%27Minste+nitraatresidu+in+Vlaanderen+bij+graanteelt%27
Achtergrond
© Koos Van Der Spek

'Minste nitraatresidu in Vlaanderen bij graanteelt'

Graangewassen zijn in Vlaanderen veruit de beste teeltgroep wat nitraatresidu betreft: minder dan een op de vier percelen overschrijdt daar de drempelwaarde. Ze hebben gemiddeld gezien het laagste nitraatresidu en de resultaten liggen het dichts bij elkaar.

Prei, bloemkool, vlinderbloemige groenten (bijvoorbeeld bonen) en aardappelen hebben de hoogste nitraatresiduwaarden. Te hoge residuwaarden zijn vaak te wijten aan het onoordeelkundig toedienen van kunstmest. Een verhoogd nitraatresidu in graanpercelen is vaak te linken aan het te laat of niet inzaaien van groenbemesters.

Dit blijkt uit cijfers van het Coördinatiecentrum Voorlichting en Begeleiding duurzame Bemesting (CVBB). Met een intensieve aanpak heeft het CVBB landbouwers in Vlaanderen geholpen met het toepassen van duurzame bemestingspraktijken voor zowel landbouw als milieu.

3.100 percelen

In 2015 startte de gebiedsgerichte aanpak in 99 gebieden in heel Vlaanderen. In 2017 waren het er al 126. Uiteindelijk zijn er meer dan 1.100 landbouwers betrokken bij de aanpak, wat staat voor net geen 3.100 bemonsterde percelen.
Na een lichte daling in 2016 is het gemiddelde nitraatresidu op percelen in 2017 gestegen. Het weer speelde hier ongetwijfeld een rol: een droge zomer gevolgd door een sterke mineralisatie in het najaar. De gewassen konden de vrijgekomen stikstof slechts in beperkte mate opnemen, met als gevolg dat die in de bodem achterbleef en als residu werd gemeten.

'Het is duidelijk dat een aantal teelten behoefte hebben aan advisering'

Welke teelten er het meest gevolgd zijn, is streekgebonden. In alle provincies zijn grasland en maispercelen bemonsterd, procentueel het meest in respectievelijk Limburg en Antwerpen. Prei, bloemkool en aardappelen domineren in West-Vlaanderen, in Vlaams-Brabant de granen. In Oost-Vlaanderen ligt de focus ook op aardappelen en in Limburg op pitfruit.

Prei, bloemkool, vlinderbloemige groenten en aardappelen hebben procentueel gezien het grootste aantal percelen met een nitraatresiduwaarde hoger dan de norm van 90 kilo nitraat-N per hectare (minstens 71 procent). Deze gewassen hebben daarnaast ook het hoogste gemiddelde nitraatresidu (meer dan 152 kilo nitraat-N per hectare). 'Het is duidelijk dat die teelten behoefte hebben aan advisering', aldus het CVBB.

Niet verwonderlijk

Gezien de specifieke weersomstandigheden in 2017 is het niet verwonderlijk dat in vergelijking met 2016 meer percelen de drempelwaarde overschreden, namelijk 51 procent in 2017 tegenover 38 procent in 2016. In beide jaren zijn de overschrijdingen toe te schrijven aan het gebruik van organische mest, kunstmeststoffen en mineralisatie.

Tussen de teeltgroepen onderling duiken grote verschillen op in mogelijke verklaringen. Te hoge residuwaarden in aardappel, prei, bloemkool, vlinderbloemige groenten en sier- en boomteelt zijn vaak te wijten aan het onverstandig toedienen van kunstmest. Verder teeltadvies is gewenst om de nitraatproblematiek aan te pakken.

De vlinderbloemige groenten en de sier- en boomteelt kampen daarnaast ook met problemen door hun specifieke eigenschappen zoals respectievelijk de capaciteit om zelf stikstof te fixeren en beperkte beworteling. In de teelten mais en pit- en steenfruit verklaart het te laat of te veel aanwenden van organische mest veelal de nitraatoverschrijdingen.

De intensieve aanpak leidt na drie jaar nog niet tot een aantoonbaar betere waterkwaliteit. Wel merken de onderzoekers een beginnende mentaliteitswijziging bij de telers. Het CVBB is ervan overtuigd dat de inzet uiteindelijk zorgt voor een betere waterkwaliteit.

Weer

  • Zaterdag
    2° / -3°
    10 %
  • Zondag
    3° / -4°
    10 %
  • Maandag
    3° / -5°
    10 %
Meer weer