Regiomakelaar+moet+verzilting+Noorden+aanpakken
Achtergrond
© Han Reindsen

Regiomakelaar moet verzilting Noorden aanpakken

Voor de zomer moet er een regiomakelaar komen die een centrale rol gaat spelen bij de aanpak van verzilting in Friesland en Groningen. 'We moeten niet blijven praten. Er is daadkracht nodig', zegt gebiedscoördinator Titian Oterdoom, die de verzilting in Noord-Nederland in beeld heeft gebracht.

Oterdoom sprak vorige week op het tweede boerencafé in Oldehove over verzilting, een initiatief van The Potato Valley, proefboerderij Kollumerwaard, Pootaardappelacademie en provincie Groningen. Tijdens het eerste café in oktober vorig jaar ging het over de relatie van verzilting tot het gewas en de bodemstructuur. Deze keer ging het vooral over mogelijke oplossingen.

In Noord-Nederland neemt de komende jaren de verzilting toe, blijkt uit onderzoek. Niet alleen langs de kust, maar ook op percelen tot bij de steden Leeuwarden en Groningen. Oterdoom: 'De toename van verzilting is niet overal gelijk. Op het ene perceel is over tien jaar niet meer hetzelfde bouwplan mogelijk, terwijl de buurman misschien nog wel vijftig jaar verder kan.'

Combinatie van factoren

De toename van de verzilting komt door een combinatie van factoren: de stijgende zeespiegel, bodemdaling en meer verdamping door de klimaatverandering. Het brakke grondwater onder de zoetwaterlens wil daardoor omhoog. 'Deze problematiek vraagt om meer kennis en inzicht. Kunnen we met bestaande gewassen inspelen op de verzilting of moeten we kijken naar alternatieven?'

Het is nog geen vijf voor twaalf, maar wel half twaalf

Tineke de Vries, LTO Noord

De gebiedscoördinator vindt dat we niet moeten blijven praten over verzilting. Hij vindt dat partijen in Noord-Nederland aan de slag moeten met proefprojecten, experimenten, monitoren van watergangen en uitwisselen van kennis. 'We moeten bestuurders en volksvertegenwoordigers erop aanspreken. Er moet wat gebeuren.'

Concrete voorstellen

In navolging van andere gebieden in Nederland moeten de provincies Groningen en Friesland samen met de inliggende waterschappen een regiomakelaar aanstellen. Deze regiomakelaar moet met concrete voorstellen komen aan bestuurders. 'Het is in Noord-Nederland nog geen vijf voor twaalf, maar wel half twaalf', vindt Tineke de Vries van LTO Noord.

Voorzitter Jan Prins van de Watercommissie Noordelijk Zandgebied heeft in Noord-Holland ervaring met de aanpak van verzilting. De commissie, opgericht in 2014, stelt zich ten doel een duidelijk beeld te krijgen van de zoutgehalten in het gebied en calamiteiten op te sporen. De commissie krijgt ondersteuning van de KAVB.

Bewustwording

De watercommissie maakt met een meetsysteem de problematiek inzichtelijk. 'Je moet bewustwording creëren door in het seizoen het zoutgehalte te meten tot in de haarvaten. Het zoutgehalte kan op korte afstand in een gebied verschillen en in de loop van het groeiseizoen veranderen.'

De problemen voor individuele telers kunnen groot zijn. Als voorbeeld noemt Prins een grote leliekweker bij Petten die in één seizoen tien keer beregent. Door aanpassingen aan de kuststrook nam het zoutgehalte toe tot een EC-waarde van boven de 5, terwijl 1,6 als maximum wordt gezien. De lelies wilden in augustus niet meer groeien met als gevolg veel euro's schade. 'Er was een ramp gaande.'

De schade door verzilting is te beperken door een gebied flink door te spoelen met zoetwater. Een goede doorstroming is daarbij van belang. 'Doorstroming van water is een cruciaal instrument om gewas onder zoete omstandigheden te kunnen telen', zegt de voorzitter van de Watercommissie Noordelijk Zandgebied.

Onderbemaling

Prins heeft ervaren dat het lastig is om bij de aanpak van verzilting boeren op dezelfde lijn te krijgen. En er gaan ook zaken fout. 'Er zijn telers in Noord-Holland die kiezen voor onderbemaling. Daardoor krijgt het zoute water de kans om omhoog te komen. De drains moeten onder water blijven staan', is zijn advies.

Sommige telers zien het project 'Spaarwater', dat streeft naar voldoende beschikbaarheid van zoetwater, als een 'leuke pilot' en hechten er niet altijd veel waarde aan. Volgens Prins heeft dat deels te maken met de aanvoer van water uit het Markermeer van zuid naar noord. 'In de Kop van Noord-Holland zit zout aan alle kanten. De zouttong die daar ontstaat, rukt op naar het zuiden.'

Nieuwsbrief

De watercommissie waarschuwt telers met een nieuwsbrief wanneer er verhoogde EC-waarden in watergangen zijn gemeten. Dit betekent dat het water niet meer geschikt is voor beregening. Grote boeren zouden volgens de voorzitter ook zelf het zoutgehalte kunnen gaan meten. 'Het is ook een stuk eigen verantwoording.'

'Verwacht bij verzilting niet te veel van organische stof'
Zijn problemen met verzilting te verminderen door het organischestofgehalte van de grond te verhogen? 'Organische stof kan een rol vervullen, maar verwacht er niet te veel van', zegt Geert Jan van der Burgt van Stichting Proefboerderijen Noordelijke Akkerbouw (SPNA). Organische stof heeft in de bodem verschillende functies. Het zou op zich goed zijn om de afbraak van gemiddeld 2 procent per jaar aan te vullen, vindt Van der Burgt. 'Die 2 procent per jaar is een vuistregel. We moeten er genuanceerder naar kijken, want de situatie in de praktijk is vaak anders.' Bij de aanvoer van organische stof is het volgens Van der Burgt zaak om de cijfers opnieuw te ijken. 'We werken met twintig à dertig jaar oude cijfers, die we steeds kopiëren. De opbrengst van bieten is in die tijd verdubbeld. Is de bladmassa wel gelijk gebleven? Het is niet eenvoudig om het organischestofgehalte van de bodem te verhogen.'

Bekijk meer over:

Weer

  • Maandag
    24° / 9°
    10 %
  • Dinsdag
    22° / 10°
    10 %
  • Woensdag
    22° / 11°
    70 %
Meer weer