Watervraag+land%2Den+tuinbouw+Zuid%2DHolland+stijgt
Achtergrond
© Koen van Wijk

Watervraag land-en tuinbouw Zuid-Holland stijgt

De watervraag in de Zuid-Hollandse land- en tuinbouw stijgt. Dit wordt meer veroorzaakt door ruimtelijke veranderingen zoals stijgende grondprijzen, verstedelijking en natuurontwikkeling dan door klimaatverandering. Dat stelt Harm Hospes van LTO Noord regio West in een studie naar watergebruik in de provincie.

De vraag naar water in de Zuid-Hollandse land- en tuinbouw is in de afgelopen decennia gestegen door de verschuiving naar meer kapitaalintensieve teelten. Anderzijds zijn er meer perioden van wateroverlast én van droogte.

De verschuiving in teelten is ingegeven door een verlies aan land- en tuinbouwgrond door verstedelijking, groeiende industrie en natuuropgaves in de provincie, die hebben gezorgd voor hogere grondprijzen. Sinds 1980 heeft de sector maar liefst 30.000 hectare ofwel 21 procent van het areaal ingeleverd.

Kwetsbaar

Die verschuiving in teelten en de smallere winstmarges maken de sector kwetsbaarder en leggen meer druk op het watersysteem.

Dit onderzoek bevestigt in grote lijnen ons beeld

Arie Verhorst, voorzitter LTO Noord Zuid-Holland en waterportefeuillehouder West

Hoe kapitaalintensiever de teelt, hoe hoger de eisen die worden gesteld aan de beschikbaarheid en kwaliteit van het (giet)water. Dat concludeert stagiair Harm Hospes in zijn onderzoek 'Trends in de watervraag in Zuid-Holland, van 1976 tot 2018'. Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van LTO Noord regio West, op basis van literatuur en diverse interviews met betrokkenen.

Actie

Hospes beveelt LTO aan om naast de lobby om voldoende water meer aan te sturen op actie vanuit de landbouwhoek.

'Omdat er afgelopen decennia geen grote problemen waren met de zoetwateraanvoer, voelen boeren weinig noodzaak om waterbesparende teelttechnieken toe te passen. Het zou voor LTO goed zijn om de noodzaak daarvan onder de aandacht te brengen om voorbereid te zijn op de toekomst.'

Droogte

Dat die toekomst langere perioden van droogte zal brengen, is een klimatologische trend. In droge jaren lopen de waterschappen tegen de grenzen van hun kunnen aan.

'Waar de grens ligt van wat mogelijk is, moeten waterschappen in de toekomst duidelijk afstemmen met LTO Noord en de land- en tuinbouwsector', beveelt Hospes aan.

Verantwoordelijkheid

Daarmee wordt het duidelijker waar de verantwoordelijkheid en het kunnen van de waterbeheerders ophouden en waar die van de agrariërs beginnen.

Hospes schetst op basis van zijn onderzoek dat toekomstige ontwikkelingen zich vooral richten op kwaliteit in plaats van waterkwantiteit. Vooral de chloridegehaltes van het beschikbare water worden nog belangrijker. Wat goede kwaliteit is, hangt af per gebied en teelt.

Verzilting

Zuid-Holland heeft als kustprovincie veel te maken met risico van verzilting, waardoor waterschappen tijdens drogere periodes veel zoetwater inzetten voor het doorspoelen van hun watersysteem.

Verder stelt Hospes dat het zinvol is om de terugloop van cultuurgrond nauwkeuriger in kaart te brengen, zodat de positie van de land- en tuinbouw in Zuid-Holland duidelijker is.

Wateropslag

'Dit onderzoek bevestigt in grote lijnen ons beeld van het watergebruik. Overigens gebeurt er op pilotniveau al heel wat, zoals het ontwikkelen van ondergrondse zoetwateropslag voor intensieve opengrondsteelten', zegt voorzitter Arie Verhorst van LTO Noord Zuid-Holland en waterportefeuillehouder West in een reactie.

'En in projecten van Deltaplan Agrarisch Waterbeheer wordt ook gestuurd op de waterkwaliteit.'

Zoetwaterconvenant

Over de verantwoordelijkheid van de sector stelt Verhorst: 'We hebben natuurlijk het zoetwaterconvenant in Zuid-Holland. Daarin staat dat waterbeheerders zich tijdens droogte tot het uiterste zullen inspannen om zoetwater beschikbaar te houden en dat boeren hetzelfde doen om water te besparen.'

Maar in hoeverre waterschappen die inspanning uit algemene middelen moeten doen, daarover is hier en daar wel discussie in de provincie, merkt de bestuurder.

Zouttolerantie

Het ene gewas is het andere niet, als het gaat om waterbehoefte en dat geldt zeker voor de zoutgevoeligheid. De zouttolerantie van een gewas in verschillende groeistadia is bepalend voor de afweging van boeren en tuinders om wel of niet te gaan beregenen. Voor die afweging is er momenteel te weinig wetenschappelijke kennis beschikbaar.

Hospes doet de suggestie aan LTO Noord om meer onderzoek in te stellen naar zouttoleranties van gewassen per stadia om een betere afweging te kunnen maken of beregenen noodzakelijk is en wat de gewassen aankunnen aan wat zouter water.

Verhorst ziet dat daarover wel kennis wordt ontwikkeld, maar tempert de verwachtingen. 'Sommige gewassen kunnen meer zouttolerant zijn, maar de bodem is dat niet. Bij verzilting hoopt het zout zich op in de bodem en daar heb je het volgende seizoen met een minder zouttolerant gewas alsnog last van.'

Bodem

Ook is er volgens het onderzoek meer aandacht voor de bodem gewenst. Op een bodem met een goede structuur groeien gewassen niet alleen beter, ook zijn die bodems beter in staat water op te vangen tijdens piekbuien.

Tot slot bespeurde Hospes in gesprekken met waterschappen dat er nog scepsis bestaat over de effectiviteit en de gevolgen van maatregelen tegen veenoxidatie, met name onderwaterdrainage. Onder meer de vrees dat dit systeem tot een grote toename van de watervraag leidt, maakt hen niet enthousiast.

Volgens Hospes moet LTO Noord duidelijk maken dat de watervraag niet 30 procent hoger wordt en dat het geen invloed heeft op de gewasverdamping.

De Kleinschalige Wateraanvoer kan Zuid-Holland van extra water voorzien.
De Kleinschalige Wateraanvoer kan Zuid-Holland van extra water voorzien. © Ulco Wesselink

Relatie tussen water en landbouw steeds complexer
Het veranderende klimaat laat in de landbouwsector zijn sporen achter. De klimatologische veranderingen vragen om aanpassingen op het gebied van waterhuishouding en watergebruik. Deze verandering gaat in Zuid-Holland slecht samen met de gewasontwikkelingen. Er worden steeds meer kapitaalintensieve gewassen verbouwd, zoals bloembollen, (poot)aardappelen en vollegrondsgroenten. Deze transitie leidt tot een verhoogde zoetwatervraag vanwege de hogere financiële risico's en de grotere gevoeligheid voor droogte, vernatting en verzilting. De waterschappen waren door deze veranderingen al genoodzaakt tot aanpassingen in hun watersysteem. LTO Noord regio West liet door stagiair Harm Hospes onderzoek doen naar de trends in zoetwatervraag van de Zuid-Hollandse land- en tuinbouw, mede omdat de relatie tussen water en de landbouw steeds ingewikkelder wordt.

Weer

  • Vrijdag
    14° / 5°
    10 %
  • Zaterdag
    13° / 2°
    10 %
  • Zondag
    12° / -1°
    10 %
Meer weer