Schaalvergroting+varkens+effectiever+in+Denemarken
Achtergrond
© Erik Colenbrander

Schaalvergroting varkens effectiever in Denemarken

Biggen leveren op grote Deense bedrijven meer op en de kostprijs is lager. In Nederland spelen gezinsarbeid en kosten voor mestafzet een grotere rol. Daardoor neemt het schaalgroottevoordeel op Nederlandse bedrijven met meer dan 1.000 zeugen weer af, zeggen experts.

De 25 procent grootste Deense vermeerderingsbedrijven beurden voor hun biggen gemiddeld 2,15 euro per big meer dan collega's met een veel kleiner vermeerderingsbedrijf. Dat blijkt uit jaarcijfers van Seges Svineproduktion waarbij de boekhouding van 419 bedrijven naast elkaar werd gelegd.

Bij Wageningen Economic Research zijn geen recente rapportages over het effect van schaalgrootte bekend. Volgens expert varkenshouderij Robert Hoste blijkt uit de AgroVision Kengetallenspiegel 2017 dat de gemiddelde biggenprijs 54,71 euro bedraagt op de kleinste 20 procent zeugenbedrijven (tot 270 zeugen), oplopend tot 57,44 euro per big op de 20 procent bedrijven boven 657 zeugen.

'De grotere bedrijven leverden hun biggen gemiddeld 0,2 kilo zwaarder af. Na gewichtscorrectie is het verschil ongeveer 2,50 euro per big', berekent de expert.

Parabolisch verband tussen kostprijs en schaal in Nederland

Directeur Paul Bens van DLV Advies

Regionale verschillen

Hoste wijst ook op regionale verschillen. Bedrijven in Zuid-Nederland zijn gemiddeld iets groter, 524 in het Zuiden tegenover 459 zeugen in Oost-Nederland, terwijl de bedrijven in het Oosten na correctie voor aflevergewicht gemiddeld zo'n 1,50 euro per big meer ontvangen dan die in Zuid-Nederland..

'Het feitelijke verschil als gevolg van bedrijfsomvang moet dus nog groter zijn dan de genoemde 2,50 euro per big tussen kleinste 20 procent en grootste 20 procent bedrijven.' Hoste geeft aan dat een hogere biggenprijs ook samenhangt met het aantal vaccinaties dat gegeven wordt. 'Om een big te exporteren naar Duitsland zijn minstens twee vaccinaties nodig.'

De kostprijs per big bedraagt op het kwart grootste zeugenbedrijven in Denemarken 48,42 euro en op het kwart kleinste bedrijven 50,83 euro. Dat resulteert in een verschil in saldo per big tussen de grootste en de kleinste kwart bedrijven van 4,83 euro (opbrengst- en kostprijsverschil bij elkaar opgeteld).

Meer export op groot bedrijf

De meerprijs die de grootste bedrijven realiseren is hoofdzakelijk te danken aan goedkoper transport. Ook hebben de grootste bedrijven een relatief groot aandeel in de export van biggen. Dat leverde in 2017 meer op dan binnenlandse verkoop.

Het rendement op het vermogen is op grootste bedrijven groter dan op de kleinste bedrijven en de kostprijs per big lager. De vaste kosten kunnen op de grootste bedrijven over meer productie-eenheden worden verdeeld dan op de kleinste bedrijven. Daarentegen is het percentage eigen vermogen op de kleinste bedrijven juist hoger dan op de grootste.

Deense cijfers verdeeld in vier groepen
Het bovenste kwart bedrijven qua bedrijfsgrootte in de Deense zeugenhouderij telt gemiddeld 1349 zeugen op jaarbasis. De overige drie groepen tellen respectievelijk 757, 559 en 324 zeugen. De groep grootste bedrijven realiseerde in 2017 een biggenprijs van gemiddeld 64,11 euro, het tweede kwart iets minder grote bedrijven gemiddeld 63,03 euro, het derde kwart 61,82 euro en het kwart kleinste bedrijven 61,95 euro per big. Gemiddeld bedroeg de kostprijs van biggen in 2017 op Deense vermeerderingsbedrijven 49,35 euro, waarvan 24,68 euro voerkosten.

De grootste bedrijven hebben ook de hoogste toegerekende kosten, die variëren met het aantal biggen. De niet-toegerekende vaste kosten maken dat de kostprijs per big in totaal toch aanzienlijk lager is dan op de kleinste bedrijven. Hierbij zijn alle arbeidsuren als betaalde arbeid verrekend, ook als het om gezinsbedrijven gaat. Deense bedrijven hebben niet of nauwelijks met mestafzetkosten te maken.

Voordeel grote bedrijven

Robert Hoste rekent aan de kostenkant met 2,00 tot 2,50 per big verschil tussen een doorsnee zeugenbedrijf en een bedrijf met meer dan duizend zeugen, in het voordeel van de grootste bedrijven.

In de visie van DLV Advies directeur Paul Bens stijgt de kostprijs op Nederlandse vermeerderingsbedrijven eerder naarmate de schaalgrootte toeneemt, dan dat deze daalt. 'Waarschijnlijk is het verband tussen de kostprijs en de schaalgrootte in Nederland parabolisch, met ergens in het midden de laagste kostprijs. Ik schat dat dat op een gezinsbedrijf ligt in de categorie van 500 tot 1.000 zeugen.

Nederlandse bedrijven met grotere schaal krijgen te maken met een aantal kostprijsnadelen. Daarbij gaat het om gezondheidskosten (entingen bij export), personeelskosten met vreemde arbeid, mestkosten met veelal een hoger percentage niet op eigen grond te plaatsen mest, overige veekosten die vaak een beetje stijgen, onderhoudskosten die hoger liggen en algemene kosten. inclusief juridische, administratieve en vergunningstechnische kosten.

Factor betaalde arbeid

'Er is dus zeker geen dalende lijn in kostprijs bij toename van schaalgrootte als je eenmaal boven de omvang komt dat je met personeel gaat werken', stelt Bens. 'Dan heb ik het nog niet over de mogelijkheid om op een bedrijf van 600 zeugen met veel gezinsarbeid een hoger technisch resultaat te realiseren dan op een bedrijf met grotere schaal. Dat komt door het aantal uren dat ze werken en een lage berekenende arbeidsvergoeding omdat alleen privé-onttrekkingen gedaan worden.’

'Ik zet de kostprijs voor het grotere bedrijf eerder 2,50 euro hoger in plaats van lager. De meerkosten moeten dus goed gemaakt worden uit een hogere opbrengstprijs', concludeert Bens.

Weer

  • Maandag
    6° / 2°
    20 %
  • Dinsdag
    3° / 1°
    30 %
  • Woensdag
    5° / 1°
    20 %
Meer weer
@nieuweoogst.nu