Hanna Hilhorst, zorgboerin in Echten.
Column

Het varken in de vriezer

Onlangs liep er een meisje van een jaar of drie in onze boerderijwinkel. Ze stond stil bij een foto aan de muur en vroeg: 'Waar is dat varkentje?' Met een mond vol tanden keek ik naar haar vader. Hij lachte, wees naar de vriezer en joelde: 'Daar ligt het varken.' De lip van het meisje trilde, waarna ze het op een brullen zette. Lekker tactisch, papa.

Hypocriet of niet: tot nu toe waren mijn zoons onwetend over het stuk vlees op hun bord. Een hamburger was gewoon een hamburger, geen stuk van een koe. Zelf stelden ze ook geen vragen. Toch wist ik dat er een moment zou komen dat we ze moesten vertellen dat ze op koe85 kauwden. Of op de varkentjes die we onze etensresten voerden. Of op dat lieve lammetje, dat we samen op de wereld hadden geholpen. Als ik daar zelf al moeite mee had, hoe wreed was deze waarheid dan voor de tere kinderziel?

Toch leidt dit soort bescherming vaak tot verkramping. Zo ook maandagmorgen aan de ontbijttafel: 'Mama, waar is papa?' vroeg zoon Olle met een mond vol hagelslag.

'Hij brengt de varkens weg.'

'Waar gaan de varkens naartoe?'

Ik roerde in mijn thee. Een paar seconden balanceerde ik op de wip van waarheid en leugen.

'Naar een ander varkenshuis.' Ik kneep mijn ogen dicht. Wat een ontzettend stom antwoord.

'Vinden ze het daar dan leuker?'

Ik knikte en baalde nog harder. Wilde ik liegen?

Ik weet nog goed hoezeer mijn vertrouwen in de wereld was geschaad toen mijn ouders vertelden dat Sinterklaas niet bestond. Dan zijn er vást meer van dit soort toneelstukjes, dacht ik. In de kerk waar wij soms naartoe gingen bekeek ik de mensen één voor één. 'Sta maar op, ik heb jullie wel door', wilde ik roepen. 'Jullie hebben God verzonnen, net als Sinterklaas. Maar ik trap er niet meer in.'

Dit was anders, maar toch. Ik wilde er niet langer omheen draaien.

'Lieverd, de varkens hebben een tijdje bij ons mogen wonen, maar nu gaan ze dood. Papa brengt ze naar de slager, zodat die er worst van kan maken.'

Olle knikte begrijpend. 'Lief van het varken, dat we hem mogen eten.'

Opgelucht smeerde ik nog een boterham. Wat pakte hij het goed op. Niks geen tranen, geen drama. Of toch wel? Ineens zag ik zijn gezicht betrekken. 'Maar wat gebeurt er dan als ik dood ga? Maakt de slager dan ook worst van mij?'

Hanna Hilhorst

Hanna Hilhorst

Zorgboerin in Echten (Dr)

Contact