Scandinavië vindt het een gewillige markt. Zo lang hier niet die stap wordt gemaakt die lokaal wordt gewaardeerd, zal het moeizaam gaan. Telers zeggen dat ze het een mooi gewas in de rotatie vinden.'

Inkopers van winkels kopen bataat in het buitenland

Demoproject met zoete bataat

Vorig jaar financierden telers en handelsbedrijven een demoproject met de zoete bataat. Op de bedrijven in Colijnsplaat en Vredepeel ging niet alles goed, maar dat leverde juist veel kennis op over het gewas. Van Hamont vertelt dat de bataat met een lage dosis stikstof enorm kan groeien. 'Hij heeft maar 50 tot 60 kilo stikstof nodig. Geef je te veel, dan blijven de tonnen achter en valt de houdbaarheid tegen.'

'De bodemtemperatuur is van belang voor een goede ontwikkeling', zegt Van Hamont. 'We hebben geëxperimenteerd met bodembedekking. Onder een biologisch afbreekbare folie maten we keurige temperaturen. Een temperatuur van 20 tot 22 graden is prima.'

Onbeschadigd rooien

Teelt op ruggen is praktisch voor het onbeschadigd rooien van de knollen. Bij het rooien is het aan te raden de rooier wat vlakker af te stellen dan voor aardappelen. Op tijd rooien is van belang. De temperatuur moet in de grond niet te laag worden, want dan beschadigen de knollen snel. Om de bewaarbaarheid te bevorderen van het stootgevoelige product, is het nodig eerst een paar dagen de wondjes van het rooien te laten helen bij 30 graden. Daarna is het product langer bewaarbaar bij 12 tot 13 graden.

De bataat kent weinig plagen en ziektes. Voor het kleine gewas zijn geen middelen toegelaten, maar dat vereist de teelt tot nu toe ook nog niet. Van Hamont ziet daarom kansen in milieuvriendelijke teelt en voor biologische telers.

Tekst gaat verder onder kader.

Ipomoea batata is familielid van winde
De bataat heeft de Latijnse naam Ipomoea batata. Het is een familielid van de winde. De bloem lijkt op die van de akkerwinde. De knollen zijn geliefd in China en andere Aziatische landen, maar ook in Afrika en Zuid-Amerika, waar de knol oorspronkelijk vandaan komt.
De bataat heeft een inulinehoudende knol. De vertering gebeurt pas in de dikke darm. De energie uit de knol komt traag vrij in het lichaam. De inuline, ook bekend uit wortels van aardpeer, cichorei en schorseneer, maakt de knol gezond en geschikt als dieetvoeding. Mensen met suikerziektes hebben er baat bij, want bataat beperkt de pieken en dalen in de bloedsuikerspiegel.
Voor telers is het een gewas met een goede opbrengstpotentie. In de tropen zijn zeer hoge opbrengsten mogelijk. Nederlandse telers kunnen tientallen tonnen halen. Op de klei in Colijnsplaat was 60 ton haalbaar. Jos van Hamont van Delphy denkt dat dit ook op zand kan.

Uitgangsmateriaal

Maria en Pieter Verschure uit Aarle-Rixtel telen voor het derde jaar zoete bataten. Dit hebben ze goed in de vingers. Wat hun grootste ergernis is, is dat de verkrijgbaarheid van goede rassen door licenties en trage handel wordt bemoeilijkt. Dit jaar kregen ze hun stekken een maand te laat en dan groeit het perceel veel te laat dicht.

'Tien dagen groei in mei is net zo belangrijk voor de opbrengst als een hele maand oktober', zegt Pieter Verschure. Doortelen in oktober kan vaak wel, want de bodem blijft nog wel boven de 10 graden. Maar als hij daaronder duikt, is er risico op zwarte plekken op in de knollen.

Pieter en Maria Verschure deden een poging uitgangsmateriaal uit Zuid-Afrika naar Ethiopië te brengen en daar stek te maken, maar het lukte niet de stekken over te laten brengen. Materiaal uit Spanje en Portugal voldoet vaak niet aan de kwaliteitseisen. Verschure: 'Het is niet altijd virusvrij en dan maakt de plant geen knollen.'

Puree en frites

De ondernemers denken na over de productie van puree en frites op basis van de zoete bataat. Dat is buitengewoon lekker, zeggen ze. Probleem is dat de partijen voor grote fritesfabrikanten te klein zijn en de oogst samenvalt met conservengroenten, waardoor die fabrieken niet vrij zijn bij de oogst. Met invriezen van blokjes product werkt Verschure aan een oplossing.

De telers doen onderzoek naar rassen en ontdekken dat daar potentieel hoogopbrengende soorten bij zijn. Probleem van veel stekmateriaal is de hoge kostprijs. Met 25 cent per stek voor licentierassen liggen de kosten op 10.000 euro per hectare. Verschure weet dat in Canada stekken minder dan een kwart van dat bedrag kosten.

Dat maakt de concurrentie lastig. Voor Verschure zullen goedkopere stekken en toegang tot de Nederlandse winkelschappen een grote verbetering zijn. In het product heeft het ondernemerspaar alle vertrouwen.

Weer

  • Vrijdag
    10° / 2°
    10 %
  • Zaterdag
    9° / 0°
    10 %
  • Zondag
    7° / -1°
    10 %
Meer weer
@nieuweoogst.nu