Fritesfabrikant+wil+pootgoed+beter+op+maat
Achtergrond
© Alex de Haan

Fritesfabrikant wil pootgoed beter op maat

Tom van der Meer van fritesproducent Lamb Weston/Meijer pleit voor aangepaste keuringsnormen voor pootgoed van fritesgeschikte aardappelrassen. 'Liever vitale poters en afleveren op 5 millimeter nauwkeurig, dan een strenge controle op groeischeuren of schurft.'

'Handelshuizen kunnen dit jaar niet van alle fritesrassen het vaak al ver vooraf bestelde pootgoed ook daadwerkelijk leveren. Het stelt ons voor een probleem waarvoor we samen met de pootgoedbedrijven een oplossing proberen te vinden', vertelt Tom van der Meer van Lamb Weston/Meijer.

Waarschijnlijk moeten we wat schuiven met rassen en ook andere potermaten accepteren. Dit is het beste wat we nu kunnen doen en het helpt ons bij de verplichtingen die we hebben naar onze afnemers.'

Van der Meer is bij Lamb Weston/Meijer verantwoordelijk voor de inkoop van pootgoed. Op jaarbasis moet hij ongeveer zeshonderd contracttelers voorzien van zo'n 55.000 ton pootgoed. Hij was verder tot voor kort bestuurlijk actief als voorzitter van de grondstoffencommissie van de Vereniging voor de Aardappelverwerkende Industrie (Vavi).

Juiste maatsortering is beter dan focus op extra kilo's

Tom van der Meer, manager seed and external relations bij Lamb Weston/Meijer

Sectoravond in Swifterbant

LTO-Akkerbouw nodigde Van der Meer vorige week uit op een sectoravond in Swifterbant om een toelichting te geven op de positie van de fritesindustrie in de aardappelketen. Hij vertelde daar over de noodzaak om als fritesfabrikant voor de levering van pootgoed met handelshuizen langjarige contracten af te sluiten.

'Wij maken voor de verkoop van frites ook vaak afspraken voor langere periodes. Maar veel van onze afnemers willen alleen zakendoen, als we kunnen aantonen dat we voor de duur van onze afspraak ook voldoende pootgoed van specifieke rassen hebben vastgelegd.'

Altijd inkoopvoordeel

Het voordeel van de pootgoedcontracten is volgens Van der Meer de zekerheid van de levering van de gewenste fritesrassen. Verder gaat het om grote volumes en is er altijd een inkoopvoordeel, zo zegt hij. 'Ook dankzij de contracten is het pootgoed dit jaar bij ons nauwelijks duurder dan voorgaande jaren, ondanks de beperkte beschikbaarheid. Wij berekenen nooit extra marge op pootgoed.'

Over de kwaliteit van het pootgoed en het te leveren volume heeft Van der Meer wel het een en ander op te merken. Hij juicht het toe dat een ketenproject is opgestart om de oorzaken van de opkomstproblemen van aardappelen te achterhalen. Maar wat hem betreft mag de pootgoedsector over het algemeen kritischer zijn op de prestaties van enkele telers die de kwaliteit minder serieus nemen.

Tekst gaat verder onder kader.

'Beneden 40 ton is aardappelteelt nooit rendabel'
Tom van der Meer vertelt dat de gemiddelde teeltoppervlakte van aardappeltelers die leveren aan Lamb Weston/Meijer vanaf 2008 is gestegen van 19 naar 43 hectare. In die periode daalde het aantal contracttelers met 20 procent, maar nam het gecontracteerde areaal wel toe met 70 procent. Over een periode van drie jaar berekende Lamb Weston/Meijer een gemiddelde hectareopbrengst bij de contracttelers van netto 50,7 ton. De opbrengsten variëren van gemiddeld 61 ton per hectare voor de 20 procent best scorende bedrijven, tot gemiddeld 38 ton per hectare voor de 20 procent bedrijven met de laagste opbrengsten. 'Het laat zien dat ook de teelt van aardappelen draait om vakmanschap', concludeert Van der Meer. 'De bedrijven met de beste producties kunnen vrijwel elk jaar een goede boterham verdienen. Maar bedrijven die het niet lukt om gemiddeld een opbrengst van 40 ton per hectare te halen, moeten zich afvragen of ze wel aardappelen willen blijven telen.' De aardappelen die Lamb Weston/Meijer in de Nederlandse fabrieken verwerkt, zijn vooral afkomstig uit Nederland en België. Van der Meer vertelt dat op dit moment uitbreiding van het fritesareaal vooral nog mogelijk is in de tafelaardappelgebieden in Duitsland en Noord-Frankrijk.

Aangepaste keuringsnormen

De NAK doet als keuringsdienst perfect zijn werk voor een betere kwaliteit van de pootaardappelen, vindt Van der Meer. Wel pleit hij voor aangepaste keuringsnormen voor fritesrassen. 'Het telen van uitgangsmateriaal voor de fritesindustrie is iets heel anders dan de teelt van pootgoed voor de exportmarkt. De regels zouden daarop meer moeten worden afgestemd.'

Van der Meer wijst erop dat een strenge controle op uiterlijke afwijkingen voor de fritesindustrie weinig toevoegt. 'Het is jammer om vanwege groeischeuren of schurft waardevolle poterpartijen kwijt te raken voor de teelt van fritesaardappelen. Verder zou de NAK zich bij de keuring meer kunnen focussen op specifieke raseigenschappen. Rassen die meer problemen geven voor de vitaliteit, verdienen in de teelt en in de controle ook meer aandacht.'

Voor de teelt van fritesaardappelen vertaalt de kwaliteit van pootgoed zich volgens Van der Meer uiteindelijk vooral in aantallen stengels en dus productie. 'Voor onze contracttelers hebben we vooral behoefte aan een goede vitaliteitstest en willen we graag weten hoe de poters zijn geteeld, gerooid en bewaard.'

'Onbegrijpelijk'

Van der Meer vindt het tot slot onbegrijpelijk dat de pootgoedsector voor de aflevering van zijn product niet volledig overstapt op sorteringen tot op 5 millimeter nauwkeurig. 'Wij kunnen met poters van 35 tot 50 millimeter nauwelijks ons areaal op een goede manier inplannen', stelt hij.

'Sorteringen van 35 tot 40 of 40 tot 45 millimeter leveren voor ons grote voordelen op. We willen daar extra voor betalen en daarmee is het een stimulans voor de pootgoedbedrijven om meer te focussen op een betere maatsortering, dan op extra kilo's per hectare.'

'Een hogere productie per hectare is ook duurzaam'
Aardappeltelers moeten zowel rekening houden met de wensen van hun omgeving als de wensen van hun afnemers, vindt Tom van der Meer. Tijdens de sectoravond ging hij als vertegenwoordiger van de fritesindustrie in op de verduurzaming van de aardappelteelt en de mogelijkheden van kringlooplandbouw. Over gesloten kringlopen zegt Van der Meer dat hij wel gelooft in een betere samenwerking tussen akkerbouwers en veehouders. 'Maar ik verwacht niet dat er meer gemengde bedrijven bij zullen komen. De huidige landbouw vraagt om gespecialiseerde ondernemers en dat geldt zeker ook voor de akkerbouw.' Volgens Van der Meer mag meer duurzaamheid in de aardappelteelt niet ten koste gaan van de productie per hectare. 'Het is ook duurzaam als je met dezelfde input 5 tot 10 ton aardappelen meer kunt produceren. Verder lukt het alleen met een voldoende breed middelenpakket om met een lagere milieubelasting te telen.' Van der Meer is van mening dat vraagstukken over kringlopen en duurzaamheid vooral ook sectorbreed moeten worden opgepakt. 'Het is goed dat de ketenpartijen meer begrip hebben voor elkaars problemen. Daarom hebben we behoefte aan een sterke Brancheorganisatie Akkerbouw, om samen oplossingen te zoeken voor de uitdagingen van onze sector.'

Weer

  • Zaterdag
    12° / 4°
    20 %
  • Zondag
    10° / 1°
    10 %
  • Maandag
    8° / 2°
    50 %
Meer weer